Marteling in Zuid-Sudan
© AFP/Getty Images

Zuid-Sudan: slachtoffers marteling en detentie verdienen eerherstel en schadevergoeding

In Zuid-Sudan worden sinds 2013 mensen willekeurig vastgehouden en gemarteld. Hierdoor kampen honderden van hen met fysieke en psychische problemen. De regering van Zuid-Sudan moet ervoor zorgen dan aan deze misstanden een einde komt en moet garanderen dat de slachtoffers eerherstel en een schadeloosstelling krijgen.

In juli 2016 laaide in de Zuid-Sudanese hoofdstad Juba het geweld op tussen rivaliserende soldaten van president Salva Kirr en vice-precident Riek Machar. Daarbij kwamen honderden mensen om het leven. Anderen werden gedetineerd en tijdens hun gevangenschap zwaar gemarteld.

Geslagen met stokken en riemen

Gatwich (34) werd in zomer van 2016 gearresteerd. Tijdens zijn verhoor werd hij geslagen en met een stomp mes gestoken. Tijdens zijn detentie op de militaire basis Gorom gingen de mishandelingen door. Na zijn vrijlating in december 2017 vertelde hij Amnesty-medewerkers: ‘In Gorom kon je niet praten. Als iemand ons hoorde praten, werden we naar buiten gebracht, geslagen en gemarteld. Ze gebruikten houtblokken, bamboestokken en riemen. Als ze besloten je te doden, hamerden ze een spijker in je hoofd. De rest van ons werd gedwongen ernaar te kijken.’

Gatwich is een van de honderden mensen, voornamelijk mannen, die de nationale veiligheidsdienst en het militaire inlichtingendirectoraat willekeurig detineerden sinds het conflict eind 2013 in Zuid-Sudan begon. Degenen die het overleefden lieten weten dat ze zich vaak afvroegen of ze ooit nog levend uit de cel zouden komen en of ze ooit hun familie zouden terugzien. Nu leven ze met de voortdurende angst om opnieuw gearresteerd te worden.

Slachtoffers aan hun lot overgelaten

‘Voordat ik werd gevangengezet was mijn leven op orde. Maar daarna – ik werd drie jaar en twee maanden vastgehouden – werd mijn leven moeilijk. Toen ze me arresteerden, gingen ze naar mijn huis en namen alles mee. Toen ik vrijkwam was er niets meer. Nu kan ik het me niet veroorloven mijn kinderen naar school te sturen en huur te betalen. Ik kan geen baan vinden omdat ze mijn identiteitspapieren hebben afgepakt, en met mijn gezondheid gaat het ook niet goed’, vertelde Moses (32).

Door de tekortschietende gezondheidszorg in Zuid-Sudan – zelfs voor de meest basale zorg is de bevolking afhankelijk van hulporganisaties – krijgen de voormalige gevangenen niet de medische en psychologische hulp die ze nodig hebben. Zeker voor mannen die tijdens hun gevangenschap slachtoffer werden van seksueel geweld is er nauwelijks gespecialiseerde zorg.

Recht op eerherstel en schadevergoeding

Amnesty roept de Zuid-Sudanese autoriteiten op te garanderen dat de slachtoffers eerherstel en een schadevergoeding krijgen, ook voor het fysieke en geestelijke leed dat ze is aangedaan. Daarnaast moet de regering een onafhankelijk, onpartijdig onderzoek instellen naar de meldingen over marteling en de daders berechten zonder daarbij de doodstraf op te leggen.

 

De namen zijn veranderd om de voormalige gevangen te beschermen.