Actie tegen executies in Iran bij de ambassade in Berlijn, 2023.
© Amnesty International, Foto: Stephane Lelarge

Iran blijft executeren middenin oorlogsgeweld

De autoriteiten van Iran hebben de afgelopen twee dagen vier mannen in het geheim geëxecuteerd. Zeven andere mannen lopen risico opgehangen te worden. Amnesty International roept de Iraanse autoriteiten op om direct te stoppen met het executeren van mensen.

“De Iraanse autoriteiten moeten onmiddellijk een einde maken aan alle plannen om de dissidenten Vahid Bani Amerian en Abolhassan Montazer en de demonstranten Mohammad Amin Biglari, Ali Fahim, Abolfazl Salehi Siavashani, Amirhossein Hatami en Shahin Vahedparast Kolo, die vastzitten in de Ghezel Hesar-gevangenis, te executeren”, zegt Diana Eltahawy van Amnesty International.

“Het is onaanvaardbaar dat de autoriteiten van Iran de doodstraf blijven inzetten als wapen om kritische stemmen de kop in te drukken en de bevolking verder te terroriseren, terwijl de bevolking nog wankelt van het massale verlies aan mensenlevens te midden van de aanhoudende bombardementen door Israël en de VS.”

Sinds de opstand van Woman Life Freedom in 2022 zijn de Iraanse autoriteiten begonnen met een executiegolf waarbij duizenden mensen ter dood zijn gebracht na grove oneerlijke processen. Na de 12-daagse oorlog met Israël in 2025 nam het aantal executies toe tot een omvang die in meer dan vier decennia niet is voorgekomen.

Geheime executies

Maandag 30 maart werden Akbar (Shahrokh) Daneshvarkar en Mohammad Taghavi Sangdehi in het geheim geëxecuteerd. Dinsdagochtend 31 maart executeerden de Iraanse autoriteiten in het geheim ook Babak Alipour en Pouya Ghobadi. Amnesty International beschikt over informatie waaruit blijkt dat de autoriteiten deze vier mannen willekeurig executeerden zonder hen, hun families of hun advocaten hiervan vooraf op de hoogte te stellen of hen de kans te geven afscheid te nemen. Een goed geïnformeerde bron zei dat de autoriteiten de lichamen van ten minste drie van hen – Babak Alipour, Pouya Ghobadi en Akbar (Shahrokh) Daneshvarkar – niet aan hun families hebben teruggegeven. Dit vergroot de angst en het leed van de families.

Angst voor meer executies

“De vrees over het lot van Vahid Bani Amerian en Abolhassan Montazer is nu toegenomen. Zij zijn in dezelfde zaak veroordeeld na een zeer oneerlijk proces dat was getekend door martelingen ”, zegt Diana Eltahawy. “Sinds de mannen op 30 maart zijn overgeplaatst naar een onbekende locatie, weigeren de autoriteiten om informatie te geven aan hun families of advocaten over hun lot en verblijfplaats.”

Dinsdagmorgen zijn vijf andere jonge demonstranten – Mohammad Amin Biglari, Ali Fahim, Abolfazl Salehi Siavashani, Amirhossein Hatami en Shahin Vahedparast Kolo – overgebracht van de Ghezel Hesar-gevangenis naar een onbekende locatie. Dit is een verontrustende ontwikkeling en wakkert de angst aan dat ook zij binnenkort worden geëxecuteerd.

Deze mannen zijn ter dood veroordeeld in een afzonderlijke zaak in verband met vermeende misdrijven die gepleegd zouden zijn in de context van de protesten van januari 2026.

‘Bekentenissen’ door marteling

Alle elf mannen hebben verklaard dat ze tijdens hun detentie zijn gemarteld en mishandeld. Zo zouden ze zijn geslagen, stok- of zweepslagen hebben gekregen, langdurig in eenzame opsluiting hebben gezeten en doodsbedreigingen onder schot hebben ontvangen. Vervolgens zijn ze veroordeeld tijdens zeer oneerlijke processen die slechts een paar uur duurden en waarbij ‘bekentenissen’ werden gebruikt die na marteling waren verkregen.

Oproep Amnesty International

Amnesty International is altijd tegen de doodstraf. De doodstraf schendt het recht op leven en is de ultieme wrede, onmenselijke en vernederende straf. Het uitvoeren van een doodvonnis dat is opgelegd na ernstige schendingen van het recht op een eerlijk proces, maakt de executie willekeurig. Amnesty verzoekt alle staten om de Iraanse autoriteiten op te roepen alle executies onmiddellijk stop te zetten en een moratorium (stop) op alle executies in te stellen met het oog op de afschaffing van de doodstraf.

Tijdlijn: executies van kritische stemmen

Vahid Bani Amerian, Abolhassan Montazer, Babak Alipour, Pouya Ghobadi, Akbar (Shahrokh) Daneshvarkar en Mohammad Taghavi Sangdehi werden in oktober 2024 ter dood veroordeeld door een Revolutionaire Rechtbank in Teheran.

Zij werden veroordeeld voor “gewapende opstand tegen de staat” (baghi) op basis van beschuldigingen van banden met de verboden oppositiegroep, de People’s Mojahedin Organisation Iran (PMOI). Ze ontkenden alle beschuldigingen van het opnemen van wapens tegen de staat.

Volgens informatie van goed geïnformeerde bronnen werden Akbar (Shahrokh) Daneshvarkar en Mohammad Taghavi Sangdehi op de avond van 29 maart 2026 plotseling overgebracht van afdeling 4 van de Ghezel Hesar-gevangenis naar een onbekende locatie. De volgende ochtend maakten de autoriteiten bekend dat zij hen hadden geëxecuteerd.. Vervolgens brachten ze vier andere mannen, Babak Alipour, Pouya Ghobadi, Vahid Bani Amerian en Abolhassan Montazer, samen met 14 andere dissidenten, die ook in afdeling 4 vastzaten, naar een onbekende locatie.

In de ochtend van 30 maart sloten de autoriteiten alle telefoonlijnen af voor politieke dissidenten die gevangen zitten in afdeling 4 van de Ghezel Hesar-gevangenis. Sindsdien zitten deze mensen vast zonder contact met de buitenwereld.

Op 31 maart maakten de autoriteiten de executies bekend van Babak Alipour en Pouya Ghobadi.

Eerdere executies

De executies van 30 en 31 maart volgen op de executies van vier andere mannen – Saleh Mohammadi, Mehdi Ghasemi en Saeed Davoudi – op 19 maart 2026. Zij waren gearresteerd in verband met de protesten van januari 2026. Op 18 maart werd ook Kouroush Keyvani geëxecuteerd, op beschuldiging van spionage.

Saleh Mohammadi werd op 4 februari in Qom ter dood veroordeeld. Zijn doodvonnis kwam minder dan drie weken na zijn arrestatie op 15 januari 2026 in verband met de dood van een veiligheidsagent tijdens protesten in Qom op 8 januari 2026. Hij heeft betrokkenheid hierbij altijd ontkend. Uit het vonnis, dat door Amnesty International is ingezien, blijkt dat hij zijn ‘bekentenissen’ weer introk en zei dat deze onder marteling waren afgedwongen. De rechtbank verwierp dit zonder enig onderzoek. Een goed geïnformeerde bron zei dat hij botbreuken in zijn hand heeft opgelopen als gevolg van mishandeling.

Zeven andere mannen, Mohammad Amin Biglari, Ali Fahim, Abolfazl Salehi Siavashani, Amirhossein Hatami, Shahin Vahedparast Kolor, Shahab Zohdi en Yaser Rajaifar, werden door Afdeling 15 van de Revolutionaire Rechtbank van Teheran op 9 februari 2026 ter dood veroordeeld wegens ‘vijandschap tegen God’ (moharebeh) omdat zij een Basij-basis in Teheran in brand zouden hebben gestoken. In januari 2026 waren zij hiervoor gearresteerd.

Volgens een goed geïnformeerde bron was Mohammad Amin Biglari een paar weken lang gedwongen verdwenen, voordat hij naar de Ghezel Hesar-gevangenis werd overgebracht. De autoriteiten weigerden hem toegang tot een advocaat naar eigen keuze tijdens het proces. Hij kreeg een door de staat aangewezen advocaat, die zijn belangen niet behartigde tijdens het proces. Dit proces was een versneld proces waarin de rechtbank zich baseerde op gedwongen “bekentenissen”. Vervolgens weigerden ze een onafhankelijke advocaat, aangesteld door zijn familie, toegang tot zijn dossier. Hierdoor kon hij geen beroep aantekenen bij het Hooggerechtshof.

Kom in actie voor Mohammad Amin Biglari.

Meer over dit onderwerp