Solidariteitsactie van Amnesty Polen met Hongarije.
© Amnesty International/Grzegorz Żukowski

Wat is het probleem?

Sinds 2010 beschikte de politieke partij Fidesz van premier Viktor Orbán lange tijd over een tweederdemeerderheid in het parlement. Die gebruikte Orbán om met nieuwe regels en wetten de rechterlijke macht in te perken, het maatschappelijk middenveld buitenspel te zetten, de vrije meningsuiting te onderdrukken en vluchtelingen en asielzoekers tegen te houden. Aan het eind van Orbáns vorige regeertermijn raakte hij zijn absolute meerderheid kwijt, maar na de parlementsverkiezingen in april 2018 heeft zijn partij opnieuw een tweederdemeerderheid.

  • Het medialandschap is totaal veranderd nadat aanhangers van premier Orbán kritische kranten opkochten en regeringsgezinde redacties aanstelden. De grootste onafhankelijke online en offline kranten werden tot zwijgen gebracht.
  • Hoewel het Europese Hof van Justitie oordeelde dat een wet die strenge regels oplegt aan non-gouvernementele organisaties die geld uit het buitenland ontvangen in strijd is met het Europees recht, worden ngo’s nog steeds tegengewerkt en zwart gemaakt. Tegen mensenrechtenorganisaties worden haatcampagnes gevoerd.
  • Lhbti’ers (lesbiennes, homo- en biseksuelen, transgender en intersekse personen) worden gestigmatiseerd en mogen geen kinderen adopteren. Het geslacht van transgenders wordt niet wettelijk erkend.
  • De druk op rechters wordt steeds groter, waardoor hun onafhankelijkheid in gevaar is. Het onlangs benoemde hoofd van het Hooggerechtshof is trouw aan de regering en voldoet daarmee niet aan de criteria voor zo’n hoge positie.
  • Een serie anti-terrorismemaatregelen is gebaseerd op het uiterst vage en brede begrip ‘terroristische dreiging’. In geval het parlement een ‘terroristische dreiging’ uitroept, krijgt de regering voor onbepaalde tijd buitengewoon grote bevoegdheden, die een bedreiging voor de mensenrechten vormen. Te denken valt aan onder meer het opschorten van wetten en het versneld aannemen van nieuwe noodmaatregelen, de beperking van de bewegingsvrijheid, en het verbieden van openbare bijeenkomsten.

Recente ontwikkelingen

In 2018 stemde een meerderheid van het Europees Parlement in met het op gang brengen van de zogenoemde een artikel 7-procedure. Dat is het zwaarste strafmiddel dat de EU kan inzetten om een lidstaat het stemrecht te ontnemen. Met de procedure kan een EU-lidstaat worden aangepakt die voortdurend de rechtsstaat schendt. Als een land zijn beleid niet verbetert, kan het worden geschorst en verliest het zijn stemrecht in Europese raden. De procedure verloopt traag omdat alle EU-lidstaten ermee moeten instemmen, iets wat Polen weigert te doen.