Portret Annemarie Busser, Mensenrechtenbeleid / Senior Medewerker Mensenrechtenprojecten.
© Amnesty International (Foto: Karen Veldkamp)

‘Amnesty heeft vaak het verschil kunnen maken’

‘Amnesty heeft vaak het verschil kunnen maken’

Annemarie Busser werkte 33 jaar lang bij Amnesty Nederland. Al die tijd zette zij zich in voor vluchtelingen en migranten. Onlangs ging zij met pensioen. We blikken met haar terug op haar tijd bij Amnesty.

Waarom wilde je 33 jaar geleden graag bij Amnesty werken?
Na de middelbare school werkte ik een jaar in een kindertehuis, waar ik Molukse kinderen zag. Ze waren uit huis geplaatst omdat hun ouders in hongerstaking waren gegaan. Toen ik mijn opleiding aan de academie voor educatieve arbeid had afgerond, kwam ik in mijn werk veel in aanraking met migranten. Ik werkte in een buurthuis in Rotterdam, in een wijk waar veel arbeidsmigranten woonden. Ik vond hun verhalen erg interessant en raakte snel geïnteresseerd in de juridische kant; hoe zorg je ervoor dat deze mensen krijgen waar ze recht op hebben?

Dus begon ik aan een avondstudie rechten en werkte overdag als vrijwilliger bij VluchtelingenWerk. Daar ontmoette ik mensenrechtenverdedigers die in eigen land hun nek hadden uitgestoken en daarom moesten vluchten. Helden vond ik dat, en bij Amnesty kreeg ik de kans er nog meer te ontmoeten en hen te helpen. Sommige van mijn vrienden vonden wel dat ik naar een brave, keurige organisatie ging. Maar dat bleek anders.

Wat deed je je eerste tijd bij Amnesty?
Amnesty’s afdeling Vluchtelingen bood de eerste 25 jaar dat ik er werkte vluchtelingen een-op-een ondersteuning bij hun asielverzoek. Mijn werk bestond voor het overgrote deel uit het luisteren naar hun verhalen en samen met hen onderzoeken wat er moest gebeuren. Wij namen echt de tijd voor mensen. Daardoor voelden ze zich gehoord. Én we deden onderzoek waardoor we bewijs op tafel kregen dat ervoor zorgde dat een zogenaamd uitgeprocedeerd persoon toch weer in aanmerking kwam voor asiel. Als Amnesty maakten we daarin zeker een verschil.

Uiteindelijk deed je vooral onderzoek naar vreemdelingendetentie en de behandeling van ongedocumenteerden – waarom die verandering?
Op een gegeven moment stopten we met de persoonlijke vluchtelingendossiers, omdat VluchtelingenWerk steeds groter en sterker werd. Amnesty besloot toen dat wij ons beter konden richten op de rechten van migranten zonder verblijfsrecht in Nederland, omdat die belangen nog niet behartigd werden. Daar had ik het aanvankelijk moeilijk mee. Maar al snel zag ik dat er voor die groep mensen heel veel moest gebeuren. Ik ben blij dat we daar de afgelopen jaren veel in hebben kunnen betekenen, al hebben die mensen nog veel meer nodig.

Wat heeft Amnesty in de tijd dat je er werkte bereikt voor vluchtelingen en migranten?
Amnesty heeft vaak het verschil kunnen maken. Zoveel vluchtelingen hebben dankzij Amnesty bescherming gevonden, zoveel mensen hebben zich gesteund gevoeld, zoveel scherpe randjes zijn van wetgeving afgeschuurd. Ook op het gebied van vreemdelingendetentie hebben we wel iets bereikt. Zo zijn de vreselijke detentieboten gesloten, de gesloten gezinsvoorziening is echt vele malen beter dan de gevangenissen waar gezinnen met kinderen vroeger in cellen werden opgesloten. En we hebben ervoor gezorgd dat mensen in vreemdelingendetentie zich niet meer standaard na ieder bezoek helemaal hoeven uit te kleden om tot in alle lichaamsgaten te worden gecontroleerd.

Ook voor vreemdelingen die op straat leven is er wat verbeterd. Het wordt nu wel breed erkend dat mensen hun toekomst, en hun eventuele vertrek uit Nederland, vanaf de straat niet kunnen regelen. Wel komen ze in zodanige armoede terecht dat hun menselijke waardigheid gevaar loopt. Op verschillende plekken in Nederland is nu 24-uursopvang en begeleiding. Die opvang is nog niet onvoorwaardelijk voor iedereen beschikbaar en de toekomst is onzeker, maar het is een belangrijke stap vooruit.

Had je veel aan de hulp van vrijwilligers?
Driekwart van de afdeling Vluchtelingen bestond uit vrijwilligers. Die zijn enorm belangrijk voor Amnesty. Ze houden je alert met hun idealisme, doorzettingsvermogen en eindeloze geduld. Daar heb ik veel bewondering voor. Ze zitten er niet omdat ze betaald worden om dit werk te doen, en dat houdt ook jou als vaste medewerker bevlogen. Maar soms had ik het er ook moeilijk mee. Zij besteedden al hun energie aan één of een paar zaken, deden daar alles voor, terwijl ik vanuit Amnesty de verantwoordelijkheid had het bredere perspectief in het oog te houden. Dat zette me onder druk en zorgde ervoor dat ik soms het gevoel had tekort te schieten.

De politieke steun voor de bescherming van vluchtelingen brokkelt af. Hoe blijf je hoopvol?
Af en toe word ik inderdaad moedeloos. Al dat het leed en onrecht heeft een soort wond veroorzaakt waarin steeds opnieuw zout wordt gegooid. Maar ik word hoopvol als ik zie dat heel veel jongeren zich actief inzetten voor asielzoekers en migranten. En al die lokale initiatieven en gemeentes die tegen de politieke wind in ervoor zorgen dat mensen niet op straat leven. Het is goed te zien dat er altijd weer mensen zijn die het oppakken. Zoals een oud-collega van ons zei: ‘We will hold the line’. Ook als het moeilijk is, stoppen we niet. Juist als er weinig draagvlak is, is het belangrijk door te gaan. En ooit komen er betere tijden.

Wat ga je nu doen?
Ik neem nu even pauze, mijn oud-collega’s houden de lijn vast. Maar over een tijdje wil ik vast wel weer iets met asielzoekers of migranten. Iets waarbij ik direct met mensen kan samenwerken, met een gegarandeerd positief resultaat. Voorlezen aan kinderen met een taalachterstand bijvoorbeeld. En intussen lees ik nog altijd stiekem met Amnesty mee. Ik heb veel bewondering voor Amnesty en ben trots dat ik daar heb mogen werken.