Sleepnetwet

Amnesty blij met referendum Sleepwet

Vandaag maakte de Kiesraad bekend dat er 384.126 geldige verzoeken zijn ingediend voor een raadgevend referendum over de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten 2017. Amnesty International is blij dat er een referendum komt en gaat campagne voeren tegen de huidige wet omdat die op bepaalde punten een ernstige inbreuk maakt op de mensenrechten.

De afgelopen jaren heeft Amnesty samen met andere organisaties geprobeerd om de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (Wiv) op essentiële onderdelen aangepast te krijgen. Dat is onvoldoende gelukt. Daarom steunde Amnesty het initiatief voor dit referendum. Nu het referendum er komt, zal Amnesty campagne voeren tegen de Wiv, omdat de wet in elk geval aangepast moet worden op de volgende punten:

  • Geen stelselmatige en/of grootschalige gegevensverzameling van burgers die geen bedreiging vormen voor de nationale veiligheid
  • Sterker, onafhankelijk toezicht in alle fases van het handelen van de diensten
  • Geen gegevens delen met buitenlandse diensten waarvan niet ingeschat kan worden wat daar de gevolgen voor de mensenrechten van zijn

Geen ongerichte gegevensverzameling

Natuurlijk moet de regering haar burgers beschermen. Daarom mogen de Nederlandse geheime diensten mensen onderzoeken die een gevaar vormen voor de nationale veiligheid. Via de ‘sleepnetbevoegdheid’ mogen de diensten echter stelselmatig en op grote schaal gegevens onderscheppen, ook van mensen die geen bedreiging vormen voor de nationale veiligheid. Deze bevoegdheid is een te vergaande inbreuk op privacy en andere mensenrechten.

De Nederlandse diensten mogen straks ook aan derden vragen databestanden vrijwillig af te staan, bijvoorbeeld van bedrijven die gegevens over reisgedrag of betalingen registreren. Ook via deze bevoegdheid krijgen de diensten toegang tot grote hoeveelheden gegevens van burgers die geen bedreiging vormen voor de nationale veiligheid. Ook deze bevoegdheid is een grote inbreuk op mensenrechten. De diensten zijn niet verplicht om vooraf toestemming aan de minister en de Toetsingscommissie te vragen voor het verzamelen en het geautomatiseerd analyseren van deze gegevens, wat voor bijzondere bevoegdheden wel geldt.

Sterker onafhankelijk en bindend toezicht in álle fases

Het is een verbetering dat het toezicht vooraf op het gebruik van bijzondere bevoegdheden van de diensten is versterkt door de instelling van een aparte Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB). De toetsing door de TIB is echter met minder waarborgen omkleed dan een gang naar de rechter. Ook is een volwaardig, onafhankelijk, bindend toezicht tijdens het verzamelen en verwerken van gegevens onontbeerlijk, evenals toezicht achteraf door de toezichthouder (de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten, CTIVD). Het is immers mogelijk dat tijdens een operatie de noodzaak en proportionaliteit van de inzet van de diensten kan wegvallen.

De CTIVD zou dan ook het gebruik van een bevoegdheid onrechtmatig moeten kunnen verklaren en moeten kunnen bevelen dat bijvoorbeeld verzamelde gegevens worden vernietigd. Die mogelijkheid heeft de toezichthouder nu niet, zij kan enkel aanbevelingen doen. Dit is problematisch. De persoon die wordt gesurveilleerd heeft hier doorgaans geen weet van en weet dan dus ook niet dat er inbreuk wordt gemaakt op zijn recht op privacy.

Gegevens die niet zijn geanalyseerd niet delen met geheime diensten

De Wiv sluit de samenwerking met geen enkele buitenlandse geheime dienst uit. Dit betekent dat óók gegevens van burgers gedeeld kunnen worden met landen die weinig respect hebben voor privacy en andere mensenrechten. Het gaat hierbij ook om niet geanalyseerde gegevens, waarbij onbekend is wat de gevolgen voor de mensenrechten zijn van het delen van deze gegevens.

Het is belangrijk dat de Nederlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten efficiënt en doelgericht onderzoek kunnen doen naar personen of organisaties die een gevaar vormen voor de samenleving. Staten hebben de taak om mensen te beschermen tegen terreuraanslagen, gewelddadig extremisme en andere bedreigingen. Daarom is het niet alleen terecht, maar essentieel dat hier resoluut tegen wordt opgetreden. Maar daarbij moet de rechtsstaat altijd als uitgangspunt worden genomen. Die staat garant voor onze rechten en vrijheden.