Dit zijn de mensen die in Europa vaak als gelukzoekers worden weggezet

Dit zijn de mensen die in Europa vaak als gelukzoekers worden weggezet

Op een blauwe plastic tuintafel ligt een donkergroen paspoort. Binnenin staat de nieuwe achternaam die de Nigeriaanse Mofe koos voor zijn migratie naar Spanje: Sanchez. Zijn zus jubelt opgetogen: ‘Je gaat naar het buitenland! Ik kan het gewoon niet geloven!’

Arie en Chuko Esiri Eyimofe (This Is My Desire) 2020, 116 min.
Arie en Chuko Esiri, Eyimofe (This Is My Desire), 2020, 116 min.

Ongelofelijk, dat is het ook voor Mofe. Dag in dag uit sleutelt de elektriciën aan de levensgevaarlijke stoppenkast van een drukkerij in de Nigeriaanse hoofdstad Lagos. Tot twee keer toe zet hij zichzelf onder stroom. Meerdere malen vraagt hij om vervangende onderdelen, maar die komen niet. In de avonduren werkt Mofe als beveiliger en repareert hij kapotte apparaten. Daarmee onderhoudt hij zichzelf, zijn zus Precious en haar twee zonen. Ondertussen droomt hij van een beter leven, in Europa. Dichterbij dan dat donkergroene paspoort en zijn nieuwe identiteit is hij nog nooit geweest.

Eyimofe (This Is My Desire) is het debuut van de Nigeriaanse tweelingbroers en filmmakers Arie en Chuko Esiri. Een speelfilm over twee inwoners van Lagos die serieuze stappen zetten om hun leven in armoede te ontvluchten. In het eerste deel volgen we de veertiger Mofe, het tweede deel draait om de jonge kapster Rosa, die samen met haar zwangere zusje Grace naar Italië wil. Twee verstilde karakters in een van de drukste steden ter wereld, waar de verschillen tussen rijk en arm groot zijn. Waar veel mensen dag en nacht aan het werk zijn om de rekeningen te kunnen betalen. Waar veel mensen dromen over weggaan, maar heel weinig mensen die droom daadwerkelijk kunnen laten uitkomen. Dit zijn de mensen die in Europa vaak als gelukzoekers worden weggezet, en die nauwelijks kans hebben een verblijfsvergunning te krijgen.

De camera volgt de twee hoofdpersonages in hun dagelijkse doen en laten, hun werk, de dynamiek met mensen om hen heen, hun voortdurende strijd om de eindjes aan elkaar te knopen. Als Rosa geld nodig heeft, zoekt ze parfum en schoenen bij elkaar en probeert die op de markt te verkopen. Als ze écht geld nodig heeft, is ze gedwongen aan te kloppen bij de veel oudere Mr. Vincent, de huisbaas, die zich meer dan eens aan haar opdringt. Veel emoties tonen de hoofdpersonages niet, die zijn zorgvuldig weggestopt. Ook over drijfveren en de motivatie om te emigreren wordt niet gepraat. Over desillusies ook niet. Als kijker trek je zelf je conclusies.

Als Mofe terugkeert bij de blauwe plastic tuintafel om het visum te regelen, zegt de bemiddelaar: ‘So. You’re ready to apply now?’ Mofe knikt. ‘Where’s your invitation letter? Employment letter?’ Mofe hoort verbijsterd aan dat hij niet alleen een brief moet hebben, maar ook bankafschriften van zes maanden en een medische keuring. Hij opent zijn mond om iets te zeggen, maar er komt geen geluid uit. Dan zegt de man: ‘Dit kost je 50 duizend naira [ruim 100 euro, BK]. Mijn mensen zullen het dan allemaal voor je regelen.’

Ook Rosa en haar zwangere zusje Grace hebben zo’n ‘welwillende’ helper: Mama Esther. Zij serveert flessen koude cola terwijl ze aan de rand van het zwembad bespreken hoe ze hun reis naar Italië kan regelen. Het geld kunnen de zussen niet ophoesten, maar daar weet de vrouw wel iets op. Ze haalt een klein zakje uit haar decolleté, waar Grace haar hand op moet leggen, terwijl het meisje prevelt: ‘Ik zweer dat ik jou mijn baby zal geven.’