Mensenrechtenencyclopedie
© Flickr.com / CC / valerieroybal

Leeftijd en mensenrechten

Internationale mensenrechtenverdragen noemen leeftijd soms als beperking, bijvoorbeeld voor het sluiten van huwelijken, werk en het opleggen van de doodstraf.

De tendens in internationaal recht is om voor het kind de leeftijdsgrens steeds hoger te leggen waar het gaat om bijvoorbeeld arbeid en militaire dienst, en steeds lager waar het de vrijheid tot keuze en handelen betreft.

Bij ouderen gaat men steeds meer over tot afschaffing van leeftijdsgrenzen bij vrijwillig aangegane arbeid. Er is toenemend aandacht voor leeftijdsdiscriminatie, zoals het gegeven dat mensen uitsluitend vanwege hun (hoge) leeftijd niet of minder in aanmerking komen voor betaald werk, voorzieningen of een verantwoordelijke positie in het politiek en maatschappelijk leven.

Het VN-verdrag voor burgerrechten en politieke rechten, het VN-Kinderverdrag en het Amerikaans Mensenrechtenverdrag bepalen dat de doodstraf niet mag worden opgelegd aan personen die jonger dan 18 jaar waren toen ze het halsmisdrijf begingen. Het Amerikaanse verdrag verbiedt ook het opleggen van de doodstraf aan degenen die ten tijde van het misdrijf ouder waren dan 70 jaar.

Leeftijd en pensioenrechten

Op hogere leeftijd zijn mensen ook gebaat bij pensioenvoorzieningen. In veel ontwikkelingslanden bestaat er geen algemeen pensioen. Een wettelijk geregeld pensioen is er dan bijvoorbeeld alleen voor degenen in overheidsdienst. In de ontwikkelde landen wordt de pensioenleeftijd geleidelijk verhoogd. Dat is in overeenstemming met de toegenomen levensverwachting. Maar voor veel mensen, vooral als ze een lichamelijk of mentaal zwaar beroep hebben, is lang doorwerken een gezondheidsrisico.