Demonstratie in Warschau, Polen, tegen wetten waardoor de onafhankelijkheid van de rechters wordt aangetast, 6 juli 2018
© Grzegorz Żukowski

Onafhankelijke rechtspraak aangetast

Het Poolse Constitutioneel Hof bepaalde op 14 juli 2021 dat voorlopige maatregelen, uitgevaardigd door het Hof van Justitie van de Europese Unie om de onafhankelijkheid van de Poolse rechterlijke macht te beschermen, onverenigbaar zijn met de Poolse grondwet. Het Constitutioneel Hof stelt hiermee de Poolse wetgeving boven die van de EU.

In Europese verdragen staat dat uitspraken van het Europees Hof van Justitie bindend zijn en dus voorrang hebben boven nationale wetten. Het Europees Hof had Polen gevraagd de werkzaamheden van de Tuchtkamer te schorsen omdat de onafhankelijkheid van de rechters in deze disciplinaire rechtskamer niet kan worden gegarandeerd. De hoogste Poolse rechter oordeelde echter dat de Tuchtkamer niet naar het Europees Hof hoeft te luisteren.

Ingrijpende hervormingen

In 2017 stemde het Poolse parlement in met een reeks wetsvoorstellen waarmee de rechterlijke macht ingrijpend werd hervormd en een deel van haar onafhankelijkheid verloor. Na grote ophef in binnen- en buitenland sprak president Duda over enkele van deze wetsvoorstellen zijn veto uit. Hij kwam vervolgens met eigen wetsvoorstellen, die alsnog werden aangenomen en eveneens de scheiding der machten aantasten. Dat betekent dat op dit moment de grenzen tussen de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht, die zo belangrijk zijn voor een rechtsstaat, drastisch verschuiven en de macht van de regering stevig wordt verankerd.

Op 7 mei 2021 oordeelde het Europese Hof voor de Rechten van de Mens dat er onregelmatigheden waren bij de verkiezing van rechters voor het Constitutioneel Hof in Polen. Het Poolse Hof is daardoor niet onafhankelijk en biedt geen bescherming voor de mensenrechten. Het was niet de eerste keer dat de Europese rechters kritiek uitten op de politieke benoemingen die de onafhankelijkheid van de rechtspraak in Polen aantasten. Amnesty verwelkomde het oordeel van het Europese Hof en riep de Europese Unie op tot actie.

Politieke benoemingen in Raad voor de Rechtspraak

De in 2017 en 2018 doorgevoerde wetswijzigingen gaven politici invloed op de rechterlijke macht, onder andere op de Raad voor de Rechtspraak. Deze raad heeft als taak om de onafhankelijkheid van het rechterlijk systeem te waarborgen en rechters voor het Hooggerechtshof te nomineren. De meerderheid van de leden van deze raad werd benoemd vanuit de rechterlijke macht zelf. Door de hervormingen kiest nu het parlement de leden. Omdat de PiS-partij een meerderheid heeft in het parlement, is de invloed van die partij op de benoeming van nieuwe rechters groot. Bovendien is het nagenoeg onmogelijk om de benoeming van een rechter aan te vechten. Nu er regeringsgetrouwe leden in de Raad van de Rechtspraak zitten, is de onafhankelijkheid van dit orgaan aangetast.

In maart 2021 oordeelde het Europees Hof van Justitie dat de regelgeving omtrent de benoeming van rechters in het Hooggerechtshof in Warschau in strijd is met EU-wetgeving. Het hof richtte zich met de uitspraak vooral op de Raad voor de Rechtspraak. Critici van de regering krijgen nu steun van het Europees Hof, dat ook oordeelde dat wanneer benoemingsregels de onafhankelijkheid van het Hooggerechtshof inperken, datzelfde hof de regels naast zich neer mag leggen. De PiS-regering weigert om deze uitspraken van de EU te accepteren. Als gevolg hiervan besliste een Amsterdamse rechtbank dat Poolse verdachten niet aan Polen mogen worden uitgeleverd, vanwege het risico op een oneerlijk proces.

Vervanging van rechters

Een van de wetten uit 2017 die de president overigens wel direct tekende, geeft de minister van Justitie de mogelijkheid om presidenten en vicepresidenten van rechtbanken te ontslaan en te benoemen. Daarnaast werd de pensioenleeftijd voor rechters van het Hooggerechtshof voor mannen van 70 naar 65 jaar verlaagd en voor vrouwen van 65 naar 60 jaar. Dit betekende dat 40 procent van de rechters vervangen kon worden. De Europese Commissie stapte naar de rechter nadat de Poolse regering weigerde om de maatregel in te trekken. Het Europees Hof van Justitie oordeelde in 2019 dat de wet in strijd is met de gelijke behandeling van man en vrouw. In afwachting van een uitspraak eiste het hof in november 2018 in een kort geding dat de ontslagen rechters hun baan moeten terugkrijgen. Dat gebeurde toen ook.

De wet waarin de pensioenleeftijd van vrouwelijke en mannelijke rechters verschilt, is in strijd met het Europees recht.

Demonstranten steunen rechters en aanklagers tegen wie disciplinaire maatregelen worden genomen, Warschau, september 2018.
© Grzegorz Żukowski
Demonstranten steunen rechters en aanklagers tegen wie disciplinaire maatregelen worden genomen, Warschau, september 2018.

Uitbreiding Hooggerechtshof

Het Hooggerechtshof werd met twee nieuwe kamers uitgebreid: de Disciplinaire Rechtskamer – de Tuchtkamer – die rechters en advocaten kan aanklagen, en de Kamer voor Buitengewone Controle en Publieke Aangelegenheden, die de bevoegdheid heeft om vonnissen van de afgelopen twintig jaar nietig te verklaren. Ook oordeelt de Kamer voor Buitengewone Controle over de geldigheid van verkiezingen en over het beboeten van media. De leden van beide kamers worden benoemd door de bovengenoemde Raad voor de Rechtspraak. De kamers worden niet erkend door onafhankelijke rechters, waardoor de crisis in het gerechtelijk apparaat alleen maar groter wordt.

De tuchtkamer

De tuchtkamer heeft vergaande bevoegdheden en kan rechters schorsen, kan een korting op hun salaris geven of hun onschendbaarheid opheffen waardoor ze vervolgd kunnen worden. Omdat regeringspartij PiS een meerderheid heeft in het Poolse parlement, kan zich met de samenstelling van de tuchtkamer bemoeien. De onafhankelijkheid van de rechters in de Tuchkamer kan hierdoor niet worden gegarandeerd. De maatregelen die de Tuchtkamer kan nemen, hebben een afschrikkende werking omdat rechters mogelijk waken om uitspraken te doen die de regering liever niet wil horen aangezien ze daarvoor kunnen worden gestraft.

In augustus 2021 kondigde de Poolse regering aan onder protest de tuchtkamer te ontmatelen. Dat gebeurde nadat het Europees Hof van Justitie een maand eerder oordeelde dat de tuchtregeling voor Poolse rechters in strijd is met het Europese recht. Volgens de hoogste Europese rechter kan door de tuchtregeling de onpartijdigheid en onafhankelijkheid voor de rechters van het Poolse Hooggerechtshof en gewone rechtbanken niet gegarandeerd worden. De Europese Commissie, gesteund door Nederland, België, Denemarken, Finland en Zweden, legde de tuchtregeling ter beoordeling aan het Europees Hof voor. Eerder al, in april 2020, had het hof de Poolse regering in een kort geding opgedragen om de werkzaamheden van de Tuchtkamer stop te zetten.

In september 2021 liet de Europese Commissie weten met een dwangsom, die kan oplopen tot 100 duizend euro per dag, de ontmanteling van de tuchtkamer te willen  afdwingen. De Commissie vroeg het Europsees Hof van Justitie om de dwangsom op te leggen. De schriftelijke toezegging die de Poolse autoriteiten in augustus deden om de tuchtkamer te ontmantelen, gaat de Europese Commissie niet ver genoeg.

Rechters tegengewerkt

Rechters die zich in Polen inzetten om de onafhankelijke rechtspraak te beschermen tegen inmenging van de regering, worden ernstig tegengewerkt, zowel tijdens hun werk als online. Dat staat in het Amnesty-rapport ‘Poland: Free Courts, Free People’ uit 2019.

In januari 2020 nam het Poolse parlement de zogenoemde ‘muilkorf-wet’ aan. Daarmee kan iedere rechter worden beboet, gedegradeerd of worden ontslagen als deze twijfels uit over de status of benoeming van een andere rechter. Rechters mogen ook geen politieke uitlatingen meer doen wat erop neer komt dat ze zich niet kunnen laten horen als hun onafhankelijke positie in het gedrang is.

In 2021 werd door de Tuchtkamer de immuniteit van Igor Tuleya, een prominente rechter van de districtsrechtbank in Warschau, opgeheven. Hij kan nu aangeklaagd worden voor het openlijk bekritiseren van de regering vanwege het uithollen van de rechtsstaat.

Minder bevoegdheden Constitutioneel Hof

In december 2015 keurde het Poolse parlement een wet goed die het Constitutioneel Hof de bevoegdheid ontneemt wetten aan de grondwet te toetsen. Daardoor kan het hof niet langer de regering controleren. Dit betekent in combinatie met de andere hervormingen een verdere uitholling van de Poolse rechtsstaat. In maart 2016 wees het Constitutionele Hof de eerste versie van de nieuwe wet af, omdat deze ongrondwettig zou zijn, maar volgens de regering is het hof niet gerechtigd om over zijn eigen hervorming te oordelen. Sinds 2018 heeft de PiS het in het hof voor het zeggen na een aantal politieke benoemingen.

De Europese Commissie startte in 2020 voor de vierde keer een inbreukprocedure tegen Polen vanwege de aantasting van de onafhankelijkheid van de rechtspraak in het land.