© Private

Iran: autoriteiten proberen massale bloedbaden bij protesten te maskeren

Wijdverbreide willekeurige arrestaties, gedwongen verdwijningen, bijeenkomsten die verboden worden en families van slachtoffers die het zwijgen wordt opgelegd. De Iraanse samenleving wordt door de autoriteiten van de Islamitische Republiek in hoog tempo gemilitariseerd, in de nasleep van de bloedbaden tijdens de recente protesten tegen de repressieve autoriteiten. 

Sinds 8 en 9 januari 2026, toen de Iraanse autoriteiten op ongekende schaal mensen om het leven bracht om de volksopstand tegen hun repressieve bewind neer te slaan, wordt de onderdrukking met militaire middelen opgevoerd om verder verzet te voorkomen en hun misdaden aan het oog van de wereld te onttrekken.

In het hele land heerst een volledige internetblack-out, zijn er zwaarbewapende veiligheidspatrouilles, geldt er een avondklok en worden bijeenkomsten verhinderd. De veiligheidstroepen hebben ook duizenden demonstranten en andere dissidenten gearresteerd en de gedetineerden onderworpen aan gedwongen verdwijningen, marteling en andere vormen van mishandeling, waaronder seksueel geweld. De autoriteiten hebben bovendien de nabestaanden van gedode demonstranten op een meedogenloze manier geïntimideerd.

Cyclus van bloedvergieten en straffeloosheid 

“Terwijl de bevolking van Iran nog steeds in de greep is van het verdriet en de schok van de ongekende bloedbaden tijdens het uiteendrijven van protesten, voeren de Iraanse autoriteiten een gecoördineerde aanval uit op het recht van de Iraanse bevolking op leven, waardigheid en fundamentele vrijheden, in een criminele poging om de bevolking het zwijgen op te leggen,” zegt Diana Eltahawy van Amnesty International. “Door het internet af te sluiten, isoleren de autoriteiten opzettelijk meer dan 90 miljoen mensen van de rest van de wereld, om zo hun misdaden te verbergen en zich aan hun verantwoordelijkheid te onttrekken.” 

“De internationale gemeenschap mag niet toestaan dat alweer een episode van massale wreedheden in Iran zonder gevolgen blijft. Er is al lang dringend internationale actie nodig. Zo moeten er stappen komen om verantwoordingsplicht af te dwingen via onafhankelijke internationale rechtsmechanismen. De cyclus van bloedvergieten en straffeloosheid moet worden doorbroken.”  

Zogenaamde veiligheidsdreiging 

Op 21 januari 2026 verklaarde de Hoge Raad voor Nationale Veiligheid van Iran dat tijdens de opstand 3.117 mensen zijn omgekomen. Maar op 16 januari 2026 zei Mai Sato, speciaal rapporteur van de VN voor Iran, in een interview dat er minstens 5.000 mensen zijn gedood.  

Gezien de ernst van de situatie is er op 23 januari 2026 een speciale zitting van de VN-Mensenrechtenraad over de mensenrechtensituatie in Iran. In een briefing die op 19 januari 2026 onder diplomaten in Genève werd verspreid, probeerde de permanente vertegenwoordiger van Iran de protesten af te schilderen als een door het buitenland georkestreerde ‘veiligheidsdreiging’, in een poging om internationale druk af te wenden. In de briefing werd ook ten onrechte beweerd dat de autoriteiten ‘afzagen van een brede of willekeurige harde veiligheidsaanpak’ in de nasleep van de opstand, en werd de grootschalige internetblokkade gerechtvaardigd als een maatregel voor de ‘openbare veiligheid’.    

Oproep Amnesty 

Amnesty International roept de Iraanse autoriteiten op om de internettoegang onmiddellijk te herstellen, alle willekeurig vastgehouden mensen vrij te laten, het lot en de verblijfplaats bekend te maken van iedereen die het slachtoffer is geworden van gedwongen verdwijningen, alle gedetineerden te beschermen tegen marteling en andere vormen van mishandeling, en gedetineerden toegang te geven tot hun advocaten, familie en de medische zorg die zij nodig hebben. De autoriteiten moeten ook een einde maken aan het intimideren van de families van de slachtoffers.

Stop het dodelijk geweld in Iran

Eis een einde aan het dodelijk geweld tegen demonstranten in Iran en teken de petitie.

Teken de petitie

Bewijsmateriaal 

De informatieblokkade die de Iraanse autoriteiten sinds 8 januari 2026 hebben ingesteld, vormt een ernstige belemmering bij het documenteren van mensenrechtenschendingen. Bovendien is cruciaal bewijsmateriaal, waaronder video’s en foto’s van mobiele telefoons, verloren gegaan toen de veiligheidstroepen de apparaten in beslag namen van mensen die door hen zijn gedood of willekeurig gevangen zijn gezet.   

Toch heeft Amnesty International kunnen spreken met een mensenrechtenverdediger en een zorgmedewerker in Iran en met dertien goed geïnformeerde bronnen buiten het land, onder wie familieleden van slachtoffers die zijn gedood of vastgezet, mensenrechtenverdedigers en journalisten met informatie over schendingen in de provincies Alborz, Chaharmahal en Bakhtiari, Esfahan, Gilan, Ilam, Kermanshah, Koerdistan, Razavi Khorasan, Teheran en West-Azerbeidzjan. Amnesty analyseerde ook online video’s van het militaire optreden in Iran en officiële verklaringen, en bestudeerde rapporten van onafhankelijke Iraanse mensenrechtenorganisaties. 

Tienduizenden arrestaties 

Volgens berichten in staatsmedia van 16 januari 2026, hebben de autoriteiten duizenden mensen gearresteerd in verband met de protesten. Onafhankelijke rapporten en andere informatie die Amnesty International heeft ontvangen, wijzen erop dat tienduizenden mensen, onder wie kinderen, willekeurig zijn vastgezet.  

De Iraanse autoriteiten hebben de afgelopen dagen in het hele land op grote schaal arrestaties verricht, waarbij mensen werden opgepakt tijdens nachtelijke huiszoekingen, bij controleposten, op werkplekken en in ziekenhuizen. Naast demonstranten zijn onder de gearresteerden ook universiteitsstudenten en schoolkinderen, mensenrechtenverdedigers, advocaten, journalisten en leden van etnische en religieuze minderheden.  

Arrestaties in ziekenhuizen 

Veiligheidstroepen hebben demonstranten gearresteerd die in ziekenhuizen werden behandeld. Een mensenrechtenverdediger in Iran vertelde dat veiligheidstroepen in de provincie Esfahan medisch personeel in ziekenhuizen hadden opgedragen hen op de hoogte te stellen van patiënten met verwondingen door kogels en hagel. Twee goed geïnformeerde bronnen zeiden dat veiligheidstroepen in de provincies Esfahan en Chaharmahal en Bakhtiari gewonde demonstranten in ziekenhuizen hebben gearresteerd, onder wie mensen die levensreddende medische zorg nodig hadden. Gezien de goed gedocumenteerde patronen van marteling en andere vormen van mishandeling tijdens het neerslaan van eerdere protesten, bestaat er grote zorg dat veiligheidstroepen gewonde demonstranten die uit ziekenhuizen zijn gehaald adequate medische zorg zullen onthouden, waardoor het risico op sterfgevallen in hechtenis toeneemt. 

Veiligheidstroepen bedreigden medisch personeel in de provincie Esfahan met vervolging en andere represailles als zij gewonde demonstranten behandelen zonder de autoriteiten hiervan op de hoogte te stellen.   

Seksueel geweld 

Familieleden van gedetineerden, activisten en journalisten vertelden Amnesty dat de autoriteiten stelselmatig weigeren informatie te verstrekken over het lot en de verblijfplaats van veel van de gedetineerden. Daardoor worden zij het slachtoffer van gedwongen verdwijningen, wat een misdrijf is onder het internationaal recht. Sommige gedetineerden zijn naar gevangenissen en andere officiële detentiecentra gebracht, terwijl anderen worden vastgehouden in militaire barakken, pakhuizen of andere geïmproviseerde detentiecentra zonder officiële registratie. Daardoor lopen zij een verhoogd risico op marteling en andere vormen van mishandeling.  

Goed geïnformeerde bronnen melden dat veiligheidstroepen gedetineerden tijdens hun arrestatie en detentie hebben onderworpen aan marteling en andere vormen van mishandeling, waaronder slaan, seksueel geweld, dreiging met standrechtelijke executies en het opzettelijk onthouden van voldoende voedsel, water en medische zorg.   

Gedwongen verdwijning 

In een door Amnesty gedocumenteerd geval deden veiligheidstroepen op 9 januari 2026 een inval in het ouderlijk huis van een demonstrant, Amirhossein Ghaderzadeh, in Rasht, in de provincie Gilan, en arresteerden hem. Agenten kleedden hem en zijn twee zussen, van wie er één een 14-jarig kind is, uit om hun lichamen te inspecteren op hagel om hun deelname aan protesten te ‘bewijzen’. Sindsdien hebben de autoriteiten geweigerd zijn familie te vertellen wat er met hem is gebeurd en waar hij zich bevindt, waardoor hij het slachtoffer is geworden van gedwongen verdwijning.  

Gedwongen bekentenissen 

Amnesty International heeft uit betrouwbare bronnen vernomen dat de autoriteiten, terwijl zij systematisch de toegang tot advocaten weigeren, gedetineerden dwingen verklaringen te ondertekenen die zij niet mogen lezen. Ze moeten ook gedwongen ‘bekentenissen’ afleggen voor misdrijven die zij niet hebben begaan en voor vreedzame uitingen van verzet.  

De afgelopen dagen hebben de staatsmedia tientallen propagandavideo’s uitgezonden waarin gedetineerden ‘bekentenissen’ afleggen over vreedzame handelingen, zoals het versturen van beelden van de protesten naar media buiten Iran, en over gewelddadige handelingen, waaronder vandalisme en brandstichting. De Iraanse autoriteiten hebben een lange geschiedenis van het uitzenden van door marteling verkregen gedwongen ‘bekentenissen’. Op die manier willen ze de publieke opinie beïnvloeden en de weg vrijmaken voor strenge straffen, waaronder de doodstraf.  

Willekeurige executies 

In een klimaat waarin veiligheidstroepen stelselmatig straffeloosheid genieten, maakt Amnesty International zich ernstig zorgen over het terugkeren van eerder gedocumenteerde patronen van marteling en andere vormen van mishandeling van gedetineerde demonstranten, waaronder slaag, geseling, elektrische schokken, schijnexecuties, ophanging aan de polsen of nek, verkrachting en andere vormen van seksueel geweld.   

Openbare verklaringen van hoge functionarissen waarin demonstranten worden bestempeld als ‘terroristen’ en ‘criminelen’ hebben de vrees aangewakkerd voor verdere arrestaties en versnelde, uiterst oneerlijke showprocessen, die leiden tot willekeurige executies.  

Doodstraf 

Sinds 10 januari 2026 hebben de procureur-generaal van Iran en provinciale openbare aanklagers demonstranten in het openbaar omschreven als mohareb (‘een persoon die oorlog tegen God voert’), waarop in Iran de doodstraf staat.  

Op 19 januari 2026 gaf het hoofd van de rechterlijke macht, Gholamhossein Mohseni-Eje’i, opdracht tot snelle vervolging en ‘afschrikkende’ straffen. Twee dagen later schepte hij er in het openbaar over op dat hij strengere aanklachten tegen gearresteerde demonstranten had gelast dan die van de openbare aanklagers. In een flagrante schending van het recht op een eerlijk proces heeft hij ook demonstranten zonder aanwezigheid van advocaten ondervraagd en gedwongen ‘bekentenissen’ laten afleggen, die vervolgens op de staatsmedia werden uitgezonden.  

Intimidatie van de families van slachtoffers  

Familieleden van mensen die zijn gedood of worden vastgehouden, zijn het slachtoffer van een systematische campagne van intimidatie en dwang.  

De autoriteiten hebben familieleden onder druk gezet om begrafenissen midden in de nacht te houden, in aanwezigheid van veiligheidstroepen. Een zorgmedewerker vertelde dat veiligheidstroepen in Mashhad, in de provincie Razavi Khorasan, massale begrafenissen hebben gehouden zonder de families van de overledenen hiervan op de hoogte te stellen.  

Na de bloedbaden op 8 en 9 januari 2026 werd aan veel familieleden verteld dat de lichamen van hun dierbaren zouden worden achtergehouden, tenzij zij exorbitante sommen geld zouden betalen, verklaringen zouden ondertekenen of publieke verklaringen zouden afleggen. Daarin zouden zij ten onrechte moeten beweren dat hun overleden familieleden lid waren van de Basij-bataljons van de Islamitische Revolutionaire Garde, in plaats van dat ze demonstranten waren, en dat hun dood de schuld van ‘terroristen’ zou zijn.  

Gruweldaden 

Een familielid van een vrouw die in de provincie Teheran was gedood, stuurde Amnesty screenshots van een gesprek met een familielid in Iran, dat schreef: 

“Ze [de autoriteiten] hebben hier gruweldaden begaan. De veiligheidstroepen hebben geschoten […] en ze is doodgebloed omdat ze geen medische zorg heeft gekregen… Als iemand wordt gedood, geven ze het lichaam niet zomaar aan de familie. Als de familie het lichaam wil opeisen, moeten ze schrijven dat de persoon bij de Basij hoorde en dat de persoon door demonstranten is gedood.”  

Een goed geïnformeerde bron vertelde dat hij wist van ten minste één slachtoffer dat op 8 januari 2026 in de provincie Teheran is gedood en van wie de familie meer dan twee weken na zijn dood het lichaam nog steeds niet heeft kunnen ophalen, omdat ze het door de autoriteiten geëiste bedrag niet kunnen betalen.  

Kind van twee doodgeschoten 

De autoriteiten hebben verklaringen uitgezonden van verschillende rouwende families die gedwongen werden om valse staatsnarratieven over de dood van hun dierbaren te ondersteunen. Zo werd een tweejarig kind op 9 januari 2026 in Neyshabur, in de provincie Razavi Khorasan, in het hoofd geschoten. De staatsmedia zonden toen verschillende propagandavideo’s uit om de veiligheidstroepen van hun verantwoordelijkheid te ontslaan en de schuld voor haar dood bij ‘terroristen’ te leggen. In een video is een verklaring van haar vader te zien, waarbij een stem buiten beeld hem vertelt wat hij moet zeggen, en de vader dit woord voor woord herhaalt. De autoriteiten hebben de volledige naam van het kind niet bekendgemaakt, maar meldden dat haar voornaam ‘Bahar’ is.  

Amnesty heeft vernomen dat veel families nog steeds op zoek zijn naar vermiste familieleden, omdat de autoriteiten nog steeds niet willen zeggen of hun familieleden zijn gedood of gevangenzitten.   

Verstikkende onderdrukking  

Sinds 9 januari 2026 hebben de autoriteiten in het hele land ingrijpende militaire controlemaatregelen genomen. Er worden zwaarbewapende eenheden van de veiligheidstroepen ingezet, die een dicht netwerk van controleposten en gewapende patrouilles hebben opgezet in steden en op wegen tussen steden.  

De veiligheidstroepen houden routinematig willekeurig auto’s aan en voeren controles uit van voertuigen en mobiele telefoons. Goed geïnformeerde bronnen melden dat de autoriteiten de bewegingsvrijheid hebben beperkt en een avondklok hebben ingesteld. Vanaf zonsondergang bevelen de veiligheidstroepen mensen via luidsprekers om naar huis te gaan en daar te blijven. Deze patrouilles waarschuwen dat bijeenkomsten van twee of meer personen op straat verboden zijn en tot arrestaties zullen leiden.    

Video’s tonen de militarisering 

Amnesty analyseerde online gepubliceerde video’s die de ooggetuigenverslagen van de militarisering bevestigen. Een video uit Mashhad, in de provincie Razavi Khorasan, die op 15 januari 2026 is gepost, toont veiligheidstroepen die te voet en met voertuigen patrouilleren op de Hashemiyeh Boulevard- en Vakil Abad Boulevard. 

Een andere video uit Borujerd, in de provincie Lorestan, die op 17 januari 2026 werd gepost, laat gewapende veiligheidstroepen in beige camouflage-uniformen zien. Ze zijn uitgerust met dodelijke vuurwapens. Op de video zijn tankwagens te zien en wat lijkt op omgebouwde civiele vrachtwagens met grote sproeiers, waarschijnlijk bedoeld om als waterkanonnen te worden gebruikt.

Een derde video, gepost op 15 januari 2026 vanuit Tonekabon (Shahsavar), in de provincie Mazandaran, toont tientallen voertuigen van de veiligheidstroepen, waaronder motorfietsen en een gepantserd personeelsvoertuig, die agenten vervoeren over de Shiroudi Boulevard.
Intimiderende

Andere video’s tonen veiligheidstroepen die bewoners uitdagen. Zo creëren ze een intimiderende sfeer. Op een video die op 20 januari 2026 online is gezet, zijn gewapende veiligheidstroepen met bedekte gezichten te zien, die in pick-uptrucks met zware machinegeweren door straten in woonwijken patrouilleren en bewoners herhaaldelijk bevelen ‘naar binnen te gaan’, terwijl ze leuzen scanderen ter ere van de Opperste Leider. Amnesty International heeft de locatie waar deze beelden zijn opgenomen niet onafhankelijk kunnen verifiëren.

Meer over dit onderwerp