Iran: Ten minste 28 demonstranten gedood en honderden gewond
De Iraanse autoriteiten slaan sinds 28 december 2025 demonstraties in het hele land met gebruik van onwettig geweld, wapens en massale willekeurige arrestaties neer. Ten minste 28 demonstranten zijn gedood. Dat zeggen Amnesty International en Human Rights Watch.
Uit de bevindingen van de organisaties blijkt hoe veiligheidstroepen, waaronder de Islamitische Revolutionaire Garde (IRGC) en de Iraanse politie (FARAJA), op onwettige wijze geweren, met metalen kogels geladen jachtgeweren, waterkanonnen, traangas en geweld hebben gebruikt om grotendeels vreedzame demonstranten uiteen te drijven, te intimideren en te straffen.
Het harde optreden leidde tussen 31 december 2025 en 3 januari 2026 in dertien steden in acht provincies tot de dood van ten minste 28 demonstranten en omstanders, onder wie kinderen. Dit blijkt uit informatie die Amnesty International en Human Rights Watch hebben verzameld.
“Mensen in Iran die hun woede over decennia van onderdrukking durven te uiten en fundamentele veranderingen eisen, worden opnieuw geconfronteerd met een dodelijk patroon van veiligheidstroepen die op onwettige wijze op demonstranten schieten, hen achtervolgen, arresteren en mishandelen, in scènes die doen denken aan de Women Life Freedom-opstand van 2022. Het hoogste veiligheidsorgaan van Iran, de Hoge Nationale Veiligheidsraad, moet onmiddellijk bevelen geven aan de veiligheidstroepen om het onwettige gebruik van geweld en vuurwapens te staken”, aldus Diana Eltahawy, van Amnesty International.
Inflatie en droogte
Tegen de achtergrond van een sterk stijgende inflatie, chronisch wanbeleid van de overheid op het gebied van essentiële diensten, waaronder de toegang tot water, en verslechterende levensomstandigheden, braken op 28 december 2025 protesten uit. De protesten begonnen met winkelsluitingen en stakingen in de Grote Bazaar van Teheran, maar verspreidden zich al snel over het hele land en groeiden uit tot straatdemonstraties waarin werd opgeroepen tot de val van de Islamitische Republiek. De demonstranten eisten mensenrechten, waardigheid en vrijheid. De autoriteiten reageerden met gewelddadige ontruimingen en massale arrestaties, waarbij honderden mensen willekeurig werden vastgehouden en het risico liepen op marteling en andere vormen van mishandeling.
“De frequentie waarmee de Iraanse veiligheidstroepen op onwettige wijze geweld, ook dodelijk geweld, hebben gebruikt tegen demonstranten, in combinatie met de systematische straffeloosheid voor leden van de veiligheidstroepen die ernstige schendingen begaan, wijst erop dat het gebruik van dergelijke wapens om protesten neer te slaan nog steeds verankerd is in het overheidsbeleid”, aldus Michael Page van Human Rights Watch.
Methodiek
Human Rights Watch en Amnesty International spraken met 26 mensen, onder wie demonstranten, ooggetuigen, mensenrechtenverdedigers, journalisten en een medisch professional, bekeken officiële verklaringen en analyseerden tientallen geverifieerde video’s die online waren gepubliceerd of met de organisaties waren gedeeld. Een onafhankelijke patholoog die door Amnesty International werd geraadpleegd, bekeek beelden van gewonde of gedode demonstranten.
‘Zonder genade’
Hoge staatsfunctionarissen hebben demonstranten als “relschoppers” gedemoniseerd en een “krachtig” optreden beloofd. Op 3 januari 2026, toen veiligheidstroepen ten minste elf demonstranten doodden, zei opperbevelhebber Ali Khamenei dat “relschoppers op hun plaats moeten worden gezet”. Op dezelfde dag verklaarde het provinciale korps van de IRGC in de provincie Lorestan dat de periode van ‘tolerantie’ voorbij was en beloofde het “relschoppers, organisatoren en leiders van anti-veiligheidsbewegingen zonder genade aan te pakken.”
Op 5 januari 2026 gaf het hoofd van de rechterlijke macht ook opdracht aan openbare aanklagers om “geen genade” te tonen aan demonstranten en hun processen te versnellen.
Lidstaten van de VN zoals de EU, moeten het geweld ondubbelzinnig veroordelen en dringende diplomatieke maatregelen nemen om de Iraanse autoriteiten onder druk te zetten om het bloedvergieten te stoppen, aldus Amnesty International en Human Rights Watch.
Gezien de systematische straffeloosheid roepen Amnesty International en Human Rights Watch andere landen op om strafrechtelijke onderzoeken in te stellen naar misdrijven door de Iraanse autoriteiten, met het oog op het uitvaardigen van arrestatiebevelen tegen degenen die verantwoordelijk zijn.
Onwettig gebruik van geweld en moorden
De 28 slachtoffers zijn allemaal neergeschoten door veiligheidstroepen, onder meer met metalen kogels afgevuurd uit jachtgeweren. De autoriteiten ontkenden elke verantwoordelijkheid voor de moorden. Ambtenaren dwongen de families van sommige slachtoffers om in de staatsmedia te verschijnen en te vertellen dat hun familieleden waren gestorven door ongelukken of gedood door demonstranten. Ze dreigden met represailles en het in het geheim begraven van hun dierbaren als ze hier niet aan zouden meewerken.
Vreedzaam protest
Amnesty International en Human Rights Watch hebben vastgesteld dat de demonstranten overwegend vreedzaam waren. Hoewel de organisaties beelden en rapporten hebben bekeken waaruit blijkt dat sommige demonstranten zich schuldig hebben gemaakt aan gewelddadige acties, was er bij alle door de organisaties onderzochte schietincidenten geen sprake van een onmiddellijke bedreiging voor het leven of ernstig letsel die het gebruik van vuurwapens rechtvaardigde.
Doden in verschillende provincies
Volgens bewijsmateriaal dat Amnesty International en Human Rights Watch hebben verzameld, vond de dodelijkste onderdrukking plaats in de provincies Lorestan en Ilam, waar Koerdische en Luri-minderheden wonen, met ten minste acht doden in Lorestan en vijf doden in Ilam.
Andere provincies waar tussen 31 december 2025 en 3 januari 2026 doden zijn gevallen, zijn Chaharmahal en Bakhtiari, Fars en Kermanshah, met elk ten minste vier dodelijke slachtoffers en Isfahan, Hamedan en Qom, met elk één dodelijk slachtoffer.
Een demonstrant in Azna, in de provincie Lorestan, vertelde Amnesty International dat op de avond van 1 januari 2026 veiligheidstroepen het vuur openden op vreedzame demonstranten. Dit gebeurde in de buurt van het kantoor van de gouverneur van de provincie op het Azadeganplein. Ze deelde een video, die door de organisaties is geverifieerd, waarop te zien is hoe een agent van de IRGC op demonstranten schiet. Nadat de menigte zich had verspreid, verzamelden sommige demonstranten zich opnieuw buiten een nabijgelegen politiebureau, waar veiligheidstroepen opnieuw het vuur openden.
Bewijzen en verklaringen
Geverifieerde video’s die op 1 januari 2026 online zijn gepubliceerd, tonen demonstranten die buiten het bureau staan te scanderen. In ten minste één geverifieerde video zijn geweerschoten te horen.
Uit de beoordeelde informatie blijkt dat ten minste zes demonstranten zijn gedood in Azna, waaronder Vahab Mousavi, Mostafa Falahi, Shayan Asadollahi, Ahmadreza Amani en Reza Moradi Abdolvand. De autoriteiten houden het lichaam van de 16-jarige Taha Safari, die eerder als vermist was opgegeven, nog steeds achter. Een bron vertelde Amnesty International dat familieleden van Taha Safari op 3 januari 2026 naar een politiebureau zijn gegaan om te informeren naar zijn verblijfplaats en dat een ambtenaar hen daar foto’s van verschillende overleden personen heeft laten zien; de familie herkende Taha Safari onder hen. Op de foto waren ernstige hoofdwonden te zien.
Een demonstrant in Malekshahi, in de provincie Ilam, vertelde Amnesty International dat op de middag van 3 januari 2026 honderden vreedzame demonstranten van het Shohada-plein naar een basis van de IRGC Basij marcheerden:
“IRGC-agenten openden het vuur vanuit de basis en schoten zonder rekening te houden met wie ze neerschoten. Drie tot vier mensen werden op slag gedood en vele anderen raakten gewond. De demonstranten waren volledig ongewapend.”
Twee geverifieerde video’s uit Malekshahi, opgenomen in de namiddag, tonen demonstranten buiten de Basij-basis die vluchten te midden van geweerschoten. Een andere video die online is geplaatst, toont zes agenten in de basis, waarvan er minstens één met een wapen op de demonstranten schiet. Op twee video’s zijn drie slachtoffers te zien, bewegingloos en met zichtbare verwondingen.
Bronnen melden dat demonstranten Reza Azimzadeh, Latif Karimi en Mehdi Emamipour op slag dood waren. Twee anderen, Fares Mohsen Agha Mohammadi en Mohammad Reza Karami, zijn later aan hun verwondingen overleden.
In het gebied Jafarabad in Kermanshah, in de provincie Kermanshah, werden Reza Ghanbary en twee broers, Rasoul Kadivarian en Reza Kadivarian, op 3 januari 2026 dodelijk neergeschoten. Een mensenrechtenverdediger zei dat agenten in burger in drie witte voertuigen aankwamen. Vervolgens schoten ze met metalen kogels op de broers, die deel uitmaakten van een groep demonstranten die een weg probeerden te blokkeren.
Volgens een mensenrechtenverdediger met wie de organisaties spraken doodden de veiligheidstroepen in de provincie Chaharmahal en Bakhtiari op 1 januari 2026 Ahmad Jalil en Sajad Valamanesh tijdens protesten in Lordegan en op 3 januari 2026 Soroush Soleimani in Hafshejan . Amnesty International en Human Rights Watch hebben beelden van hun lichamen bekeken, waarop klassieke sproeipatronen van metalen hagelwonden op hun torso te zien zijn.
Demonstranten ernstig gewond
De organisaties documenteerden grootschalige schade als gevolg van het wijdverbreide gebruik van metalen kogeltjes afgevuurd uit jachtgeweren, waaronder hoofd- en oogletsel, evenals verwondingen veroorzaakt door mishandeling en geweerschoten.
Een demonstrant uit Dehdasht, in de provincie Kohgiluyeh en Boyer-Ahmad, zei dat veiligheidstroepen hem tijdens protesten op 3 januari 2026 hadden neergeschoten. Uit angst voor arrestatie vermeed hij ziekenhuiszorg, ondanks het risico dat hij zijn been zou verliezen. Een onafhankelijke patholoog die door Amnesty International werd geraadpleegd en een foto van de verwonding van de demonstrant bekeek, zei dat deze veroorzaakt zou kunnen zijn door een hagelpatroon.
Op 6 januari 2026 plaatste een fotograaf uit de stad Ilam een video op sociale media waarin hij zijn bebloede gezicht liet zien, vol met wonden door metalen hagelkorrels. Hij toonde een metalen kogel aan de camera en zei dat de veiligheidstroepen jachtmunitie gebruiken tegen demonstranten: “Het doden van mensen is voor hen een spel. Ze zien ons als prooi en zichzelf als jagers.”
Een vrouw in de stad Isfahan vertelde Amnesty International dat toen ze op de vlucht was voor veiligheidstroepen die protesten met geweld uiteendreven, een agent haar op de grond duwde en op haar rug stampte. Ze deelde foto’s waarop haar bebloede gezicht met meerdere schaafwonden te zien was.
“Hoe meer ik me verzette, hoe harder hij me neerdrukte”, zei ze. “Ik kon me niet bewegen. Ik schreeuwde het uit, maar hij zei dat ik mijn mond moest houden.”
De organisaties constateerden dat de aanwezigheid van veiligheidstroepen in ziekenhuizen veel gewonde demonstranten ervan weerhield medische hulp te zoeken, waardoor het risico op overlijden toenam. Volgens een mensenrechtenverdediger stierf Mohsen Armak in Hafshejan, in de provincie Chaharmahal en Bakhtiari, toen hij nadat hij op 3 januari gewond was geraakt door een metalen kogel naar een veehouderij werd gebracht in plaats van naar een ziekenhuis.
Op 4 januari 2026 vielen de speciale eenheden van FARAJA en IRGC het Imam Khomeini-ziekenhuis in Ilam aan, waar gewonde demonstranten werden behandeld. Volgens een mensenrechtenverdediger schoten agenten met metalen kogels en traangas op het ziekenhuisterrein, sloegen ze glazen deuren in en sloegen ze patiënten, hun familieleden en medisch personeel. Dit is ook te zien op geverifieerde videobeelden.
Massale willekeurige arrestaties
De veiligheidstroepen hebben honderden demonstranten, onder wie kinderen van slechts 14 jaar oud, willekeurig gearresteerd tijdens het uiteendrijven van protesten en nachtelijke huiszoekingen. Sommigen van hen werden uit ziekenhuizen meegenomen.
De autoriteiten hebben veel demonstranten gedwongen laten verdwijnen en in incommunicado-detentie geplaatst, waardoor zij het risico lopen op marteling en andere vormen van mishandeling.
De autoriteiten hebben al gedwongen ‘bekentenissen’ van gedetineerden uitgezonden in de media. Op 5 januari 2026 toonde Tasnim News, gelieerd aan de IRGC, video’s waarin een 18-jarige vrouw en een 16-jarig meisje het ‘aanvoeren van rellen’ zouden ‘bekennen’.
De Iraanse autoriteiten moeten iedereen die uitsluitend is vastgehouden omdat hij of zij vreedzaam heeft deelgenomen aan demonstraties of daar zijn of haar steun voor heeft uitgesproken, onmiddellijk en onvoorwaardelijk vrijlaten. Alle gedetineerden moeten worden beschermd tegen foltering en andere vormen van mishandeling en onmiddellijk toegang krijgen tot hun familie, advocaten en de medische zorg die zij nodig hebben.