Amnesty.nl maakt gebruik van cookies om de content beter op uw voorkeur af te kunnen stemmen.     Meer informatie

VN-VROUWENVERDRAG

Deel:

Het 'Verdrag voor de uitbanning van alle vormen van discriminatie tegen vrouwen' werd door de VN aanvaard in 1979 en trad twee jaar later in werking. Zo'n honderdtachtig staten zijn nu partij bij het verdrag. Het verdrag spreekt zich uit tegen alle vormen van discriminatie in fundamentele rechten, wetgeving en overheidsdienst.

Alle rechten en vrijheden

De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens garandeert iedereen, altijd en overal alle rechten en vrijheden, ongeacht sekse, huidskleur of klasse. Het is vooral te danken aan de inspanningen van Eleanor Roosevelt, de voorzitter van de VN-Commissie voor de Rechten van de Mens, dat het woord ‘geslacht’ werd opgenomen in de Verklaring. Voordat in 1979 het VN-Vrouwenverdrag in het leven werd geroepen, werd wel in een aantal andere algemene mensenrechtenverdragen kort aandacht geschonken aan de specifieke positie van vrouwen. In 1949 was het Verdrag inzake de Onderdrukking van de Mensenhandel en van de Exploitatie van de Prostitutie van Anderen aangenomen. Zo hebben volgens de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens zwangere vrouwen en moeders recht op speciale zorg en bijstand. Volgens het VN-Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten en het Amerikaans Verdrag inzake de Rechten van de Mens is het verboden de doodstraf uit te voeren op zwangere vrouwen. In de VN Standaard Minimum Regels voor de Behandeling van Gevangenen, aanvaard in 1955, staan regels voor de bescherming van vrouwen in gevangenschap.

De VN-Commissie inzake de Positie van Vrouwen, opgericht in 1946 en later uitgebreid tot de Division for the Advancement for Women (DAW) constateerde dat de formele gelijkstelling zoals vastgelegd in de algemene mensenrechtenverdragen niet voldoende was. In de praktijk hielden de heersende opvattingen over mannen en vrouwen discriminatie van vrouwen in stand. Gelijk(waardig)heid, autonomie, zeggenschap over eigen leven en lichaam en deelname aan het publieke leven werden (en worden nog steeds) aan vrouwen ontzegd. Daarom ontwierp de Commissie het Verdrag inzake de Uitbanning van alle Vormen van Discriminatie van Vrouwen, kortweg het VN-Vrouwenverdrag. Op 18 december 1979 werd het Verdrag door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties aanvaard.

In tegenstelling tot de algemene mensenrechtenverdragen, waar gesproken wordt over discriminatie op grond van geslacht, worden in het VN-Vrouwenverdrag vrouwen expliciet genoemd. Discriminatie van vrouwen betekent: onderscheid, uitsluiting of beperking die tot gevolg of tot doel heeft dat de rechten van vrouwen worden aangetast. Op die manier kunnen vrouwen niet op voet van gelijkheid met mannen hun rechten en vrijheden genieten op het politieke, sociale, culturele, burgerlijke vlak of op welk terrein dan ook.

Het verdrag noemt ook discriminatie van vrouwen in de privé-sfeer. Dat is van groot belang, aangezien de heersende opvattingen over mannen en vrouwen voor een groot deel geworteld zijn in het familie– en gemeenschapsleven en omdat veel geweld tegen vrouwen plaatsvindt in de privé-sfeer. Het is aan vrouwen(rechten)activisten te danken dat deze zaken op de agenda zijn gekomen.

Internationaal Strafhof

Zeer belangrijk voor de rechten van vrouwen is het feit dat sinds een aantal jaren op gender gebaseerd geweld in oorlog en conflictsituaties is erkend als misdaad. Het Internationaal Strafhof (ICC) heeft in het ICC Statuut van Rome (1997) vastgelegd, dat verkrachting, seksuele slavernij, gedwongen prostitutie, gedwongen zwangerschap, gedwongen sterilisatie en seksueel geweld als een oorlogsmisdaad en (indien er sprake is van een structureel patroon) als misdaden tegen de mensheid gezien kunnen worden.Verkrachting werd ook duidelijk als oorlogsmisdaad gedefinieerd in het Joegoslaviëtribunaal en het Rwandatribunaal. In 1998 is tijdens het Rwanda Tribunaal verkrachting erkend als een mogelijke daad van genocide. Het Joegoslaviëtribunaal heeft in het zogenaamde Foca verdict op 22 februari 2001 bepaald dat verkrachting en seksuele slavernij misdaden tegen de menselijkheid zijn. Een mijlpaal!

Inmiddels zijn 182 landen partij bij het VN-Vrouwenverdrag. Dat is ongeveer negentig procent van de lidstaten van de Verenigde Naties. Een klein aantal landen heeft het nog niet geratificeerd. De belangrijkste daarvan zijn de Verenigde Staten van Amerika. Het is van het grootste belang dat het rijkste en machtigste land partij is bij het VN-Vrouwenverdrag.

Naast het VN-Vrouwenverdrag vormen de organisatie van de wereldvrouwenconferenties (Mexico 1975, Kopenhagen 1980, Nairobi 1985 en Beijng 1995) en de daaruit volgende beleidsstukken een belangrijk onderdeel van het werk van de Division for the Advancement for Women (DAW) van de Verenigde Naties.

Wereldvrouwenconferentie in Beijing

De conferentie in Beijing is de grootste conferentie ooit georganiseerd door de Verenigde Naties. Op de wereldwijde bijeenkomst is gesproken hoe het is gesteld met de vrouwenemancipatie in de wereld en hoe de positie van vrouwen verbeterd zou kunnen worden. De genomen maatregelen, onder andere ten aanzien van vrouwen en armoede en vrouwen in gewapende conflicten, zijn vastgelegd in het slotdocument ‘Actieprogramma voor gelijkheid, ontwikkeling, en vrede’ ofwel het Platform for Action. Het programma is vooral een bevestiging van eerder aangenomen strategieën en het VN-Vrouwenverdrag. Meer dan 180 landen, waaronder Nederland hebben het ondertekend en nemen hiermee de verantwoordelijkheid op zich om de besluiten door te laten werken in hun nationale en lokale beleid. Vijf jaar later, in juni 2000, werd een speciale sessie van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties gehouden om de geboekte vooruitgang te beoordelen en hindernissen in kaart te brengen. Deze vijfjaarlijkse effectmeting wordt officieus Beijing +5 genoemd. Daarnaast werden bijeenkomsten gehouden, waaraan meer dan tienduizend vrouwenorganisaties, NGO's en VN-medewerkers hebben meegedaan. Ook vond een internetforum plaats waarin meer dan tienduizend individuen over de hele wereld hun ideeën over de vooruitgang van vrouwenemancipatie uitwisselden. In het slotdocument Beijing +5 Outcome Document werden eerdere besluiten om discriminerende praktijken en geweld tegen vrouwen tegen te gaan opnieuw bekrachtigd. Onder meer roept het overheden op alle discriminerende wetgeving in 2005 te hebben vervangen en om vrouwen en meisjes besmet met HIV/AIDS betere toegang te geven tot (preventieve) gezondheidszorg. Nederlandse informatie over Beijing is te zien op Emancipatie.nl.

De belangrijkste punten uit het verdrag

 

  • Staten moeten alle maatregelen nemen om discriminatie van vrouwen tegen te gaan. Ze moeten de rechten van vrouwen vastleggen in hun wetgeving. Ze moeten ervoor zorgen dat overheidsfunctionarissen niet discrimineren. Vrouwen moeten bij discriminatie hun rechten bij de rechter kunnen afdwingen. 
  • De basisrechten en fundamentele vrijheden van vrouwen moeten worden gewaarborgd op hetzelfde niveau als dat van mannen. De overheid moet maatregelen nemen om de positie van vrouwen te verbeteren. Er kunnen speciale tijdelijke maatregelen worden getroffen om de verschillen in status van vrouwen en mannen gelijk te trekken. 
  • De staat moet discriminerende denkbeelden over mannen en vrouwen en stereotype rolpatronen bestrijden, onder andere middels voorlichting en onderwijs. 
  • Er moeten maatregelen worden getroffen tegen de uitbuiting van prostitutie en de handel in vrouwen. 
  • Vrouwen moeten dezelfde toegang krijgen als mannen tot alle maatschappelijke terreinen, zoals de politiek, onderwijs, werk, gezondheidszorg, uitkeringen, het economisch en maatschappelijk leven. 
  • Vrouwen hebben gelijke rechten om een nationaliteit te verkrijgen en te behouden. Ze moeten ook gelijk aan mannen hun nationaliteit kunnen doorgeven aan hun kinderen.
  • In het huwelijk en familierelaties zijn vrouwen en mannen voor de wet gelijk.
  • Vrouwen op het platteland nemen een bijzondere positie in en moeten van de rechten in dit verdrag gebruik kunnen maken.

Het toezicht op naleving

Staten die het Verdrag hebben geratificeerd en dus partij zijn, hebben zich juridisch verplicht de inhoud van het verdrag in de praktijk ten uitvoer te brengen. Bij het Verdrag is een Commissie ingesteld, die toezicht houdt op de voortgang die landen maken in de uitvoering. De Commissie bestaat uit 23 deskundigen, die op voordracht van hun land zijn benoemd. Twee keer per jaar bespreekt de Commissie drie weken lang de landenrapporten die staten vierjaarlijks moeten opstellen. Sinds een aantal jaren kunnen ook non-gouvernementele organisaties (NGO’s) de Commissie informeren over de situatie van vrouwen in hun land. Ieder jaar brengt de Commissie verslag uit aan de Algemene Vergadering van de VN en aan de VN-Commissie inzake de Positie van Vrouwen. Na bestudering van de rapporten gaat de Commissie in dialoog met de desbetreffende staten, geeft kritiek en doet aanbevelingen voor nieuw uit te zetten beleid.

Sinds oktober 2000 kan de Commissie ook toezicht houden via het Facultatief Protocol. De Commissie kan dan klachten van individuele vrouwen of van groepen vrouwen ontvangen en in behandeling nemen. De staat kan echter wel de aanbevelingen die de Commissie doet weigeren. Tot nu toe hebben 78 staten het Facultatief Protocol geratificeerd. Nederland is op 22 mei 2002 partij geworden. Sindsdien kunnen alle vrouwen, die zich op Nederlands grondgebied bevinden (ongeacht of ze de Nederlandse nationaliteit bezitten of niet), klachten bij de Commissie neerleggen, mits zij eerst alle nationale rechtsmiddelen hebben uitgeput. In 1992 heeft Nederland de eerste Nederlandse rapportage aan de Commissie verricht. Wilt u meer weten over het VN-Vrouwenverdrag en Nederland, ga dan naar de website Vrouwenverdrag en Nederland.