Europees Hof beveelt vrijlating Osman Kavala
De Hogere Kamer van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (ECHR) deed vandaag uitspraak in de zaak van de prominente mensenrechtenverdediger Osman Kavala. Kavala zit sinds november 2017 onrechtmatig gevangen in Turkije. Het Hof oordeelde dat de detentie van Kavala onrechtmatig is en stelde vast dat zijn rechten op een eerlijk proces, vrijheid van meningsuiting en vrijheid van vereniging zijn geschonden.
Het Hof oordeelde ook dat zijn levenslange gevangenisstraf neerkomt op onmenselijke en vernederende behandeling, en dat de Turkse autoriteiten te kwader trouw hebben gehandeld door hem onrechtmatig vast te houden. Het Hof concludeerde dat hij was veroordeeld om hem te straffen en het zwijgen op te leggen, en om zijn mensenrechtenwerk te verhinderen. Het Hof eist dat Kavala zo spoedig mogelijk vrijgelaten wordt en dat zijn veroordeling ingetrokken wordt.
“Vandaag heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens met deze uitspraak vastgesteld dat de bijna negen jaar durende detentie van Osman Kavala het gevolg is van een politiek gemotiveerd proces,” zegt Eve Geddie van Amnesty International.
“Turkije heeft zich in deze zaak al twee keer niet gehouden aan eerdere bindende uitspraken van het Hof. Aan deze belemmering van de rechtsgang moet een einde komen. De Turkse autoriteiten, waaronder de rechterlijke macht en het openbaar ministerie, moeten maatregelen nemen om Osman Kavala onmiddellijk en onvoorwaardelijk vrij te laten.”
Politiek gemotiveerd proces
Kavala werd in oktober 2017 opgepakt. Media die een smaadcampagne tegen hem waren begonnen, berichtten dat Kavala de Gezipark-protesten in Istanbul had gefinancierd en geprobeerd had ook in andere steden demonstraties te ontketenen.
In 2013 protesteerden honderdduizenden mensen tegen de plannen om in het Gezipark een winkelcentrum te bouwen. Niet veel later keerden de demonstranten zich tegen het autoritaire beleid van de toenmalige premier en huidige president Erdoğan. Die protesten werden met veel geweld neergeslagen.
Kavala en zeven anderen werden beschuldigd van het ‘gebruik van dwang en geweld in een poging de regering ten val te brengen’. Tegen Osman Kavala werd levenslang geëist. In februari 2020 werden alle negen beklaagden vrijgesproken, maar Kavala werd enkele uren daarna opnieuw opgepakt. Nu werd hij beschuldigd van betrokkenheid bij de mislukte couppoging van 2016.
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens riep Turkije op 10 december 2019 op Kavala direct vrij te laten, omdat er van enig misdrijf geen sprake was. Maar Turkije weigerde het bindende vonnis uit te voeren. Als reactie kwamen de Turkse autoriteiten met nieuwe, ongegronde aanklachten, wat duidelijk de politieke aard van de zaken laat zien. Ze beschuldigden Kavala van het organiseren van de Gezi-protesten en later ook van ‘spionage’.
Amnesty International riep Osman Kavala en zijn medeverdachten in juni 2022 uit tot gewetensgevangenen.
Gezi-parkproces
Bij deze laatste uitspraak, heeft het Europees Hof de hele Gezi-zaak onder de loep genomen. Het Turkse Openbaar Ministerie beweerde hierbij ten onrechte dat de vreedzame protesten in het Gezi-park in 2013 een poging waren om de regering omver te werpen. Het Hof oordeelde dat de gehele grondslag voor de vrijheidsberoving en uiteindelijke veroordeling van Kavala “een overduidelijke schending van het recht op een eerlijk proces” was.
“Het hoogste Europese mensenrechtenhof heeft onomstotelijk bevestigd dat de arrestatie, detentie, vervolging en veroordeling van Kavala in het kader van het Gezi-proces politiek gemotiveerd waren en van begin tot eind volkomen gebrekkig verliepen”, zegt Ayşe Bingöl Demir van het Turkey Litigation Support Project.
Derde uitspraak Europees Hof over Kavala
Dit is de derde keer dat het Europees Hof zich uitspreekt over de situatie van Kavala. In december 2019 oordeelde het Hof dat zijn detentie een schending vormde van zijn recht op vrijheid en dat deze detentie tot doel had hem het zwijgen op te leggen. Het Hof beval zijn onmiddellijke vrijlating. In juli 2022 oordeelde het Hof in zijn tweede uitspraak dat Turkije zijn verplichting om het vonnis uit 2019 na te leven, niet was nagekomen.
Turkije moet de uitspraak naleven
Het systeem van het Europees Verdrag voor de bescherming van mensenrechten staat nu voor een cruciale test. Ondanks de uitspraken van het Hof, heeft de Raad van Europa nog geen concrete maatregelen genomen om te zorgen dat Turkije de uitspraken van het Hof naleeft.
“Turkije behoorde tot de eerste staten die toetraden tot de Raad van Europa en partij werden bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens”, zegt Temur Shakirov van de International Commission of Jurists.
“Daarmee stemde het in met het handhaven en beschermen van de daarin verankerde rechten en het uitvoeren van de bindende uitspraken van het Hof. Turkije moet nu aan die verplichtingen voldoen.”
Turkije legt uitspraken naast zich neer
Het Comité van Ministers (het besluitvormingsorgaan van de Raad van Europa) ziet toe op de uitvoering van en de naleving van de uitspraken van het Hof. Omdat Turkije al jaren weigert de uitspraken na te leven, moeten alle nodige maatregelen worden genomen om de uitvoering van deze uitspraken te waarborgen, zodat Osman Kavala eindelijk uit de gevangenis wordt vrijgelaten.
De lidstaten van de Raad van Europa moeten de naleving van deze uitspraken bij de Turkse autoriteiten aan de orde stellen. Ze moeten eisen stellen voor de onmiddellijke vrijlating van Osman Kavala.
“Osman Kavala zit al bijna negen jaar onrechtmatig gevangen”, zegt Aisling Reidy van Human Rights Watch.
“Het is van cruciaal belang dat de Raad van Europa en zijn lidstaten maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de uitspraken van het Hof worden nageleefd en dat Osman Kavala – eindelijk – wordt vrijgelaten.”
Dit bericht werd opgesteld door Amnesty International, Turkey Litigation Support Project, International Commission of Jurists en Human Rights Watch.