Mensenrechtenencyclopedie
© Flickr.com / CC / valerieroybal

Ontwikkeling als mensenrecht

Het recht op ontwikkeling betekent in de praktijk vooral: bescherming tegen kolonisering en andere vormen van internationale afhankelijkheid die de nationale vooruitgang tegenhouden.

De VN-verdragen van 1966 noemen in het eerste artikel het recht op economische, sociale en culturele ontwikkeling. Het VN-verdrag (EcSoCu) noemt het recht te genieten van de voordelen van wetenschappelijke vooruitgang en de toepassingen daarvan.

Het recht op ontwikkeling, als een van de collectieve rechten, is voor het eerst expliciet geformuleerd begin jaren zeventig en werd in 1986 aanvaard door de lidstaten van de VN, met alleen de VS tegen. Het betekent in de praktijk vooral: bescherming tegen kolonisering en andere vormen van internationale afhankelijkheid die de nationale vooruitgang tegenhouden.

Kritiek

Er is ook kritiek op de formulering van dit recht: het zou regeringen de gelegenheid bieden om in het kader van de gewenste ‘ontwikkeling’ bepaalde grondrechten op te schorten. Bovendien is erg onduidelijk welke volken of andere groepen als collectief het recht op ontwikkeling zouden moeten genieten.  Dat bleek bijvoorbeeld bij de referenda over de onafhankelijkheid van Catalonië: de Spaanse regering stelde zich op het standpunt dat de grondwet afscheiding alleen toestaat als niet alleen in Catalonië maar in heel Spanje een meerderheid vóór is.