Manor Fouad Jasem wordt in een ziekenhuis in het oosten van Mosul behandeld aan een kogelwond
© Amnesty International

Irak: burgers gedood door luchtaanvallen in Mosul na instructies om hun huis niet te verlaten 

Honderden burgers in de Iraakse stad Mosul zijn om het leven gekomen in hun huizen of andere plekken waar ze hun toevlucht hadden gezocht, nadat de Iraakse overheid hun geadviseerd had om niet te vluchten tijdens het offensief om de stad terug te veroveren op Islamitische Staat.

De schrikbarende stijging van het aantal burgerdoden als gevolg van enerzijds de luchtaanvallen door de coalitie die geleid wordt door de Verenigde Staten, en anderzijds de grondgevechten tussen het Iraakse leger en IS-strijders, roept serieuze vragen op over de rechtmatigheid van de aanvallen. Op 25 maart 2017 werden 150 mensen gedood in de wijk Jadida in West-Mosul – een van de dodelijkste luchtaanvallen van de coalitie tot nu toe. Dat leidde er uiteindelijk toe dat de coalitie het incident onderzoekt.

Oorlogsrecht geschonden

‘Uit het feit dat de Iraakse autoriteiten burgers herhaaldelijk aanraadden om thuis te blijven in plaats van te vluchten, valt af te leiden dat de coalitie geweten kon hebben dat deze aanvallen waarschijnlijk grote aantallen burgerslachtoffers tot gevolg zouden hebben’, zegt Donatella Rovera, senior-adviseur crisis response bij Amnesty International. ‘Buitenproportionele en willekeurige aanvallen zijn schendingen van het oorlogsrecht en kunnen oorlogsmisdaden zijn. De Iraakse overheid en de door de VS geleide coalitie moeten onmiddellijk een onafhankelijk en onpartijdig onderzoek instellen naar de weerzinwekkende aantallen burgerdoden als gevolg van hun operatie in Mosul.’

Instortend huis doodt complete familie

Het was voor de inwoners van Mosul ook buitengewoon moeilijk om de stad te ontvluchtten vóór aanvang van de gevechten. Wie probeerde te vluchten, werd gestraft en soms zelfs gedood door IS-strijders. Wa’ad Ahmad al-Tai uit de wijk Al-Zahra in Oost-Mosul was een van de vele burgers die gehoor gaven aan de oproep van de Iraakse autoriteiten om te blijven.

‘Volgens de instructies moesten alle inwoners die niets van doen hadden met IS in hun huizen blijven’, zegt Al-Tai. ‘We hoorden dat op de radio. Er werden ook flyers uit vliegtuigen geworpen.” Toen de gevechten in hevigheid toenamen, begaven Al-Tai, zijn broer Mahmoud en hun gezinnen zich naar het huis van een andere broer, in de hoop dat dat meer veiligheid zou bieden. ‘We waren met zijn allen bijeengekropen in een kamer aan de achterkant van het huis’, zegt Al-Tai. ‘Maar toen het huis naast ons werd gebombardeerd, stortte dat in, precies op de kamer waarin we schuilden. Mijn zoon Yusef van 9 en dochter Shahad van 3 werden gedood, samen met mijn broer Mahmoud, zijn vrouw Manaya en hun 9 jaar oude zoon Aws, en mijn nichtje Hanan. Zij beschermde haar vijf maanden oude dochter, die het overleefde, met dank aan God.’

IS gebruikt burgers als menselijk schild

In veel van de door Amnesty onderzochte gevallen waarbij burgers zijn gedood door luchtaanvallen van de coalitie, vertelden overlevenden en buren dat er IS-strijders in en rond de aangevallen huizen zaten. ‘IS gebruikt op schaamteloze wijze burgers als menselijk schild, wat een oorlogsmisdaad is’, zegt Rovera. ‘Maar dat IS menselijke schilden inzet, ontslaat Irak en de coalitie niet van de verplichting om geen buitenproportionele aanvallen te doen.’

Mortiervuur op woonwijken

Inwoners van Mosul vertelden Amnesty ook dat burgers gedood werden en gewond raakten door willekeurig mortiervuur op woongebieden door zowel IS-strijders als Iraakse troepen. ‘Van beide kanten vlogen er constant mortiergranaten en kogels over ons hoofd’, zegt Ali uit de wijk Hay al-Salam in Oost-Mosul. ‘Ik probeerde om mijn kinderen en familie in de binnenste kamer van het huis te houden, in de hoop dat als een mortiergranaat ons huis zou raken, die niet door meerdere muren heen zou slaan. Er zijn buren gedood door mortieraanvallen, zowel buiten als binnen hun huizen.’