© Enver Asfur

Israël vernietigde zonder militaire noodzaak huizen van burgers in Syrië

Het Israëlische leger vernietigde opzettelijk huizen van burgers in het zuiden van Syrië, terwijl daar geen militaire noodzaak voor was. Dit moet worden onderzocht als oorlogsmisdrijven, zegt Amnesty International. Israël heeft de plicht om de getroffen burgers schadevergoeding te betalen voor deze ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht.

Op 8 december 2024 kwam de voormalige Syrische regering onder leiding van Bashar al-Assad ten val. Op die dag trokken Israëlische strijdkrachten dorpen en steden binnen in de door de VN gedemilitariseerde zone in de provincie Quneitra, in het zuiden van Syrië. Daar voerden ze huiszoekingen uit en gaven ze de bewoners het bevel te vertrekken.

Huizen, tuinen en landbouwgrond

In de daaropvolgende zes maanden vernietigde of beschadigde het Israëlische leger ten minste 23 civiele gebouwen in drie dorpen. Getuigen vertelden dat het hun huizen waren en die van hun buren, en dat hele gezinnen ontheemd raakten. Amnesty International verifieerde aan de hand van satellietbeelden de schade aan en vernietiging van 23 gebouwen in deze dorpen. Getuigen meldden dat in 2024 en 2025 nog minstens twee huizen werden verwoest, evenals aangrenzende tuinen en landbouwgrond. Er waren geen actieve vijandelijkheden direct voorafgaand aan, tijdens of na de verwoesting van de civiele gebouwen.

Vernietiging door bezettingsmacht verboden

In het algemeen is het internationaal humanitair recht van toepassing op alle aanvallen die Israël uitvoert op Syrisch grondgebied. In gebieden die door Israël worden bezet, legt het bezettingsrecht aanvullende verplichtingen op, onder meer op grond van het Vierde Verdrag van Genève. Artikel 53 van dit verdrag verbiedt de vernietiging van eigendommen door een bezettingsmacht, ‘tenzij deze vernietiging absoluut noodzakelijk is voor militaire operaties’. Daar was volgens Amnesty International geen sprake van in het geval van de verwoestingen door het Israëlische leger in Zuid-Syrië.

Militaire bases

“De onwettige vernietiging van civiele eigendommen is karakteristiek voor de militaire operaties van Israël in de regio”, zegt Kristine Beckerle van Amnesty International. “Dit gebeurde de afgelopen jaren in Gaza en Libanon, en, zoals uit ons onderzoek blijkt, ook in Syrië. Het beveiligen van de Israëlische grens is geen rechtvaardiging om huizen en dorpen op het grondgebied van een ander land met de grond gelijk maken.”

Amnesty International stelde ook vast dat Israëlische troepen sinds december 2024 militaire bases hebben gebouwd in de provincies Quneitra en Daraa. Sommige van de gesloopte gebouwen lagen dicht bij recent gebouwde Israëlische militaire bases of bij een gebied waar later een basis werd gebouwd.

Gele lijn

Israëlische functionarissen hebben herhaaldelijk beweerd dat hun militaire operaties en aanwezigheid in Syrië noodzakelijk zijn om dreigingen van Hezbollah of andere aan Iran gelieerde groeperingen te voorkomen, of om wapenvoorraden of luchtverdedigingssystemen te vernietigen. In december 2025 verklaarde de Israëlische minister van Defensie dat het Israëlische leger niet van plan was om zich terug te trekken uit de onlangs veroverde posities in Syrië.

Op 17 april 2026 zei de Israëlische premier dat Israël een ‘veiligheidsbufferzone’ had ingesteld, waarvan de grens wordt gemarkeerd door wat hij de ‘gele lijn’ noemde. De zone omvat delen van Syrië waar Amnesty International beschadigde en verwoeste huizen van burgers heeft waargenomen. De zone omvat ook de door Israël bezette Golanhoogten en delen van Zuid-Libanon.

Het dorp Al-Hamidiya

Op 8 december kwamen Israëlische troepen het dorp Al-Hamidiya binnen. Twee inwoners vertelden aan Amnesty International dat de soldaten de vrouwen en meisjes rond 11 uur ’s ochtends bevalen hun huizen te verlaten. De meeste mannen werden tot de middag in hun huizen vastgehouden voor ondervraging, waarna ze zich weer bij de vrouwen en meisjes mochten voegen. De soldaten gaven ten minste tien gezinnen het bevel hun huizen te verlaten en naar andere delen van het dorp te verhuizen. Op satellietbeelden van 17 december 2024 is te zien dat er nieuwe ophogingen zijn aangelegd en in januari 2025 is de bouw van een nieuwe basis zichtbaar op minder dan 300 meter ten oosten van het getroffen gebied.

Bulldozers verwoestten alles

Twee getuigen van wie de huizen waren gesloopt, vertelden Amnesty International dat ze op 16 juni 2025 om 21.30 uur ten minste twee bulldozers zagen die gedurende twee dagen huizen in het dorp sloopten. De bulldozers werkten door tot diep in de nacht en hervatten de volgende dag vroeg de werkzaamheden.

Een vrouw van wie het huis was gesloopt en de tuin met een bulldozer was verwoest, zei: “Mijn man is tijdens het conflict [in Syrië] omgekomen. Hij heeft het huis steen voor steen gebouwd. We hadden ook een kleine tuin. Die leverde niet veel op, maar wel genoeg groenten en fruit om geld te besparen op boodschappen. Mijn huis betekende veel voor mij en mijn zoon, we hadden een eigen plek.”

Op hoge-resolutie-satellietbeelden van 23 augustus 2025, geanalyseerd door het Evidence Lab van Amnesty International, is te zien dat 14 gebouwen en de muren eromheen volledig zijn verwoest.

Oproep Amnesty International

“Tot nu toe heeft Israël volkomen straffeloos burgerwoningen in Gaza, Zuid-Libanon en Zuid-Syrië vernietigd”, zegt Kristine Beckerle. “Talloze gezinnen in de hele regio zijn ontheemd geraakt en hun leven is verwoest. De internationale gemeenschap moet deze acties ondubbelzinnig veroordelen en druk uitoefenen om een einde te maken aan deze herhaalde schendingen, en om verdere verwoesting van het leven van burgers in de hele regio te voorkomen. De verantwoordelijken moeten ter verantwoording worden geroepen en de getroffenen moeten schadeloos worden gesteld.”

[meer informatie]

Lees hier het complete Engelstalige nieuwsbericht, inclusief meer getuigenissen van slachtoffers.

Meer over dit onderwerp