Internationale gemeenschap mag niet worden misleid door dubieuze beweringen over opheffen van ‘zedenpolitie’ Iran
© Private

Internationale gemeenschap mag niet worden misleid door dubieuze beweringen over opheffen van ‘zedenpolitie’ Iran

Internationale gemeenschap mag niet worden misleid door dubieuze beweringen over opheffen van ‘zedenpolitie’ Iran

De Iraanse autoriteiten hebben vage en tegenstrijdige verklaringen gedaan over het opheffen van de zogenoemde ‘zedenpolitie’. De internationale gemeenschap moet zich hierdoor echter niet laten misleiden omdat het aanhoudende geweld tegen vrouwen en meisjes voortvloeit uit wetten die het dragen van een sluier verplichten, en er voortdurende straffeloosheid heerst voor degenen die deze wetten met geweld handhaven.

Tijdens een persconferentie op 3 december 2022 zei de Iraanse procureur-generaal Mohammad Jafar Montazeri: ‘De ‘zedenpolitie’ (gasht-e ershad) heeft niets te maken met de rechterlijke macht en werd opgeheven door de [instantie] die haar in het verleden oprichtte.’ Vervolgens nuanceerde hij zijn verklaring en voegde eraan toe dat ‘de rechterlijke macht zal doorgaan met het reguleren van het gedrag van mensen’. Dit geeft aan dat het toezicht op vrouwen onder de verplichte sluierwetten wordt voortgezet. Staatsmedia meldden de volgende dag dat ‘geen enkele officiële autoriteit in de Islamitische Republiek Iran de sluiting van de zedenpolitie heeft bevestigd’.

Vage verklaring

‘De verklaring van de procureur-generaal was met opzet vaag en er werd niets gezegd over de juridische en beleidsmatige structuren die de verplichting in stand houdt voor vrouwen en meisjes om een sluier te dragen’, zegt Heba Morayef van Amnesty International. ‘Zeggen dat de ‘zedenpolitie’ niets te maken heeft met de rechterlijke macht, is een verdraaiing van de realiteit waarin vrouwen en meisjes al decennialang strafbaar zijn op grond van discriminerende sluierwetten. Ondanks de verontwaardiging in Iran en wereldwijd over deze extreme vormen van discriminatie en geweld op grond van geslacht, schuiven de Iraanse autoriteiten de verantwoordelijkheid gewoon op elkaar af om de verantwoordelijkheid te ontlopen.’

Verplichte sluier verankerd in wet

De internationale gemeenschap en de media mogen niet toestaan ​​dat de Iraanse autoriteiten hen voor de gek houden. De verplichting een sluier te dragen, is verankerd in het Iraanse Wetboek van Strafrecht en andere wet- en regelgeving die veiligheids- en bestuursorganen in staat stellen vrouwen te onderwerpen aan willekeurige arrestatie en detentie. Ook kunnen deze hen de toegang tot openbare instellingen, waaronder ziekenhuizen, scholen, overheidskantoren en luchthavens, ontzeggen als ze hun haar niet bedekken. Tot de dag dat al deze wetten en regels worden geschrapt, zal hetzelfde geweld dat resulteerde in de arrestatie en dood in hechtenis van Jina Mahsa Amini, doorgaan tegen miljoenen andere vrouwen en meisjes.

De Iraanse ‘zedenpolitie’ is een onderafdeling van de politie, die onder het mandaat van het ministerie van Binnenlandse Zaken valt. Ondanks de verklaring van de procureur-generaal die probeert de rechterlijke macht te distantiëren van de ‘zedenpolitie’, worden politieambtenaren volgens het Iraanse Wetboek van strafvordering beschouwd als ‘gerechtelijke ambtenaren’ (zabetan-e qazai) die mensen onder toezicht van de Officier van Justitie mogen arresteren en ondervragen.

Ook burgerwachten houden vrouwen in de gaten

De ‘zedenpolitie’ heeft toezicht op de gehele vrouwelijke bevolking, maar het toezicht op de lichamen van vrouwen is niet beperkt tot de staat. De discriminerende en vernederende wetten voor het gedwongen dragen van een sluier stellen niet alleen staatsagenten, maar ook burgerwachten, die niet-statelijke actoren zijn, in staat om vrouwen en meisjes dagelijks in het openbaar lastig te vallen of aan te vallen.

De sluierwetten schenden een hele reeks rechten, waaronder het recht op gelijkheid, privacy, vrijheid van meningsuiting en geloof. Ze zijn ook vernederend voor vrouwen en meisjes en beroven hen van hun waardigheid, lichamelijke autonomie en eigenwaarde.

Volgens artikel 638 van het Iraanse islamitische Wetboek van strafrecht wordt elke handeling die als ‘beledigend’ voor de goede zeden wordt beschouwd, bestraft met een gevangenisstraf van 10 dagen tot 2 maanden of 74 zweepslagen. In een toelichting bij het artikel staat dat vrouwen die zich zonder hoofddeksel in het openbaar vertonen, worden gestraft met een gevangenisstraf van 10 dagen tot 2 maanden of een geldboete. De wet is van toepassing op meisjes vanaf 9 jaar, de minimumleeftijd voor strafrechtelijke aansprakelijkheid voor meisjes in Iran. In de praktijk hebben de autoriteiten een hoofddoek verplicht gesteld aan meisjes vanaf 7 jaar wanneer ze naar de basisschool gaan.

Het is belangrijk om te weten dat demonstranten in Iran niet alleen oproepen tot de ontmanteling van de ‘zedenpolitie’, maar ook tot de overgang naar een nieuw politiek en juridisch systeem dat hun fundamentele mensenrechten en vrijheden respecteert. De volksopstand die in heel Iran plaatsvindt, weerspiegelt de landelijke woede over tientallen jaren van onderdrukking en de vele doden die vallen omdat ze vrijheid, democratie en mensenrechten willen.