Doodschieten van Palestijnse familie Bani Owda is mogelijk buitengerechtelijke executie
Israëlische soldaten hebben een Palestijns echtpaar en twee van hun kinderen in hun auto doodgeschoten. Amnesty International roept op dringend onderzoek te doen naar de dood van de familieleden.
Het Palestijnse echtpaar, Waed Bani Owda, haar echtgenoot Ali Bani Owda en twee van hun jonge kinderen, Othman (7) en Mohammed (5), werden in Tammoun op de bezette Westelijke Jordaanoever doodgeschoten door een speciale Israëlische militaire eenheid. Deze soldaten deden zich voor als Palestijnen en reden in een auto met een Palestijns kenteken. De auto van het gezin werd met kogels doorzeefd.
“Dit gruwelijke incident is het laatste voorbeeld van een patroon van toenemend gebruik van dodelijk geweld door Israëlische troepen tegen Palestijnen. Tragisch genoeg zien we dat gezinnen en kinderen hiervoor de prijs blijven betalen”, zegt Heba Morayef van Amnesty International.
“Het Israëlische leger heeft niet kunnen aantonen dat het gezin enige bedreiging vormde toen het werd neergeschoten. We maken ons ernstige zorgen dat de eerste informatie en getuigenissen erop wijzen dat de aanval mogelijk een buitengerechtelijke executie is.”
Twee kinderen overleefden aanval
Vier gezinsleden kwamen bij de schietpartij om het leven. Twee kinderen van het gezin overleefden de aanval.
“Hun twee andere kinderen, die op het moment van de aanval in de auto zaten, raakten gewond en zullen de rest van hun leven met het trauma moeten leven dat ze getuige waren van het doden van hun familie.”
Oproep Amnesty International
“Er moet dringend een grondig, onafhankelijk en onpartijdig onderzoek komen naar deze afschuwelijke aanval op de familie Bani Owda en naar al het andere onwettige doden van Palestijnen door Israëlische troepen of kolonisten”, zegt Heba Morayef.
Het opzettelijke doden van Palestijnen door Israël in de bezette Palestijnse gebieden vormt een ernstige schending van het Vierde Verdrag van Genève en is een oorlogsmisdaad. Degenen die verantwoordelijk zijn voor deze dodelijke slachtoffers moeten ter verantwoording worden geroepen, en Palestijnse slachtoffers moeten gerechtigheid krijgen.
Achtergrond
Sinds het begin van de Amerikaans-Israëlische oorlog tegen Iran op 28 februari 2026 hebben Israëlische soldaten of door de staat gesteunde kolonisten 11 ongewapende Palestijnen gedood in de bezette Westelijke Jordaanoever. Volgens OCHA – het VN-kantoor voor humanitaire zaken – is het aantal Palestijnen dat sinds 7 oktober 2023 door Israëlische veiligheidstroepen en kolonisten in de bezette Westelijke Jordaanoever is gedood, opgelopen tot 1.071. Onder hen zijn 233 kinderen.
Staten die invloed hebben op Israël moeten concrete maatregelen nemen om aan te tonen dat Israël niet langer straffeloos wegkomt met zijn geïnstitutionaliseerde geweld tegen Palestijnen. Ook moeten ze een einde maken aan de onwettige bezetting van de bezette Palestijnse Gebieden door Israël en zijn wrede apartheidsregime tegen alle Palestijnen van wie Israël de rechten controleert.
Israël heeft een lange geschiedenis van het niet beschermen van Palestijnen in de bezette Palestijnse gebieden. En onderzoekt en vervolgt misdrijven tegen hen vaak niet onafhankelijk. Dit ondanks zijn wettelijke verplichtingen als bezettingsmacht. Straffeloosheid voor de schendingen van mensenrechten, waaronder oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid en genocide, begaan door Israëlische troepen en autoriteiten tegen Palestijnen, maakt deel uit van het wrede apartheidssysteem van Israël. Hieronder valt ook het schokkende en voortdurende falen van Israël om Palestijnen te beschermen tegen aanvallen van kolonisten, en in sommige gevallen de directe betrokkenheid van Israëlische troepen bij deze brute aanvallen.