Kazachstan: Geen gerechtigheid voor slachtoffers marteling

Kazachstan: Geen gerechtigheid voor slachtoffers marteling

De autoriteiten van Kazachstan slagen er niet in om meldingen over marteling en mishandeling door wetshandhavers en gevangenispersoneel snel, onpartijdig en effectief te onderzoeken.

‘Het uitblijven van onderzoek naar marteling en het vervolgen van de verantwoordelijken maakt slachtoffers hopeloos. Daarnaast leidt het ertoe dat ze zich geïntimideerd voelen. Het maakt hen afhankelijk van hun familie en een kleine groep van toegewijde activisten en advocaten, die hun belangen behartigen in de beroepszaak tegen de weigering om de meldingen van marteling te onderzoeken’, aldus John Dalhuisen, Amnesty’s hoofd voor Europa en Midden-Azië.

Voortdurende straffeloosheid

In het vandaag gepubliceerde Amnesty-rapport Dead End Justice: Impunity for Torture in Kazakhstan wordt de voortdurende straffeloosheid voor daders van marteling aan de kaak gesteld. Mensenrechtenorganisaties in Kazachstan ontvangen jaarlijks honderden meldingen van marteling en mishandeling. De angst voor represailles, het gebrek aan toegang tot geschikt juridisch advies of het vermoeden dat er toch niets met de melding wordt gedaan, heeft tot gevolg dat maar weinig zaken worden geregistreerd en dat nog minder zaken tot vervolging leiden.

Recente wetshervormingen, zoals de introductie van een nieuw wetboek van strafrecht in januari 2015, en een uitbreiding van het mandaat van de ‘Speciale Aanklagers’ waardoor zij marteling mogen onderzoeken, waren welkom. Het heeft er echter niet toe geleid dat de tekortkomingen in de huidige procedures voor onderzoek en vervolging worden aangepakt.

Tugelbaev in coma geslagen

In de eerste zeven maanden van 2015 werden slechts tien zaken door de rechtbank behandeld, waarbij het in vijf zaken tot een veroordeling kwam. In diezelfde periode werd Iskander Tugelbaev door gevangenispersoneel zo hard geslagen dat hij drie dagen in coma lag. Desondanks weigerden de autoriteiten een onderzoek naar de misdaden in te stellen omdat er ‘gebrek aan bewijs’ zou zijn. De zaak van Tugelbaev is slechts een van de twaalf zaken die in het rapport zijn vastgelegd. Dit benadrukt het grote aantal obstakels voor slachtoffers van marteling die gerechtigheid zoeken.

Voor de kleine groep slachtoffers die wel een zaak aanspant, duurt het soms jaren voor hun melding van marteling wordt onderzocht. Hun zaak wordt van de ene instantie naar de andere doorgeschoven, waarbij de instanties elkaar de hand boven het hoofd houden. Zo belemmeren zij slachtoffers om gerechtigheid te krijgen.

Het Kazachse systeem voor onderzoek naar mishandeling door de politie is een doolhof. Vooral het eigenbelang wordt beschermd. Folteraars kunnen hierdoor nagenoeg straffeloos hun gang gaan. Zolang deze situatie blijft voortbestaan, kan marteling niet effectief worden aangepakt en komen er elk jaar slachtoffers bij.

De autoriteiten kunnen twee belangrijke stappen zetten:

  1. Garandeer dat de Speciale Aanklagers de leiding nemen in het onderzoek naar alle beweringen van marteling
  2. Richt een adviescomité op dat toezicht houdt op de onderzoeken naar beschuldigingen van marteling en mishandeling. In dat comité moeten ook experts uit het maatschappelijk middenveld zitting hebben.

Lees het rapport.