Klokkenluider Marokko onthult hoe surveillance critici de mond snoert
De Marokkaanse autoriteiten beschikken over een uitgebreid surveillancesysteem dat digitale en analoge middelen combineert om journalisten, activisten en andere kritische stemmen op te sporen, in de gaten te houden en uiteindelijk het zwijgen op te leggen. Dat blijkt uit een nieuw rapport van Amnesty International.
We start with the verdict: ‘Inside Morocco’s surveillance machine’ laat zien hoe de Marokkaanse autoriteiten onwettige surveillance inzetten om mensenrechtenverdedigers, journalisten en andere critici aan te pakken. Ze worden strafrechtelijk vervolgd, gerechtelijk geïntimideerd en op andere manieren onderdrukt. Hierdoor worden hun rechten op privacy, vrijheid en vrijheid van meningsuiting, vereniging en vreedzame vergadering geschonden.
“Marokko heeft zich volledig overgegeven aan autoritaire praktijken op het gebied van technologie en heeft een breed scala aan surveillancetechnologieën aangeschaft om een onderdrukkend systeem op te zetten en in stand te houden”, zegt Agnès Callamard, secretaris-generaal van Amnesty International. “Dit systeem is specifiek ontworpen om angst te zaaien onder mensenrechtenactivisten en journalisten, hen het zwijgen op te leggen en hun werk binnen en buiten Marokko te belemmeren.”
Marokko ontkent spyware te gebruiken
Marokko heeft herhaaldelijk ontkend dat het spyware gebruikt om zijn burgers te bespioneren. Nieuw bewijs van Amnesty International – waaronder getuigenissen van klokkenluiders, uitgelekte surveillancedata, gegevens over de doelwitten van overheidsspyware en documentatie van bedrijven die surveillancetools verkopen – bewijst echter het tegendeel. Op basis van deze bewijzen beschrijft Amnesty niet alleen de technieken die worden ingezet om dissidenten aan te pakken, maar ook het netwerk van internationale leveranciers die deze tools leveren.
“Ons rapport biedt het meest gedetailleerde beeld tot nu toe van de instrumenten die door de Marokkaanse autoriteiten worden ingezet, zoals hightech-spionagesoftware, afluistersystemen en trackers om journalisten, mensenrechtenverdedigers en andere personen te bespioneren”, zegt Callamard. “De surveillancetools van Marokko worden gekocht bij bedrijven die gevestigd zijn in Israël, de EU en de Verenigde Staten, waaronder de NSO Group, het inmiddels ter ziele gegane Italiaanse spywarebedrijf Hacking Team – nu bekend als Memento Labs – en het Brits-Duitse netwerk van bedrijven Gamma Group en FinFisher.”
“Dit is weer een voorbeeld van een wereldwijde economie van ‘techno-onderdrukking’, mogelijk gemaakt doordat bedrijven en staten hun verplichtingen onder het internationaal recht niet nakomen.”
Onderdrukkend klimaat
“Dit onderdrukkende klimaat maakt het voor mensen in Marokko moeilijk en gevaarlijk om hun recht op vrijheid van meningsuiting, vereniging en vreedzame vergadering uit te oefenen”, zegt Callamard. “Zelfs nadat ze uit de gevangenis zijn vrijgelaten, blijven ze leven in de schaduw van surveillance en worden ze het slachtoffer van lastercampagnes met persoonlijke details die alleen via surveillance kunnen worden verkregen. De Marokkaanse autoriteiten moeten onmiddellijk een einde maken aan de onwettige surveillance van mensenrechtenverdedigers en journalisten”, zegt Callamard.
Oproep Amnesty International
De surveillancepraktijken van Marokko en veel van de instrumenten die het land gebruikt, zijn in strijd met de internationale mensenrechtenrechten. Marokko moet onmiddellijk een einde maken aan de surveillance van mensenrechtenverdedigers en journalisten die op een wettige manier hun mensenrechten uitoefenen. De Marokkaanse gerechtelijke autoriteiten moeten zorgen voor een onafhankelijk en doeltreffend onderzoek naar alle gemelde gevallen van onrechtmatige surveillance door de DGST (Direction Générale de la Surveillance du Territoire – binnenlandse veiligheidsdienst).
Staten moeten de export van spyware, digitale forensische hulpmiddelen en andere privacy-schendende technologie naar Marokko stopzetten totdat zeker is dat er een systeem is opgetuigd waarmee mensenrechtenschendingen in de praktijk voorkomen kunnen worden.
Pegasus-software op telefoons
Forensisch bewijs in handen van Amnesty International toont aan hoe mensenrechtenverdedigers het doelwit werden via verschillende infectiemethoden, waaronder het fysiek infecteren van apparaten; ‘1-click’-aanvallen, waarbij het doelwit meestal op een kwaadaardige link moet klikken; ‘zero-click’-aanvallen, waarbij een doelwit kan worden geïnfecteerd zonder dat het op een link hoeft te klikken of enige actie hoeft te ondernemen; en netwerkinjectie-aanvallen, uitgevoerd via het netwerk van het staatsbedrijf Maroc Telecom.
Amnesty International publiceerde eerder al het eerste forensische bewijs dat bevestigde dat de mobiele telefoons van activisten in Marokko waren geïnfecteerd met Pegasus-spionagesoftware.
Het nieuwe rapport wijst nu de DGST aan als de verantwoordelijke instantie voor de inzet van Pegasus-spionagesoftware in Marokko. Het onderzoek beschrijft het uitgebreid gedocumenteerde misbruik van Pegasus tegen activisten en journalisten tussen 2017 en 2021, ondanks eerdere ontkenningen door de Marokkaanse autoriteiten.
Klokkenluider Safir
Een klokkenluider die bekend is onder het pseudoniem Safir, is een voormalige medewerker van de DGST. In meerdere interviews die gedurende een aantal jaren zijn afgenomen, beschreef hij de interne gang van zaken bij de DGST en gaf hij gedetailleerde informatie over de grote selectie van surveillancetools en -technieken die door de dienst wordt gebruikt. Amnesty International heeft belangrijke aspecten van Safirs getuigenis geverifieerd aan de hand van onafhankelijke bronnen, technisch bewijs en interviews met mensenrechtenverdedigers.
Door de verslagen uit de eerste hand van de DGST-insider te combineren met digitaal forensisch onderzoek, interviews met tien mensen die doelwit werden van surveillance en gelekte gegevens over zowel surveillanceoperaties in Marokko als leveranciers van surveillancetechnologie, kan Amnesty International een van de meest gedetailleerde en onthullende verslagen van staatssurveillanceoperaties brengen. Hierin wordt het misbruik van spyware gekarakteriseerd als een van de tactieken binnen een groter systeem van surveillance en controle.
Safir beschreef hoe persoonlijke apparaten worden gehackt. Doelwitten worden stiekem gefilmd en opgenomen terwijl ze in hechtenis zitten, of op hun kantoor, in hun auto, in cafés en zelfs in hun slaapkamer. Telefoongesprekken worden stelselmatig afgeluisterd. Locatiegegevens worden bijgehouden, waardoor de dagelijkse bewegingen van activisten en hun connecties zichtbaar worden. Safir beschreef hoe telefoonwinkels werden ingezet om mobiele telefoons te verkopen die door DGST-agenten al met spyware waren geïnfecteerd, en hoe buren van mensenrechtenverdedigers die doelwit zijn, worden gerekruteerd als informanten.
Deze tactieken hebben niet alleen gevolgen voor de activisten die het doelwit zijn, maar ook voor hun families, vrienden en professionele netwerken. Agenten opereren zonder gerechtelijk toezicht of verantwoording en richten zich in het geheim en straffeloos op activisten.
“De middelen die ze gebruiken zijn zeer divers, maar het doel is duidelijk: het chanteren van degenen die zich uitspreken voor mensenrechten in Marokko, en hen in diskrediet brengen, te schande maken en, indien nodig, onterecht gevangen zetten”, zegt Rebecca White, onderzoeker bij het Security Lab van Amnesty International.
“Uiteindelijk kunnen mensenrechtenverdedigers in Marokko zich vrijwel nergens verbergen en is er geen manier om te ontsnappen aan het surveillancenetwerk van de staat, dat zich zelfs tot buiten de grenzen van Marokko uitstrekt.”
Hoe de DGST activisten tot doelwit maakt
De surveillanceoperaties in Marokko worden voornamelijk uitgevoerd door de DGST. Hoewel veel geavanceerde digitale surveillancetechnieken op afstand kunnen worden toegepast, maakt de DGST ook gebruik van het fysiek infecteren van apparaten als een belangrijke surveillancemethode tegen journalisten en activisten.
In zijn getuigenis verklaarde Safir dat deze methoden veel werden ingezet tegen mensen die op doorreis waren via Marokkaanse luchthavens. Ook werden via verkopers van tweedehands telefoons in het geheim ‘nieuwe’ apparaten geleverd aan mensen die doelwit zijn. Deze telefoons zien er nieuw en ongebruikt uit, maar zodra ze worden geactiveerd, geven ze de autoriteiten volledige toegang tot alle communicatie van de betrokkene.
“We hebben zoveel internetcafés geïnfecteerd met Remote Controlled Spyware (RCS). De agenten vertellen ons welk internetcafé het doelwit bezoekt, en we hadden inzicht in wat ze deden omdat we alle computers daar al eerder hadden geïnfecteerd”, zegt Safir.
Met RCS-spyware kan de operator gesprekken volgen, berichten lezen, foto’s bekijken en geluid opnemen.
Zodra iemand als surveillancedoelwit is aangemerkt, beschikt de DGST over een hele reeks hulpmiddelen, zoals geavanceerde digitale technologieën voor gerichte en massale surveillance. Naast telefoonsurveillance plaatsten de autoriteiten in het geheim microfoons en andere opnameapparatuur in privéruimtes om gesprekken op te nemen.

Journalist Omar Radi
Journalist Omar Radi werd jaren lang lastiggevallen en later gevangengezet vanwege zijn werk op het gebied van corruptie en mensenrechtenschendingen. Hij was doelwit van deze surveillancemethode. Safir beschreef het als kleine microfoontjes die draadloos werken via versleuteld radioverkeer. Ze waren in de verlichting van zijn appartement aangebracht.
Mensenrechtenverdedigers krijgen te maken met surveillance, strafrechtelijke vervolging en lastercampagnes op basis van informatie waarvan zij denken dat deze via surveillance is verkregen. Deze campagnes worden gevoerd via mediaplatforms die aan de regering gelieerd zijn, vaak met als doel activisten in de Marokkaanse samenleving in diskrediet te brengen of te stigmatiseren.
“Zodra ik in het openbaar spreek, zodra ik een Facebook-bericht schrijf, zodra ik iets op Instagram plaats, volgen ze al mijn bewegingen op de voet en beledigen ze me. Het zijn geen media – het zijn instrumenten van terreur”, zegt Omar Radi.

Impact op activisten
Het vermoeden dat er is ingebroken in hun huizen en privévertrekken heeft een diepgaande psychologische impact op mensenrechtenverdedigers.
In 2021 werd de ervaren mensenrechtenactivist Fouad Abdelmoumni stiekem thuis gefilmd met zijn verloofde, en de video werd verspreid via WhatsApp.
“Toen ik de video’s zag waarop mijn partner en ik in bed lagen, waren de locatie en de hoek van de opname duidelijk zichtbaar. Het moet de airconditioning zijn geweest. Ik ben gaan kijken, maar ik heb niets gevonden, dus denk ik dat ze het apparaatje gemakkelijk hebben kunnen installeren en weer hadden verwijderd. De beeld- en geluidskwaliteit was erg goed, ondanks het feit dat het donker was, dus de apparatuur moet zeer geavanceerd zijn geweest”, zei hij.
Safir bevestigde de getuigenis van Abdelmoumni en omschreef deze als een ‘schoolvoorbeeld’ van de surveillance- en opruimpraktijken van de DGST, die erop gericht was geen sporen achter te laten.

Zelfcensuur
Het onderzoek werd uitgevoerd in het kader van een samenwerking met veertien mediaorganisaties, gecoördineerd door Forbidden Stories, en bouwt voort op het werk van de Marokkaanse onderzoeksjournalist Hicham Mansouri. Mansouri werd zelf slachtoffer van het Marokkaanse surveillancesysteem en is nu in ballingschap in Frankrijk. In 2015 werd hij op basis van valse beschuldigingen van ‘overspel’ en ‘seksuele uitbuiting’ gevangengezet. Hij vertelde Amnesty International hoe surveillance leidt tot zelfcensuur.
“Het is heel ingrijpend. Een vriend vertelde me dat de dag dat hij de gevangenis inging een soort van opluchting was, na jaren van surveillance,”, aldus Mansouri.
In oktober 2019 documenteerde Amnesty International de eerste pogingen tot besmetting met Pegasus in Marokko. Die waren gericht tegen Abdessadak El Bouchattaoui, een mensenrechtenadvocaat die betrokken was bij de verdediging van demonstranten van de Hirak El-Rif-beweging. Uit gegevens van het Pegasus-project blijkt dat zijn telefoonnummer op 19 september 2017 in het Marokkaanse Pegasus-systeem werd ingevoerd en herhaaldelijk werd geselecteerd voor spionagesoftware-aanvallen, onder meer op 23 oktober 2017, kort voordat hij een sms-bericht met een geïnfecteerde link ontving. Dit bevestigt dat Marokko al in oktober 2017 de Pegasus-spionagesoftware volledig inzette.
De ontwikkeling van de Pegasus-spionagesoftware
Op basis van een analyse van juridische documenten, uitgelekte surveillancedocumenten, open-source-informatie en de getuigenis van Safir, levert het rapport verder bewijs dat de DGST vanaf september 2017 begon met het gebruik van Pegasus. Hierbij voerden medewerkers van de NSO Group tijdens bezoeken aan Marokko demonstraties uit of testten ze het systeem. De NSO Group ontwikkelt de beruchte en uiterst ingrijpende Pegasus-spionagesoftware.
Verdere bewijzen, afkomstig uit voorheen niet-gepubliceerd intern materiaal van de NSO Group dat openbaar is gemaakt in het kader van een langlopende Amerikaanse civiele rechtszaak tegen het bedrijf, aangespannen door WhatsApp en Meta, wijzen erop dat medewerkers van de NSO Group trainingen gaven en tests uitvoerden om de nieuwe mogelijkheden van hun spionageproduct te demonstreren voor de Marokkaanse autoriteiten, een klant die binnen de NSO Group de codenaam ‘Morgen’ had gekregen.
Een analyse door Amnesty International van alle telefoonnummers van doelwitten die tussen september en december 2017 in het Marokkaanse Pegasus-systeem zijn ingevoerd, levert verder bewijs dat mensenrechtenverdedigers en onafhankelijke journalisten de voornaamste doelwitten van de DGST waren.
Misbruik van Pegasus
Amnesty International heeft 103 Marokkaanse telefoonnummers gekoppeld aan specifieke mensen die waren geselecteerd als potentiële doelwitten van Pegasus. 65 van hen konden worden geïdentificeerd als leden van maatschappelijke organisaties (onder wie 34 mensenrechtenverdedigers, 22 journalisten en mensen die werkzaam zijn in de media, vijf advocaten en vier wetenschappers), 25 waren politici of ambtenaren, en vijf waren diplomaten of vertegenwoordigers van internationale organisaties. Onder de overige acht bevonden zich zakenmensen, religieuze leiders en anderen van wie de identiteit of categorie onduidelijk was.
“Uit deze gegevens blijkt dat de telefoonnummers van prominente mensenrechtenverdedigers en journalisten tot de eersten behoorden die in het Pegasus-systeem werden ingevoerd, wat erop wijst dat dit het voornaamste doel was waarvoor de DGST het zeer ingrijpende spionagesysteem had aangeschaft”, zegt Donncha Ó Cearbhaill, hoofd van het Security Lab van Amnesty International.
“Het rapport levert ook bewijs voor talrijke gevallen van misbruik van Pegasus en wijst deze forensisch toe aan de DGST op basis van technische analyses van Pegasus-aanvallen. Samen vormen deze bevindingen het sterke bewijs dat Marokko verantwoordelijk was voor een uitgebreide, grensoverschrijdende Pegasus-surveillancecampagne tegen kritische journalisten, activisten, advocaten en politici.”
Vier weken voor de publicatie van het rapport, stuurde Amnesty International een brief aan de Marokkaanse autoriteiten en de in het rapport genoemde bedrijven om de bevindingen te delen, maar ontving geen reactie.
Achtergrond
In het kader van dit rapport beschouwt Amnesty International surveillance als onwettig wanneer deze plaatsvindt in strijd met nationale wetten en procedures over het gebruik van surveillance. Surveillance kan zelfs onwettig zijn wanneer deze in overeenstemming met nationale wettelijke procedures wordt uitgevoerd, maar wordt ingezet op een wijze die in strijd is met het internationaal mensenrechtenrecht en de internationale mensenrechtennormen.