Biram Dah Abeid
© Frederic Stucin / Pasco

Mauritanië laat anti-slavernij-activisten vrij

De anti-slavernij-activisten Biram Dah Abeid en Abdellahi el Housein Mesoud uit Mauritanië zijn op 31 december ontslagen uit de gevangenis. Ze hadden ruim vier maanden vastgezeten. 

Op 31 december veroordeelde de rechter in de Mauritaanse hoofdstad Nouakchott de twee mannen tot zes maanden gevangenisstraf, waarvan twee voorwaardelijk. Omdat ze al vier maanden achter de tralies hadden gezeten, werden ze onmiddellijk op vrije voeten gesteld.

Biram Dah Abeid is voorzitter van de anti-slavernij-beweging Initiative pour la Resurgence du mouvement Abolitioniste (IRA). Abdellahi el Housein Mesoud is ook IRA-lid. Dah Abeid werd op 7 augustus 2018 opgepakt, op dezelfde dag dat hij zich kandidaat stelde voor de parlementsverkiezingen. Degenen die hem arresteerden hadden geen opsporingsbevel en zeiden dat ze handelden ‘op bevel van hogerhand’. Ondanks dat hij gevangen zat, werd Dah Abeid op 1 september wel verkozen tot parlementslid. El Housein Mesoud werd op 9 augustus gearresteerd.

Klacht van journalist

De gevangenneming van de twee IRA-leden volgde op een klacht van een journalist die een documentaire over Dah Abeid had gemaakt. Hij beschuldigde Abeid ervan dat hij hem had bedreigd. Zes dagen nadat hij was opgepakt werd Dah Abeid aangeklaagd voor ‘een aanslag op het leven en de integriteit van een persoon’, ‘aanzetten tot een aanslag op iemands leven’ en ‘dreigen met geweld’. El Housein Mesoud werd aangeklaagd wegens ‘medeplichtigheid’. Hoewel de journalist zijn aanklacht later introk, zette de openbaar aanklager de zaak toch door.

Boodschap voor Amnesty-leden

Na zijn vrijlating gaf Dah Abeid de volgende boodschap door aan een vertegenwoordiger van Amnesty: ‘Ik wil graag alle leden van Amnesty International bedanken, omdat ze iedere keer hun onvoorwaardelijke steun uitspreken als anti-slavernij-activisten willekeurig gearresteerd worden.’

Vier maanden dodencel

Biram Dah Abeid (1965) is een nakomeling van slaven. Hij won diverse prijzen voor zijn mensenrechtenwerk, waaronder de Mensenrechtentulp (2015) van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken. In 2014 werd hij genomineerd voor de Nobelprijs voor de Vrede. In 2012 zat hij vier maanden in de dodencel, nadat hij islamitische boeken had verbrand die de slavernij rechtvaardigen. Na internationale druk kwam hij vrij. In 2019 neemt hij voor de tweede keer deel aan de presidentsverkiezingen.