Richard Schlichting

Vijf vragen aan …. Richard Schlichting

Vijf vragen aan …. Richard Schlichting

Tot zijn pensioen werkte Richard Schlichting (75 jaar) in de automatisering. Zeven jaar geleden verhuisde hij van Hoofddorp naar Leeuwarden, om dichter bij zijn dochter en kleinkinderen te gaan wonen. In de Friese hoofdstad besteedt hij zijn vrije tijd met veel plezier aan zijn familie én aan Amnesty: vanuit de internetgroep ondersteunt hij Amnesty-groepen door het hele land en daarnaast geeft hij geregeld gastlessen op basisscholen, middelbare scholen en mbo’s. Waarom is hij zich gaan inzetten voor Amnesty? En wat motiveert hem om dit te doen?

Kan je wat meer vertellen over jouw werk voor Amnesty? En wanneer ben je hiermee begonnen?

Voor mijn werk heb ik mij altijd beziggehouden met de automatisering van productie-installaties. Omdat ik min of meer onmisbaar was geworden bij het bedrijf waar ik werkte, werd ik na mijn pensioen gevraagd of ik lessen wilde geven om mijn kennis over te dragen. Ik merkte dat ik het lesgeven heel erg leuk vond. Toen ik lid werd van Amnesty en mij tien jaar geleden bij de Amnesty-groep in Hoofddorp meldde, bleek dat ik ook voor Amnesty les kon gaan geven. Zodoende ben ik daar met hulp van ervaren collega-vrijwilligers begonnen als gastdocent op het basisonderwijs. Voor mijn allereerste solo-gastles was ik gevraagd les te geven aan groep 5 en 6. Dat was meteen een grote vuurdoop, want het betrof een klas vol woelwaters: ze waren behoorlijk ondeugend! Toch heb ik alles goed over kunnen brengen en was mijn eerste gastles een succes. Naast het geven van gastlessen werd ik ook webmaster van de lokale groep en zorgde ik ervoor dat de webpagina van onze groep goed gevuld en up-to-date bleef.

Ook na mijn verhuizing naar Leeuwarden heb ik mij bij de lokale groep gemeld om mij in te zetten als gastdocent. Nu geef ik niet alleen les op het basisonderwijs, maar ook op middelbare scholen en mbo’s. De samenwerking met schooldocenten verloopt heel fijn. Je merkt hoeveel liefde zij voor het vak hebben. Van tevoren ga ik het liefst even bij de school op bezoek om alles door te spreken. Ik wil dat de docenten de heftigheid van de materie beseffen. Samen bepalen we welk onderwerp we behandelen, waarna zij de gastlessen met de kinderen voorbereiden. Dit doen ze meestal erg goed.

Op elke school krijg ik complimenten over het lesmateriaal dat ontwikkeld is door Amnesty. Ik heb ook grote bewondering voor de afdeling Educatie op het kantoor in Amsterdam. Deze waardering spreek ik ook uit hoor, tijdens de jaarlijkse gastdocentendag bijvoorbeeld. Aan de andere kant krijg ik ook waardering voor mijn werk als gastdocent.

Naast dat ik gastlessen geef, coördineer ik ook de andere gastdocenten. Dit probeer ik wel wat minder intensief in te vullen, want sinds 2012 ben ik ook werkzaam voor de Amnesty-internetgroep. Dit houdt in dat ik samen met zes collega’s webmasters door het hele land ondersteun met het opzetten en beheren van hun lokale Amnesty-pagina.

Wat motiveert jou om je op deze manier in te zetten?

Mijn pensionering was een uitstekend moment voor reflectie. Ik hield me bezig met vragen als: wat heb ik nu eigenlijk uitgespookt afgelopen tijd? Wat waren de hobbels en wat waren de hoogtepunten? Ik merkte dat ik het heel mooi vind dat alle twee mijn kinderen hebben kunnen studeren. In Nederland lijkt dat misschien heel gewoon, maar educatie is niet overal vanzelfsprekend. In Afrika bijvoorbeeld gaan heel veel meisjes niet naar school, meestal vanwege traditionele verhoudingen. Daarom ben ik dankbaar voor wat er hier in Nederland allemaal mogelijk is. Door mijn werk voor Amnesty heb ik het idee dat ik wat teruggeef aan de maatschappij. Dat het gastdocentschap mijn passie zou worden, wist ik van tevoren niet. En het gaat me ook nog goed af! Wat langer geleden, vlak voor zijn overlijden, zei mijn zwager tegen mij dat hij al veel eerder had gevonden dat ik leraar moest worden. Blijkbaar had hij dat al eerder door dan ikzelf.

Wat is het leukste aan het werk dat je voor Amnesty doet?

Ik vind het persoonlijke contact met de webmasters en de leerlingen erg fijn. Daarnaast vind ik het leuk als ik mijn leerlingen iets kan laten ervaren. Zo heb ik een keer een les gegeven in de voormalige vrouwenvleugel van de Blokhuispoort, een oude gevangenis in Leeuwarden. Ik liet de leerlingen in zo’n kleine cel en deed heel even de deur dicht. Achteraf zei de lerares tegen mij: ‘Dat was zeer onaangenaam.’ ‘Nou, dan heb ik het idee dat wij elkaar begrepen hebben!’ zei ik toen.

Ik beleef altijd een vreugdemoment als ik hoor dat mensen vrijkomen voor wie Amnesty actievoerde. Deze successen deel ik ook in mijn gastlessen. Ik hoop dat dat de leerlingen motiveert om extra goed mee te doen met de schrijfactie, waarmee ik elke les afsluit. Verder vind ik het heel ontroerend om mensen te ontmoeten voor wie Amnesty actievoert of heeft gevoerd. Zo heb ik de vrouw van Raif Badawi uit Saudi-Arabië ontmoet en heb ik haar de kaarten die we voor haar man schreven persoonlijk overhandigd. Raif kreeg vier jaar geleden 50 stokslagen omdat hij kritische blogs schreef. Hij zit nog steeds vast en riskeert nog eens 950 stokslagen. Het raakt me als ik naar zulke verhalen luister. Het doet me ook beseffen dat er nog ontzettend veel moet gebeuren.

Zijn er ook dingen die je minder leuk of lastig vindt?

Ik vind het jammer als ik collega-vrijwilligers moet herinneren aan afspraken. In mijn ogen is ‘vrijwillig’ niet hetzelfde als ‘vrijblijvend’. Ik vind het zonde van mijn tijd als ik mensen achter de vodden moet zitten.

Daarnaast merk ik dat in Friesland ouders het werk van Amnesty soms maar links en socialistisch gedoe vinden. Leerlingen krijgen dat in sommige gevallen van hun ouders mee. Laatst kreeg ik van een van de leerlingen te horen dat de doodstraf ‘snel, efficiënt en goedkoop’ is. Ik vind dat ik daar dan wel even op moet reageren…

Wat is volgens jou de grootste uitdaging voor Amnesty?

Relevant blijven. Daarmee doel ik op de discussie over de relevantie van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mensen (UVRM), die een paar jaar geleden oplaaide. Vanuit verschillende hoeken wordt de vraag gesteld of mensenrechten wel universeel zouden moeten zijn. ‘Jullie begrijpen onze cultuur niet, bemoei je met je eigen zaken,’ stellen autoriteiten van verschillende landen bijvoorbeeld. Maar ook geleerden stellen de universaliteit van mensenrechten aan de kaak. Ik heb vernomen dat Amnesty Nederland een van de grotere secties van Amnesty International is. Daarom denk ik dat het des te belangrijker is dat we hier in Nederland de legitimiteit van de UVRM blijven verdedigen en bewijzen.