Iraanse raketaanval in Israël is mogelijk oorlogsmisdrijf
Bij een Iraanse raketaanval op de Israëlische stad Beit Shemesh zijn negen burgers gedood, onder wie vier kinderen. De aanval moet worden onderzocht als een mogelijk oorlogsmisdrijf, stelt Amnesty International na recent onderzoek.
Op 1 maart net voor 14.00 uur lokale tijd vuurde Iran een raket af op de wijk Ramat Lehi in Beit Shemesh. De raket verwoestte de Tiferet Israel-synagoge en veroorzaakte grote schade aan de schuilkelder eronder. Hierbij kwamen negen mensen, onder wie drie kinderen, om het leven. Naar schatting raakten ook 46 mensen gewond.
Onderzoeksmethode
Amnesty International deed onderzoek naar de raketaanval. Hierbij analyseerde Amnesty geverifieerde foto’s en video’s die via sociale media waren verspreid en die de onderzoekers ter plaatse verzamelden. Ook analyseerde Amnesty satellietbeelden van voor en na de aanval, om de schade in kaart te brengen. Tussen 16 en 19 maart interviewde Amnesty vier overlevenden van de aanval en een reddingswerker die kort na de aanval ter plaatse was.
Type raket
Uit de baan van de munitie en de omvang van de schade blijkt dat waarschijnlijk een uiterst onnauwkeurige ballistische raket is gebruikt. “Dit wapen is volstrekt ongeschikt voor gebruik in dichtbevolkte burgergebieden, en schendt daarmee het internationaal humanitair recht,” zegt Erika Guevara-Rosas van Amnesty International. Een analyse uit 2024 wees uit dat Iraanse ballistische raketten hun doel regelmatig met minstens een halve kilometer misten. Volgens Israëlische media woog het explosieve deel van de raket ongeveer 500 kilo. Amnesty kon dit niet bevestigen.
Amnesty vond geen aanwijzingen voor legitieme militaire doelen in de directe omgeving van de inslag. Het dichtstbijzijnde militaire doelwit is een Israëlische militaire basis bij Sdot Micha, ongeveer 3,5 km ten westen van de inslagplaats.
“Op een dag, uit het niets, is de helft van het gezin weg”
Rabbi Yitzak Biton verloor door de aanval drie van zijn kinderen. Op de ochtend van de inslag gaf hij les aan Torah-studenten. Zijn dochters Sara (13 jaar) en Avigail (15 jaar) haalden hun broer Yaakov (17 jaar) over om met hen mee te gaan naar de schuilkelder. Biton bleef thuis met zijn vrouw Tamar en zijn 4-jarige dochter Rachel. “Het plafond en het dak stortten in… Ik keek door het raam naar de plek waar de synagoge had gestaan. Er was brand en zwarte rook. Toen ik de moed had verzameld om naar buiten te gaan, zag ik dat de synagoge volledig was verwoest en de schuilkelder was opengespleten. De schuilkelder bood geen bescherming. Ik verloor niet één, niet twee, maar drie kinderen… Op een dag, uit het niets, is de helft van het gezin weg.”
“Zelfs in de schuilkelder ben je niet veilig”
Sarah Fanny Amar (53 jaar) bevond zich in de schuilkelder toen de raket insloeg. “Er klonk een enorme knal. Ik hing aan metaal, en er lag metaal bovenop me. Door de schokgolf was ik weggeslingerd. Om me heen was alles zwart en stoffig. Het plafond stortte op me neer. Ik kon nauwelijks iets zien en probeerde met mijn handen de weg te vinden. Ik liep over puin en mensen. Buiten was er brand. Ik kwam bij het gras aan en zakte in elkaar. Toen ik mijn ogen opende, lag ik in een ambulance. Met deze bommen verlies je elke wil om te leven, te slapen, te eten… Zelfs in de schuilkelder ben je niet veilig. Ik kende iedereen die is omgekomen.”
“Alsof ik naar een film keek”
Reuven Harow (56 jaar) was als ambulanceverpleegkundige ongeveer 10 minuten na de inslag ter plaatse. “Mensen kwamen bebloed en gekneusd naar buiten. Niemand wist waar de raket precies was ingeslagen, want overal was schade. Lichamen waren aan stukken geblazen. Nog urenlang lagen er overal lichaamsdelen. We probeerden iedereen die nog leefde te redden. Mensen hielpen familieleden en vrienden die ze al jaren kennen. Iedereen kent elkaar… Ik bleef maar zeggen: ‘Dit is niet echt’… Het voelde alsof ik naar een film keek.”
Oproep Amnesty International
Het uitvoeren van een willekeurige aanval die leidt tot de dood of verwonding van burgers of schade aan burgerobjecten (zoals scholen, religieuze gebouwen en ziekenhuizen) is een oorlogsmisdrijf. Amnesty roept op tot een onafhankelijk en onpartijdig onderzoek. In een eerlijk proces moeten alle personen tegen wie er voldoende bewijs is dat ze verantwoordelijk zijn, berecht worden.
Duizenden aanvallen
Op 28 februari 2026 vielen de VS en Israël gezamenlijk Iran aan. Sindsdien volgden nog duizenden aanvallen. Iran reageerde met vergeldingsaanvallen in de regio. Het conflict breidde zich snel uit tot regionale vijandelijkheden in het hele Midden-Oosten, met veel burgerslachtoffers en de vernietiging van veel niet-militaire gebouwen zoals scholen en woonhuizen. Israël intensiveerde ook zijn aanvallen op Libanon, in reactie op aanvallen van Hezbollah.
Volgens verschillende mediaberichten gebruikte het Iraanse leger sinds 28 februari meerdere keren clustermunitie bij aanvallen in Israël. Dit gebeurde onder meer op 18 maart in de buurt van Tel Aviv. Bij deze aanval kwamen twee burgers om. Het gebruik van clustermunitie is verboden volgens het internationaal humanitair recht. Amnesty documenteerde eerder dat Iran clustermunitie ook gebruikte tijdens de ‘12-daagse oorlog’ met Israël in juni 2025.
Op 27 maart was het aantal doden door Israëlische en Amerikaanse aanvallen opgelopen tot ten minste 1.900 mensen, onder wie ten minste 100 schoolkinderen in de Iraanse plaats Minab en meer dan 1.116 slachtoffers in Libanon. Iraanse aanvallen hebben tot nu toe minstens zestien burgers in Israël gedood, vier in de bezette Westelijke Jordaanoever en zeker 23 in verschillende Golfstaten. Waarschijnlijk ligt het aantal dodelijke slachtoffers veel hoger.