Amal Khalil
© AFP

Dodelijke aanval Israël op Libanese journalist moet worden onderzocht als oorlogsmisdaad

Bij een Israëlische aanval op 22 april 2026 in Zuid-Libanon kwam de Libanese journaliste Amal Khalil om het leven en raakte cameravrouw Zeinab Faraj ernstig gewond. Deze directe aanval op burgers moet onderzocht worden als oorlogsmisdaad. Dit zegt Amnesty International na eigen onderzoek.

Meer informatie

Zie het uitgebreide Engelstalige nieuwsbericht voor meer details over dit onderzoek.

De twee journalisten hadden dekking gezocht; even daarvoor waren twee mannen omgekomen bij een luchtaanval op de auto voor hen. In de daaropvolgende twee uur, terwijl er drones boven hen rondcirkelden, volgden er nog twee luchtaanvallen. De eerste trof hun auto, die vlakbij geparkeerd stond, de tweede het gebouw waar zij dekking hadden gezocht. Dit blijkt uit getuigenissen van de enige overlevende en hulpverleners; de getuigenissen worden ondersteund door audiovisueel materiaal en andere bronnen.

Geen rechtmatig doelwit

“Met twee drones die laag boven het gebied vlogen, wist het Israëlische leger – of had het moeten weten – dat er twee burgers in dat gebouw zaten,” zegt Heba Morayef van Amnesty International. “Desondanks gingen ze door met wat wij op redelijke gronden beschouwen als een directe aanval op burgers. Daarmee minachtten ze het internationaal humanitair recht op schokkende wijze.”

“Dat de twee journalisten zich bevonden in wat Israël heeft aangemerkt als een ‘no-return zone’ maakt hen nog niet tot rechtmatig doelwit. Alle partijen in een conflict hebben de duidelijke plicht om te allen tijde onderscheid te maken tussen burgers en militaire doelen en hun aanvallen uitsluitend op militaire doelen te richten. Er is geen rechtvaardiging voor het aanvallen van burgers die veiligheid zochten. Deze aanval moet onmiddellijk, onafhankelijk en onpartijdig worden onderzocht als een oorlogsmisdaad.”

Ontheemde inwoner

De journalisten Amal Khalil (42) van de Libanese krant Al Akhbar en Zeinab Faraj (21) maakten in heel Zuid-Libanon reportages en legden de gevolgen van het gewapende conflict vast. Nadat ze hadden gehoord dat het Israëlische leger zich uit het dorp Al-Tiri had teruggetrokken, reden ze ernaartoe om dit te verifiëren. Ze volgden daarbij een andere auto. Daarin zaten Ali Nabil Bazzi, de mukhtar (burgemeester) van Bint Jbeil, en Mohammed Hourani, zijn vriend en een ontheemde inwoner van Al-Tiri. Ook zij wilden volgens Zeinab Faraj met eigen ogen zien dat de Israëli’s zich uit het dorp hadden teruggetrokken. Volgens het Israëlische leger waren de twee mannen betrokken bij de militaire activiteiten van Hezbollah.

Drie aanvallen

Al-Tiri ligt in een gebied dat het Israëlische leger eenzijdig heeft aangewezen als een ‘forward defence’-zone en waarnaartoe burgers niet mogen terugkeren. Op 22 april voerde het Israëlische leger drie aanvallen uit op het dorp. De eerste aanval trof om 14.25 uur de voorste auto en doodde Ali Nabil Bazzi en Mohammed Hourani. De twee journalisten verlieten hun auto en zochten dekking in een nabijgelegen gebouw, omdat er twee drones boven hen rondcirkelden en zij bang waren dat er meer aanvallen zouden volgen.

Ongeveer een uur later werd de auto van de journalisten aangevallen en raakten zij gewond bij de explosie. Weer een uur later trof een derde aanval het gebouw waar zij dekking hadden gezocht. Daarbij kwam Amal Khalil om het leven en raakte Zeinab Faraj ernstig gewond.

Drones op 1 meter afstand

Gedurende de twee uur durende aanval bleven de twee drones boven de twee vrouwen hangen. Zeinab Faraj vertelde aan Amnesty International: “De drones kwamen heel dichtbij en vlogen door het kapotte dak naar binnen. Ze kwamen op minder dan een meter afstand. Ik bedekte mijn gezicht en moest denken aan een filmpje dat ik had gezien, waarin een drone op die manier iemand had gedood. Ik dacht dat hij in mijn gezicht zou ontploffen. De drones hadden geen zichtbare explosieven aan boord, maar ze bleven daar hangen. We waren de hele tijd bang.”

Ongewapende burgers

Vanwege de drones wist het Israëlische leger – of had het moeten weten – dat Ali Nabil Bazzi en Mohammed Hourani direct bij de eerste aanval waren omgekomen; de twee mannen waren volgens het leger betrokken bij de militaire activiteiten van Hezbollah. Op dat moment, toen de beoogde doelwitten waren gedood en Israëlische drones boven de plek zweefden waar de twee ongewapende vrouwen in burgerkleding dekking hadden gezocht, hadden de Israëlische strijdkrachten hun aanvallen moeten afblazen en de journalisten in staat moeten stellen zich in veiligheid te brengen.

Verklaring Israëlische leger

In een Arabischtalige verklaring zei de woordvoerder van het Israëlische leger: “Journalisten zijn op geen enkele manier het doelwit van het leger en we doen er alles aan om de schade die we hun zouden kunnen berokkenen tot een minimum te beperken, terwijl we tegelijkertijd de veiligheid van onze troepen waarborgen.”

In een reactie op een brief van Amnesty International antwoordde het Israëlische leger dat de aanval op 22 april, “waarbij een journalist om het leven kwam […], plaatsvond als onderdeel van een reeks gebeurtenissen waarbij twee militaire leden van Hezbollah, Ali Nabil Bazi en Mohammad Hourani, werden beschoten en uitgeschakeld.”

De brief gaat verder: “Er is een voorlopig onderzoek ingesteld naar het incident. Er zijn relevante lessen uit getrokken en die worden toegepast. Het Israëlische leger betreurt elk leed dat journalisten is berokkend. Het [leger] respecteert de persvrijheid en maakt journalisten niet opzettelijk tot doelwit.” In de verklaring werd ook vermeld dat er, mits operationeel haalbaar, bij een aanval vooraf waarschuwingen worden gegeven.

Journalisten zijn burgers

Onder het internationaal humanitair recht worden burgers beschermd en mogen zij geen doelwit zijn, tenzij en zolang zij rechtstreeks deelnemen aan de vijandelijkheden. Het is aan de aanvallende partij om al het mogelijke te doen om te checken of iemand een strijder is die mag worden aangevallen. Bij twijfel moet iemand als burger worden beschouwd. Directe aanvallen op burgers en burgerdoelen zijn verboden en komen neer op oorlogsmisdaden. Volgens het internationaal humanitair recht zijn journalisten burgers en moeten zij ook als zodanig worden beschermd.

Geen militair doelwit

Dat de aanval op de twee journalisten plaatsvond in de ‘forward defence’-zone, waar burgers niet naartoe mogen terugkeren, ontslaat Israël niet van zijn verplichtingen onder het internationale humanitaire recht, zegt Morayef van Amnesty International. “Meer in het bijzonder heeft Israël niet het recht om deze gebieden te beschouwen als zones waar op alles en iedereen geschoten mag worden, en waar elke burger die is achtergebleven of is teruggekeerd als militair doelwit wordt beschouwd.”

Oproep Amnesty

Amnesty International documenteerde sinds oktober 2023 een breder patroon van onwettige Israëlische luchtaanvallen in Libanon, waaronder directe aanvallen op burgers, journalisten en medisch personeel. Amnesty roept op om deze aanvallen als oorlogsmisdaden te onderzoeken. De organisatie heeft herhaaldelijk gewaarschuwd dat de straffeloosheid voor dergelijke schendingen de Israëlische strijdkrachten aanmoedigt om door te gaan met onwettige aanvallen, zonder bang te hoeven zijn voor vervolging.

Straffeloosheid

Amnesty en andere mensenrechten- en journalistenorganisaties hebben zich meermaals uitgesproken over het feit dat journalisten door Israëlische troepen straffeloos worden gedood, zowel in Libanon als in de bezette Gazastrook.

In 2023 publiceerde Amnesty een diepgaand onderzoek naar de dood van Reuters-journalist Issam Abdallah. Daarin concludeerde de organisatie dat de luchtaanval van het Israëlische leger, waarbij Abdallah om het leven kwam en zes andere journalisten gewond raakten, neerkwam op een directe aanval op burgers; Amnesty riep op tot een onderzoek naar deze zaak als oorlogsmisdaad.

Alomvattend wapenembargo

“Het is hoog tijd dat de internationale gemeenschap een alomvattend wapenembargo tegen Israël instelt”, zegt Morayef. “Verder dringen we er bij de Libanese regering op aan om de jurisdictie van het Internationaal Strafhof te aanvaarden voor misdaden die sinds oktober 2023 op haar grondgebied zijn gepleegd, en om eigen onderzoeken naar oorlogsmisdaden in te stellen.”

Achtergrond

Op 8 oktober 2023 vuurde Hezbollah raketten af op Israël. Israël antwoordde met militaire operaties die in september 2024 in intensiteit toenamen. Hoewel er op 27 november 2024 een zogenaamd staakt-het-vuren werd overeengekomen, hielden de vijandelijkheden in het grensgebied van Israël en Libanon aan. Op 2 maart 2026 escaleerden de vijandelijkheden opnieuw en deze duren voort, ondanks verdere aankondigingen van een staakt-het-vuren.

Duizenden dodelijke slachtoffers

Op 20 april 2026 bakende het Israëlische leger een zogenaamde ‘forward defence’-zone van ongeveer 600 vierkant kilometer af, die zich 8 tot 12 kilometer in Libanon uitstrekt. Daardoor werd de toegang tot tientallen dorpen en gebieden beperkt.

Sinds 2 maart zijn er volgens het Libanese ministerie van Volksgezondheid 4.333 mensen omgekomen. Het ministerie maakt geen onderscheid tussen omgekomen burgers en strijders. Bij aanvallen van Hezbollah op Israël zijn ten minste twee burgers in Israël omgekomen, en uit berichten in de Israëlische media blijkt dat ten minste 39 Israëlische soldaten zijn omgekomen in Zuid-Libanon.

Meer over dit onderwerp