Het gebouw van de ngo ‘Memorial’ in Moskou is besmeurd met graffiti: ‘Buitenlandse agent. Love USA’ (2012).
© Yulia Orlova/HRC Memorial

Krimpende ruimte voor mensenrechtenverdedigers

Krimpende ruimte voor mensenrechtenverdedigers

Het maatschappelijk middenveld is het fundament van elke open en democratische samenleving. Als de maatschappelijke ruimte open is, kunnen burgers, mensenrechtenverdedigers en maatschappelijke organisaties zich ongehinderd organiseren, communiceren en deelnemen aan het maatschappelijk debat.

Zo kunnen ze hun rechten opeisen en invloed uitoefenen op de politieke en sociale structuren om hen heen. Dit kan alleen als de autoriteiten zich aan hun plicht houden om de burgers te beschermen en hun fundamentele rechten op vrijheid van meningsuiting, vereniging en vergadering respecteren en faciliteren.

In steeds meer landen leggen de autoriteiten echter aanzienlijke beperkingen op aan de vrije ruimte van het maatschappelijk middenveld. Volgens Freedom House is er al 16 jaar sprake van inperkingen van de rechten op vrijheid van meningsuiting, vereniging en vergadering. In totaal hebben 60 landen het afgelopen jaar te maken gehad met inperking van vrijheden, terwijl de situatie in slechts 25 landen verbeterde. Civicus zegt dat inmiddels 88,5 procent van de wereldbevolking in landen leeft die ‘gesloten’ zijn, of waar de vrijheden worden ‘onderdrukt’ of ‘belemmerd’. Dit bemoeilijkt het werk voor mensenrechtenverdedigers en journalisten.

Door de inperkingen staan de drie genoemde fundamentele rechten zwaar onder druk. Autoriteiten zetten de rechterlijke macht in om mensenrechtenverdedigers op valse gronden te vervolgen en gevangen te zetten. Dat gebeurt ook door wetten aan te nemen die hun vrijheid in toenemende mate bedreigen. Zo kan de financiering van maatschappelijke organisaties bijvoorbeeld bemoeilijkt worden door financiering uit het buitenland te verbieden.

Demonstranten gingen op 4 april 2017 de straat op om te protesteren tegen de gedwongen sluiting van de Central European University (CEU) die werd opgericht door Hongaars-Amerikaanse filantroop George Soros, die door president Viktor Orbán als diens aardsvijand wordt gezien.
Demonstranten gingen op 4 april 2017 de straat op om te protesteren tegen de gedwongen sluiting van de Central European University (CEU) die werd opgericht door Hongaars-Amerikaanse filantroop George Soros, die door president Viktor Orbán als diens aardsvijand wordt gezien.

Hongarije

Het Hongaarse parlement nam in 2018 het zogenoemde Stop Soros-pakket aan. In totaal werden negen wetten aangepast. De wetten zouden bedoeld zijn om ‘illegale migratie’ tegen te gaan, ‘de grenzen te versterken’ en ‘de Hongaarse nationale veiligheid te beschermen’. De wetswijzigingen nemen vrijwel alle organisaties en individuen op de korrel die zich inzetten voor de rechten van vluchtelingen en asielzoekers. Of, zoals de Hongaarse autoriteiten dat consequent noemen, ‘massamigratie propageren’. In de praktijk blijken de aanpassingen vooral een verstikking van het maatschappelijk middenveld tot gevolg te hebben.

De legale hulp aan asielzoekers en migranten wordt gecriminaliseerd. Zelfs het geven van voedsel of geld aan migranten of het maken of uitdelen van folders die de vluchtelingeproblematiek belichten, is verboden. De aanpassingen zijn vaag geformuleerd, waardoor een breed scala aan activiteiten bestraft kan worden. Wie ‘regelmatig’ betrokken is bij het ‘faciliteren van illegale migratie’ kan 1 jaar gevangenisstraf krijgen.

Het Stop Soros-pakket is vernoemd naar de Hongaars-Amerikaanse filantroop George Soros, die bekendstaat om zijn steun aan ngo’s en voorstander is van hulp aan migranten. Orbán ziet Soros als zijn aartsvijand.

Memorial (Rusland)

Het gebouw van de ngo ‘Memorial’ in Moskou is besmeurd met graffiti: ‘Buitenlandse agent. Love USA’ (2012).
© Yulia Orlova/HRC Memorial
Het gebouw van de ngo ‘Memorial’ in Moskou is besmeurd met graffiti: ‘Buitenlandse agent. Love USA’ (2012).

Het hooggerechtshof in Rusland heeft in december 2021 mensenrechtenorganisatie Memorial verboden. Memorial is de oudste en meest gerespecteerde mensenrechtenorganisatie van Rusland. Het hof oordeelde dat de organisatie moet worden ontbonden vanwege het overtreden van de regels voor ‘buitenlandse agenten’. Het hof veroordeelde Memorial ook omdat de organisatie ‘een vals beeld schept van de Sovjet-Unie als een terroristische staat’.

Sinds de oprichting in 1989 zet Memorial zich in tegen politieke vervolging en voor vrijlating van politieke gevangenen. Met vele lokale vrijwilligers heeft Memorial de terreur van het Sovjetverleden gedocumenteerd – zoals het lot van honderdduizenden dwangarbeiders en politieke gevangenen in de Goelag Archipel, en het stalinistische bloedbad van Poolse officieren in Katyn. Memorial deed onderzoek, verzorgde onderwijsmateriaal en kwam op voor de bescherming van mensenrechten. De organisatie hield zich bezig met hedendaagse mensenrechtenschendingen en zette zich in voor (het steeds verder groeiende aantal) politieke gevangenen en onderzoek naar marteling en verdwijningen in onder andere Tsjetsjenië.

Al 10 jaar zet Rusland onderdrukkende wetgeving zoals de ‘buitenlandse agenten’-wet in om de maatschappelijke ruimte op willekeurige wijze in te perken en critici, onder wie mensenrechtengroepen, de mond te snoeren. Sinds 2012 zijn zo vele tientallen onafhankelijke maatschappelijke organisaties en media buiten spel gezet.

Israël en de Bezette Palestijnse Gebieden

In een poging om het werk van mensenrechtenverdedigers de kop in te drukken vielen Israëlische strijdkrachten in augustus 2022 kantoren binnen van prominente Palestijnse mensenrechtenorganisaties. Eigendommen en documenten werden in beslaggenomen en de kantoren werden afgesloten met metalen platen. Met een militair bevel werden de organisaties onwettig verklaard. Dit is een ernstige schending van het recht op vrijheid van meningsuiting en vrijheid van vereniging en vergadering. Het gaat om de kantoren van Addameer, Al-Haq, Defence for Children International-Palestine (DCIP), de Vakbond van Agrarische Werkcomités, het Bisan Centrum voor Onderzoek en Ontwikkeling, Gezondheidswerkerscomités en de Palestijnse Vrouwencomités. Verschillende van de zeven getroffen organisaties leverden bewijsmateriaal van vermeende oorlogsmisdrijven door Israël aan het Internationaal Strafhof.