De Israëlische autoriteiten moeten hun plannen schrappen om het ​​Palestijns bedoeïenendorp Ras Jrabah te slopen
© Amnesty International

Israël/Palestijnse Gebieden: schrap plannen voor sloop Palestijns bedoeïenendorp Ras Jrabah

Israël/Palestijnse Gebieden: schrap plannen voor sloop Palestijns bedoeïenendorp Ras Jrabah

De Israëlische autoriteiten moeten hun plannen schrappen om het ​​Palestijns bedoeïenendorp Ras Jrabah te slopen en de inwoners ervan onder dwang over te brengen naar een afgescheiden bedoeïenenstad. Op 22 en 23 mei 2022 behandelt een rechtbank het beroep van 127 inwoners van het dorp Ras Jrabah in de Negev-woestijn. Ze dreigen slachtoffer te worden van gedwongen huisuitzettingen.

De plannen van de Israëlische autoriteiten zijn het zoveelste voorbeeld van hun systeem van apartheid. Apartheid is volgens internationaal recht een misdrijf tegen de menselijkheid. De bewoners van Ras Jrabah worden vertegenwoordigd door advocaten van de mensenrechtengroep Adalah, die stellen dat de geplande vernielingen ook het Israëlische beleid van rassenscheiding in stand houden.

Dorp niet erkend

Ras Jrabah is door de Israëlische autoriteiten niet officieel erkend en de vijfhonderd inwoners zijn afgesneden van essentiële voorzieningen. De autoriteiten zijn van plan het dorp te slopen om de nabijgelegen stad Dimona, waar voornamelijk Joodse Israëli’s wonen, uit te breiden. In 2019 vaardigden ze bevelen tot de ontruiming uit aan 129 inwoners.

‘Plan doordrenkt met apartheid’

‘Dit ontruimingsplan is doordrenkt met apartheid’, zegt Saleh Higazi van Amnesty International. ‘Vijfhonderd mensen lopen het risico de enige huizen die ze ooit hebben gehad, te verliezen en gedwongen te worden overgebracht naar een verarmde nieuwe locatie. Daar zullen ze worden gescheiden van de Joods-Israëlische bevolking. De Israëlische autoriteiten moeten alle uitzettings- en sloopopdrachten in Ras Jrabah schrappen en onmiddellijk alle niet-erkende dorpen in de Negev wettelijk erkennen.’

Uitgesloten van ontwikkelingsplannen

De Israëlische autoriteiten zijn van plan de inwoners van Ras Jrabah naar het nabijgelegen bedoeïenendorp Qasr al-Sir te verhuizen. Hoewel de Israëlische autoriteiten dit dorp wel erkennen, zijn de bewoners ervan uitgesloten van de ontwikkelingsplannen van de staat. Daardoor kunnen zij moeilijk bouwvergunningen krijgen of aanspraak maken op overheidsdiensten of infrastructuur.

Amnesty International bezocht Ras Jrabah in januari 2022 en hoorde dat de bewoners vrezen dat ze hun gemeenschap moeten opsplitsen om in de hun toebedeelde delen van Qasr al-Sir te passen. Advocaat Myssana Morany vertelde Amnesty dat de bedoeïenen qua bestuur gescheiden zijn van de Joodse burgers van Israël. De gemeentelijke uitbreiding van Dimona zal daardoor niet voor de bedoeïenen gelden.

Aanvragen bouwvergunning onmogelijk

Eerder deze maand vertelde Musa al-Hawashlah, een inwoner van Ras Jrabah: ‘We kunnen niet naar een andere plek verhuizen. Ons hele leven speelt zich hier af, op deze locatie… Iedereen in het dorp is zenuwachtig voor de rechtbank en we bereiden ons zo goed mogelijk voor.’

Volgens advocaat Marwan Abu Frieh zijn er sinds 2019 drie nieuwbouwwoningen gesloopt in Ras Jrabah. Inwoners van niet-erkende dorpen kunnen geen bouwvergunning aanvragen om hun huizen te legaliseren of nieuwe te bouwen. Daardoor worden ze als illegaal beschouwd en voortdurend bedreigd met sloop.

Bewuste versterking van segregatie

Het niet erkennen van bedoeïenendorpen is een belangrijke pijler in het Israëlische beleid van segregatie en het verstedelijken van de bedoeïenen. De Israëlische autoriteiten ontkennen de traditionele manier van leven van de bedoeïenen in de Negev-woestijn. Decennialang hebben bedoeïenen er geprobeerd hun dorpen erkend te krijgen door de Israëlische autoriteiten. De Israëlische autoriteiten leggen strafmaatregelen als het vernietigen van huizen en gedwongen huisuitzettingen veel vaker op aan bedoeïenen dan aan Joodse burgers die zich niet aan de ruimtelijke ordeningswetten in de Negev-woestijn houden.

Achtergrond

In juni 2013 keurde de Israëlische Knesset de Wet voor Regulering van Bewoning door Bedoeïenen in de Negev-woestijn goed. Daarmee willen de autoriteiten de kwestie van land en huisvesting ‘regulariseren’, onder meer door de 35 niet-erkende bedoeïenendorpen in het gebied gedwongen te verplaatsen. Hoewel de wet in 2013 werd opgeschort, handhaaft een overheidsinstantie nog steeds land- en ruimtelijke ordeningswetten in bedoeïenengebieden en sloopt er woningen. In schril contrast hiermee staat dat Israël de ontwikkeling van de Negev-woestijn beschouwt als ‘een van de belangrijkste nationale taken’. In 2005 keurde de Israëlische regering het ontwikkelingsplan voor de Negev-woestijn goed. Dat plan had tot doel de Joodse bevolking in de regio te laten groeien van 535.000 tot 900.000 inwoners in 2015. Om dit doel te realiseren, werden huizen gesloopt in bedoeïenendorpen en werd land van de bedoeïenen tot staatseigendom verklaard.