Vreemdelingendetentie in Nederland: Mensenrechten als maatstaf

Vreemdelingendetentie in Nederland: Mensenrechten als maatstaf

Aan de vooravond van het verschijnen van het visiedocument van staatssecretaris Teeven over de toekomst van vreemdelingendetentie in Nederland, roept Amnesty International Teeven in een nieuw rapport op haast te maken met de aangekondigde terugkeer van de ‘menselijke maat’ in het vreemdelingenbeleid.

Younis vluchtte in 2003 voor de oorlog in het grensgebied van Noord- en Zuid Soedan. In Nederland kreeg hij een verblijfsvergunning voor drie jaar. Die vergunning werd niet verlengd omdat Nederland oordeelde dat Noord-Soedan veilig genoeg was om naar terug te keren. Sinds 2006 zat Younis vijf maal in vreemdelingendetentie. In totaal zo’n vier jaar van zijn leven. ‘Het leven voltrekt zich zonder jou, daar ergens buiten die deuren. De bewakers gaan om vijf uur naar huis, ze wensen elkaar een goed weekend of gaan op vakantie. Bij jou gaat de deur om vijf uur op slot. Het is alsof je niet bestaat….’.

Daarnaast wil Amnesty dat de staatssecretaris zo snel mogelijk een einde maakt aan de herhaalde detentie van vreemdelingen en de cijfers hierover over de jaren 2011 en 2012 openbaar maakt. ‘Uit cijfers over 2010 blijkt dat 27 procent van de vreemdelingen twee keer of vaker in detentie zat, waarbij de totale detentietijd kan oplopen tot enkele jaren, terwijl de maximale wettelijke termijn 18 maanden is’, aldus Eduard Nazarski, directeur van de Nederlandse afdeling van Amnesty International.

Tijdens het Tweede Kamerdebat in april over de zelfmoord van de Russische asielzoeker Dolmatov, werd zowel door staatssecretaris Teeven als door leden van de Tweede Kamer veelvuldig en terecht gewezen op de “menselijke maat” die moet terugkeren in het Nederlandse vreemdelingenbeleid. ‘De beste manier om die “menselijke maat” terug te brengen is door de mensenrechten van vreemdelingen te beschermen en te realiseren. Mensenrechten zijn immers bij uitstek de basis om menselijke waardigheid te garanderen’, zo zegt Eduard Nazarski.

In het vandaag verschenen rapport Vreemdelingendetentie in Nederland: Mensenrechten als maatstaf, beschrijft Amnesty International ontwikkelingen op het gebied van vreemdelingendetentie sinds het verschijnen van eerdere Amnesty-rapporten in 2008, 2010 en 2011, zowel wat betreft het principe dat detentie een uiterste middel moet zijn (ultimum remedium) als de omstandigheden in de centra voor vreemdelingendetentie.

Het ultimum remedium-beginsel

Het recht op vrijheid zou het uitgangspunt moeten zijn bij het vreemdelingenbeleid, maar dat is nog steeds niet het geval, aldus het Amnesty-rapport. ‘Het principe dat vreemdelingendetentie slechts als uiterste middel moet worden toegepast moet in de wet worden opgenomen’, zo zegt Eduard Nazarski. ‘Bij gebrek aan een duidelijke normstelling over wanneer vreemdelingendetentie toe te passen, en in het bijzonder wanneer deze niet toe te passen, is het zeer twijfelachtig of met beleidsmaatregelen (zoals het uitbreiden van de pilotprojecten naar alternatieven), het ultimum remedium principe voldoende kan worden beschermd’.

De afname van het aantal vreemdelingen in detentie is positief, maar onvoldoende, en hangt niet noodzakelijkerwijs alleen maar samen met het beter waarborgen van het ultimum remedium-beginsel.  De maximum detentietermijn van 18 maanden, gebaseerd op de Europese Terugkeerrichtlijn, is buiten proportioneel lang en zou ook gezien het ingrijpende karakter van de maatregel naar beneden moeten. Naarmate vreemdelingen langer vast zitten, neemt de kans op een geslaagde uitzetting ook nog eens af. Een bijzonder punt van zorg daarbij is dat bij herhaalde detentie de “18 maanden teller” steeds weer opnieuw gaat lopen en dat vreemdelingen daardoor onbeperkt in vreemdelingendetentie kunnen worden geplaatst.

Tenslotte: detentie voor kwetsbare groepen als kinderen, ouderen, slachtoffers van mensenhandel, slachtoffers van marteling en personen met psychische of fysieke gezondheidsproblemen blijft mogelijk in de huidige praktijk. Amnesty International is hier een groot tegenstander van.

Het detentieregime

Op het gebied van het detentieregime zijn de afgelopen jaren enkele verbeteringen te constateren, zoals het uitbreiden van de activiteiten- en bezoekuren. De nieuwe detentielocaties bieden betere faciliteiten, onder meer met betrekking tot de mogelijkheid tot luchten.

Dit neemt niet weg dat ook de nieuwe detentiefaciliteiten er nog steeds uitzien en ingericht zijn als gevangenissen voor strafrechtelijk gedetineerden, terwijl het gaat om vreemdelingen die slechts vastzitten om beschikbaar te zijn voor uitzetting.

‘Waarom mensen 16 uur per dag opsluiten in een cel en blootstellen aan allerlei veiligheidsmaatregelen? Is een muur rondom een opvangcentrum niet meer dan genoeg’, aldus Eduard Nazarski.

‘Hanteer bij het invullen van het nieuwe wettelijke (bestuursrechtelijke) kader voor het regime het principe van de minimale beperkingen’, zo zegt Eduard Nazarski. ‘Zorg voor maximale mogelijkheden voor de vreemdeling om zich vrijuit te bewegen binnen de grenzen van de detentielocatie; voor maximale mogelijkheden tot contact met de buitenwereld; voor een zinvolle dagbesteding, inclusief de mogelijkheid tot leren en werken en verbeter de medische zorg’.

Amnesty International is van mening dat sancties en strafmaatregelen in beginsel niet thuishoren in bestuursrechtelijke detentie. ‘Fouillering, visitatie en isolatie moeten tot een minimum beperkt worden, omdat het zij ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit zijn’, aldus Eduard Nazarski.

‘Gezien het gebrek aan fundamentele verbeteringen in de afgelopen jaren zal staatssecretaris Teeven in zijn visiedocument met een doortastend plan van aanpak moeten komen. De tijd van halve maatregelen is al lang voorbij’, zo zegt Eduard Nazarski.