Nieuwe Afghaanse strafwet richt zich op vrouwen en minderheidsgroepen met steeds strengere straffen

De nieuwe strafwetgeving die onlangs door de leider van de Taliban is goedgekeurd, zal geweld en discriminatie tegen vrouwen verder versterken. Dat zegt Amnesty International in een nieuwe juridische analyse over de verstrekkende gevolgen voor de mensenrechten.

Op 5 januari keurde de leider van de Taliban de wetgeving goed en gaf hij opdracht tot publicatie in het staatsblad. In dit blad worden wetten en andere wetgevingsdocumenten gepubliceerd om het publiek hierover te informeren en de toegankelijkheid ervan te waarborgen.

Huiselijk geweld alleen strafbaar bij botbreuken

Het Wetboek van Strafvordering van de Rechtbanken, waarin straffen en vonnissen voor een aantal vage en te ruim beschreven strafbare feiten zijn vastgelegd, stelt huiselijk geweld alleen strafbaar in gevallen waarin een vrouw botbreuken of zichtbare verwondingen heeft opgelopen. Vrouwen die regelmatig familieleden bezoeken zonder toestemming van hun echtgenoten en die een gerechtelijk bevel om naar huis terug te keren niet opvolgen, kunnen 3 jaar de gevangenis ingaan.

Het wetboek beschrijft ook strenge straffen op het niet naleven van religieuze voorschriften, zwaardere straffen voor mensen met een lagere sociale status en het staat slavernij toe. In andere bepalingen wordt de vernietiging van eigendommen als straf toegestaan, net als marteling en andere vormen van mishandeling door middel van lijfstraffen, en wordt de doodstraf ingesteld voor een groter aantal strafbare feiten.

Nog meer onderdrukking voor vrouwen

“De verordening maakt een onderdrukkend rechtssysteem nog draconischer. Vrouwen en meisjes behoren natuurlijk tot de meest getroffen groepen, met bepalingen die huiselijk geweld normaliseren en hun bewegingsvrijheid en autonomie nog verder beperken”, zegt Smriti Singh van Amnesty International.

“Bepalingen over strikte naleving van religieuze voorschriften en de afstemming van straffen gebaseerd op sociale klasse zullen discriminatie versterken. Ze zijn gericht tegen de meest gemarginaliseerde en economisch achtergestelde mensen in het land.”

Oproep Amnesty International

“We roepen de Taliban op om deze onderdrukkende wetgeving onmiddellijk in te trekken of te herzien en in overeenstemming te brengen met internationale mensenrechtennormen. We dringen er ook bij de internationale gemeenschap op aan om de verordening te veroordelen en druk uit te oefenen op de Taliban om een einde te maken aan hun voortdurende systematische schendingen van de mensenrechten.”

Analyse van Amnesty International

Amnesty International heeft een paar van de belangrijkste bepalingen van de wetgeving geanalyseerd en gekeken naar de gevolgen voor de mensenrechten op de volgende zeven gebieden: vrouwenrechten; vrijheid van godsdienst, geloof, overtuiging en meningsuiting; marteling en andere vormen van mishandeling; doodstraf; internationale normen voor een eerlijk proces; gelijkheid voor de wet; en slavernij.

Achtergrond

Op 8 januari verspreidde het secretariaat van het Hooggerechtshof van de Taliban (Dar-al-Insha) de verordening onder de leden van het Hooggerechtshof, de directoraten en de rechtbanken. Hoewel de verordening nog niet in het staatsblad is gepubliceerd, verklaarde de Taliban op 23 januari dat dit snel zou gebeuren.

Amnesty International nam op 19 februari contact op met de Taliban-autoriteiten om een officieel exemplaar van de verordening en eventuele bijbehorende documenten voor deze analyse te krijgen en om na te gaan of de verordening daadwerkelijk wordt gehandhaafd. Amnesty ontving geen antwoord.

Op 15 februari meldde een mediaorganisatie dat de uitvoering van de nieuwe strafwetgeving al had geleid tot de vervolging van iemand in de provincie Badghis voor het beledigen van de Taliban-leider.

Meer over dit onderwerp