Şebnem

Maak ons je voorkeursbron

Stel Amnesty in als voorkeursbron in Google en mis onze artikelen niet.

Maak ons je Google-favoriet

Wat Write for Rights voor Şebnem heeft betekent

Şebnem Korur Fincancı schreef in een column in de Turkse krant Evrensel wat Write for Rights voor haar heeft betekent.

De Turkse hoogleraar forensische geneeskunde Şebnem Korur Fincancı riep op tot een onafhankelijk onderzoek naar het vermoedelijke gebruik van chemische wapens in de Koerdische regio van Irak. Daarom wilde de Turkse overheid haar voor 7 jaar in de gevangenis opsluiten. Tijdens Write for Rights 2024 kwamen wereldwijd honderduizenden mensen in actie voor haar vrijlating. In februari 2025 werd ze in één zaak vrijgesproken, maar er lopen nog steeds andere aanklachten tegen haar. Hieronder volgt de Nederlandse vertaling van Şebnems column in Evrensel.

We zullen nooit alleen lopen

Soms komen er een paar regels uit een envelop.

Soms een hele wereld.

Al maandenlang open ik dozen. Brieven, kaarten, het nog wat onvaste handschrift van kinderen, stickers, tekeningen, de trillende maar elegante handschriften van mensen die de last van de jaren dragen… Woorden die me hebben geraakt, van mensen van 2 tot 92 jaar oud.

Wat er uit deze dozen tevoorschijn komt, zijn niet alleen maar brieven.

Het is een georganiseerd geweten.

Een fragment van een solidariteit die ons allemaal omvat – bijeengebracht door de campagne van Amnesty. Van over de hele wereld: van India tot Canada, van Japan tot Nieuw-Zeeland. En in verschillende talen herhaalt dezelfde zin zich:

“Je bent niet alleen.”

Soms vergeten we dat.

Als je te maken krijgt met een mensenrechtenschending, gaat het nooit alleen om de wet. Het gaat ook om eenzaamheid. Om het niet weten of je stem überhaupt ergens weerklank vindt. En precies op dat moment vult een brief die aan jou is geschreven door iemand die je nog nooit hebt ontmoet, die leegte op.

Kan een brief de wereld veranderen?
Ja, dat kan. Maar misschien niet op de manier die we ons voorstellen.

Een brief verandert niet van de ene op de andere dag alles. Een brief verandert op zichzelf geen wetten. Maar een brief verandert wel een mens. En wanneer een mens verandert, is de wereld al begonnen te verschuiven.

Leerlingen van een technische middelbare school in Polen schreven me na het bekijken van een video die de leraar hun had laten zien. Jongens, met haastig uit schetsboekjes gescheurde pagina’s, verhalen die door elkaar heen liepen… Meisjes, met zorgvuldig versierd papier, zinnen doordrenkt van gevoel… Ze spraken elk vanuit een andere plek, een ander bewustzijn. Toch kwamen ze allemaal op hetzelfde punt uit:

Het vermogen om de pijn van een ander te voelen.
Dit is precies wat we solidariteit noemen.

Het hoeft niet perfect te zijn. Het hoeft niet vlekkeloos te zijn. Ergens beweegt een kind een pen voor iemand aan de andere kant van de wereld. Dat alleen al is een doorbraak.

Overal ter wereld schrijven mensen naar iemand die ze nog nooit hebben ontmoet. Want als er ergens een mensenrechtenschending plaatsvindt, is dat niet langer een lokale kwestie. Het is een mondiale verantwoordelijkheid. En die verantwoordelijkheid wordt niet gedragen door staten – die daar zo vaak in falen – maar door mensen, voor elkaar.

We leven in een systeem dat ons voortdurend zegt: bemoei je met je eigen leven.
Maar die brieven zeggen iets anders:

Een mens wordt pas mens wanneer die zich inzet voor een ander.
Een brief lijkt misschien onbeduidend. Maar wat gebeurt er als die brieven samenkomen?

Ze creëren druk.
Ze zorgen voor zichtbaarheid.
Ze dwingen de macht om een stap terug te doen.

Stilte is waar mensenrechtenschendingen zich het meest mee voeden. En deze campagnes doorbreken die stilte. Ze herinneren staten aan iets eenvoudigs: wat je denkt dat niemand ziet, bereikt in feite de pen van een kind aan de andere kant van de wereld.

Een opdracht die in een klaslokaal in Litouwen wordt gegeven, is in werkelijkheid een politieke daad. Een kaartje dat vanuit Canada wordt verstuurd, kan even duidelijk zijn als een diplomatiek bericht. Want solidariteit is niet alleen maar goede wil – het is een kracht die machtsverhoudingen hervormt.

De recente overwinning van de mijnwerkers herinnerde ons aan iets fundamenteels: rechten worden niet van bovenaf als gunsten verleend; ze worden van onderaf veroverd, door solidariteit. En solidariteit is geen slogan – het is een kracht die resultaten oplevert.

En op mijn bureau liggen nog steeds duizenden brieven te wachten om geopend te worden.

Ik wil ze allemaal bewaren.
Want het is niet zomaar papier.
Het zijn getuigenissen. Solidariteit. Hoop.
Boodschappen die de mensheid aan zichzelf schrijft.

Maar er ligt ook een vraag voor me:
Waar moet ik al die hoop laten?

Misschien is het antwoord dit:
Je kunt het niet opsluiten.
Want hoop is niet iets om op te slaan.
Ze groeit wanneer ze wordt gedeeld.

En misschien is dat wel de reden waarom een brief nooit zomaar een brief is.

De brieven die zich op mijn bureau opstapelen, blijven dit keer op keer zeggen:

Je bent niet alleen.

En soms is dat de zin waar een regime het meest bang voor is.

 

Schrijf mee voor mensen zoals Şebnem

Jij kunt met jouw woorden mensen zoals Şebnem laten weten dat zij er niet alleen voor staan. Bijvoorbeeld door zelf een schrijfactie te organiseren.