© Anadolu Agency/Getty Images

VN: verachtelijk veto van Rusland en China stopt levensreddende hulp aan miljoenen Syriërs

VN: verachtelijk veto van Rusland en China stopt levensreddende hulp aan miljoenen Syriërs

Tijdens een vergadering van de VN-Veiligheidsraad spraken Rusland en China hun veto uit tegen verlenging van humanitaire hulp aan Syrische burgers. Vanaf 10 juli komt er daardoor een einde aan de humanitaire hulp die voor miljoenen burgers in het noordwesten van Syrië van levensbelang is. ‘Verachtelijke en gevaarlijke veto’s’, vindt Amnesty International.

‘Het belang dat de grensovergangen die essentiële hulp mogelijk maken, open blijven, valt niet genoeg te benadrukken. Voor miljoenen Syriërs maakt dat het verschil tussen eten hebben en sterven van de honger. Voor ziekenhuizen zorgt het ervoor dat ze genoeg voorraden hebben om mensenlevens te redden. Daarom is de het veto van Rusland en China verachtelijk en gevaarlijk’, zegt Sherine Tadros, hoofd van Amnesty’s kantoor bij de VN.

VN laat burgers in de steek

De leden van de Veiligheidsraad onderhandelden maanden met elkaar over welke grensovergangen met Syrië open zouden moeten blijven om humanitaire hulp en andere essentiële diensten als gezondheidszorg en onderwijs te kunnen leveren. De afspraak om humanitaire hulp aan Syrië te leveren is in 2014 gemaakt en sindsdien ieder jaar verlengd. Op 10 juli loopt deze afspraak af. Als dat gebeurt, heeft dat grote gevolgen voor de hulpverlening aan miljoenen Syriërs. Amnesty riep de VN al eerder op de humanitaire hulp niet stop te zetten.

‘Het is betreurenswaardig dat de grensovergang bij Al-Yarubiya, in het noordwesten van Syrië, opgeofferd is in de zoektocht naar een compromis met Rusland en China. De leden van de Veiligheidsraad moeten op dit punt standvastig zijn. Meer dan een miljoen Syriërs zijn voor hulp afhankelijk van deze grensovergang. Met een toenemend aantal coronapatiënten in Syrië is deze hulp belangrijker dan ooit. Gaat de Veiligheidsraad hen helpen of worden zij in de steek gelaten?’

Achtergrond

De VN-afspraak om humanitaire hulp te leveren aan Syrië werd in 2014 gemaakt via resolutie 2165. Op 10 januari werd de afspraak voor een half jaar verlengd tot 10 juli, maar slecht voor twee grensovergangen, Bab Al Salam en Bab Al-Hawa aan de Turks-Syrische grens. De grensovergangen al-Ramtha, aan de Jordaans-Syrische grens, en Al-Jurubiya, aan de Iraaks-Syrische grens, vallen buiten de  VN-resolutie. De resolutie werd in januari aangenomen met elf stemmen voor en vier onthoudingen (Rusland, China, De Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk).

Op 11 mei publiceerde Amnesty een rapport met voorbeelden van achttien aanvallen van het Syrische en Russische leger begin dit jaar op scholen en ziekenhuizen in het noordwesten van Syrië: in de stad Idlib en de provincies West-Aleppo en Noordwest-Hama. Daardoor zijn ongeveer 1 miljoen mensen uit Idlib op de vlucht geslagen. Zij leven al maanden onder erbarmelijke omstandigheden. Amnesty drong er bij de Verenigde Naties op aan de humanitaire hulp aan deze mensen voort te zetten.