Oekraïense vluchteling die naar Polen gevlucht is na de Russische invasie
© Beata Zawrzel/NurPhoto via Getty Images

Poolse autoriteiten moeten Oekraïense vluchtelingen beschermen tegen verder lijden

De Poolse autoriteiten moeten de verantwoordelijkheid voor vluchtende Oekraïners niet overlaten aan vrijwilligers. Zij moeten de chaotische en gevaarlijke situatie in Polen aanpakken zodat de vluchtelingen niet nóg meer hoeven te lijden. Dat zegt Amnesty International na een bezoek van tien dagen aan het land.

Sinds de Tweede Wereldoorlog zijn er binnen Europa niet zoveel mensen op de vlucht geweest als nu na de Russische invasie van Oekraïne. De meesten komen terecht in Polen waar vrijwilligers hen te hulp schieten. Dat kunnen zij doen doordat de Poolse autoriteiten veel meer open staan voor mensen die Oekraïne ontvluchten dan voor mensen die voor andere conflicten vluchten. Die laatsten worden teruggestuurd of opgesloten. De levensreddende hulp die vrijwilligers en non-gouvernementele organisaties nu verlenen aan mensen die Oekraïne ontvluchten, werd voorheen bij vluchtelingen die via de grens met Belarus Polen binnenkwamen, tegengehouden en de hulp was strafbaar.

De eerste verantwoordelijkheid voor de hulp aan vluchtelingen ligt nu vooral bij gewone burgers, ngo’s en gemeentes. Dat leidt tot enorme uitdagingen. De centrale overheid moet hiervoor verantwoordelijkheid nemen. Zij moeten mensen die Oekraïne ontvluchten betrouwbare informatie bieden over onderdak, vervoer en hun wettelijke status. Als zij dat niet doen, lopen de vluchtelingen het risico geen toegang te hebben tot deze eerste levensbehoeften en kunnen criminelen misbruik van hen maken.

Verantwoordelijkheid centrale overheid

Op alle plekken die Amnesty bezocht, waren vrijwilligers veel zichtbaarder en actiever dan de autoriteiten. Duizenden vrijwilligers verstrekten voedsel, zorgden voor onderdak, tolkdiensten en gratis vervoer aan de grenzen en op treinstations. Op de lange termijn is dat niet genoeg. De centrale overheid moet snel deugdelijke registratie, accommodatie voor langere tijd, psychosociale hulp, vervoer en andere steun bieden.

Ook moeten ze alle mensen die Oekraïne ontvluchten goede informatie bieden over hun wettige status en de mogelijkheid om naar andere EU-landen te reizen. Het gebrek daaraan leidt tot onnodige extra angst en onzekerheid. Ook mensen die geen Oekraïens paspoort hebben, moeten menswaardig behandeld worden.

Risico op geweld en mensenhandel

In ontvangscentra die Amnesty bezocht, regelden vrijwilligers het vervoer en onderdak voor vluchtelingen, vaak via individuen die hulp aanbieden. Omdat zij niet beschikken over een officieel registratie- en volgsysteem, bestaat daarbij het risico dat mensen in handen vallen van criminele organisaties die willen profiteren van de situatie.

Vooral berichten over seksueel geweld tegen vrouwen en meisjes baren zorgen. Zo zou de politie van Wroclaw een 49-jarige man hebben gearresteerd die naar verluid een Oekraïense vrouw seksueel misbruikt heeft nadat hij haar onderdak had geboden. Poolse mensenrechtenorganisaties krijgen meer meldingen van seksueel geweld. Zij maken zich zorgen dat Oekraïense vluchtelingen, onder wie kinderen die alleen reizen, slachtoffer worden van mensenhandel.

Amnesty International roept de autoriteiten op een gestandaardiseerd registratiesysteem in te stellen waarin de verblijfplaats, familiesamenstelling en bestemming van de vluchtelingen is opgenomen, en de identiteit van de mensen die hen vervoer en onderdak bieden.

Discriminatie in Oekraïne

Het krijgsrecht van Oekraïne verbiedt mannen van 18 tot 60 jaar het land te verlaten. Dat is met name een probleem voor mannen met een lichamelijke beperking en alleenstaande vaders. Mannen met een beperking die over een speciaal document beschikken mogen het land wel verlaten, maar in de praktijk is dat niet altijd het geval. Zo vertelde Sofia: ‘Mijn zoon verloor in het vorige conflict een arm en werd doof. Ik zat met hem en mijn man in dezelfde auto, maar de Oekraïense grenswachten lieten alleen vrouwen door. Mijn zoon is  officieel erkend als iemand met beperkingen die het gevolg zijn van een oorlog. Hij kan officieel niet werken. Toch lieten ze hem niet door.’

Amnesty sprak ook met 27 mensen die niet de Oekraïense nationaliteit hebben en die het land na de invasie ontvluchtten. Het gaat onder meer om  buitenlandse studenten en mensen die soms al 20 jaar in Oekraïne woonden. Mensen van kleur vertelden dat Oekraïense troepen hen discrimineerden of geweld gebruikten toen ze het land probeerden te verlaten.

Velen werden gediscrimineerd als ze een trein of bus wilden nemen of bij grensposten. Sommigen werden slachtoffer van verbaal of fysiek geweld door Oekraïense troepen of vrijwilligers. Mensen van kleur uit Afrika, het Midden-Oosten en het zuiden van Azië vertelden dat Oekraïense troepen op het station van Lviv herhaaldelijk belemmerden dat zij op een trein naar Polen stapten.

Discriminatie in Polen

Ook in Polen krijgen vluchtelingen van kleur te maken met haat en geweld. Zo viel een groep nationalistische mannen op 1 maart 2022 in de stad Przemysl drie Indiase studenten aan die net uit Oekraïne waren aangekomen.

De Poolse autoriteiten moeten ervoor zorgen dat alle mensen die Oekraïne ontvluchten respectvol worden behandeld en dat hun mensenrechten en waardigheid worden beschermd. Zij mogen racisme, haatzaaien en geweld niet tolereren en moeten de daders daarvan ter verantwoording roepen.

 

Meer over dit onderwerp