Tien tips voor de Boekenweek

Wil je iets lezen dat er echt toe doet? Kun je niet kiezen uit het overweldigende aanbod? Kijk naar onze selectie van mooie titels met thema’s die blijven hangen.

© ANP/ Hollandse Hoogte/ Richard Brocken

De revolutie van Bellingcat

Geen onderzoeksjournalist was het afgelopen decennium betrokken bij zoveel spectaculaire onthullingen als Eliot Higgins. Hij toonde aan dat Assad chemische wapens en clusterbommen gebruikte, hij achterhaalde waar IS de Amerikaanse fotojournalist James Foley had onthoofd en hij verzamelde bewijs waaruit de Russische betrokkenheid bij het neerhalen van MH-17 bleek. En dat allemaal vanuit Leicester, Engeland. 

Higgins is de oprichter van Bellingcat, een onderzoekscollectief dat een revolutie in de oorlogsjournalistiek heeft teweeggebracht. In Wij zijn Bellingcat beschrijft Higgins hoe hij als werkloze huisman via open bronnen als YouTube en Google Maps op zoek gaat naar mensenrechtenschendingen in Syrië. Al snel verzamelt hij andere speurders om zich heen die hem helpen en bijvoorbeeld contact leggen met mensen ter plaatse.  

‘Onze bevindingen zouden niet mogelijk zijn zonder al die burgers over de hele wereld die, vaak met risico voor eigen veiligheid, filmen, fotograferen of beschrijven wat er gebeurt’, schrijft een van Higgins’ tovenaarsleerlingen, de Nederlander Christiaan Triebert die inmiddels bij The New York Times werkt, in het voorwoord. 

Eliot Higgins (vertaling: Rob de Ridder), Wij zijn Bellingcat, Spectrum, 272 p., € 22,50 

Lees ook

Uitklappen

Als een soort Russische 007 werkte hij samen met Bellingcat aan de onthullingen over de MH17-ramp en de Skripal-zaak. Een interview met activist Roman Dobrokhotov, een luis in de pels van Poetin.

Open de grenzen 

Organisaties en politieke partijen die pleiten voor de humanitaire behandeling van vluchtelingen, laten dergelijke pleidooien steevast vergezeld gaan van de disclaimer dat ze niet voor open grenzen zijn. De Belgische politicologe Naima Charkaoui wil zich daar niet bij neerleggen. In Het opengrenzenmanifest fantaseert zij over ‘een andere, betere wereld, één met open grenzen’. Want waarom zouden mensen niet net zo makkelijk grenzen moeten kunnen passeren als voedsel, kapitaal en informatie? 

De voordelen zijn evident. Sinds 1995 zijn er zo’n 35 duizend vluchtelingen op weg naar Europa omgekomen. Met open grenzen zou er een einde komen aan al dat vermijdbare lijden. ‘Geen kapseizende bootjes, geen verstikkingen in koelwagens, geen vergeten lijken in de Sahara.’ Vrije migratie zou bovendien ook economische voordelen opleveren, betoogt Charkaoui in haar prikkelende boek. Landen kunnen besparen op de grensbewaking én migranten hoeven niet langer jarenlang duimen te draaien omdat ze allerhande asielprocedures moeten afwachten. 

Naima Charkaoui, Het opengrenzenmanifest, Uitgeverij Epo, 120 p., € 15,- 

 

Hoe het slavernijverleden nadreunt

Herman Portocarero was niet verbaasd dat de gewelddadige dood van George Floyd vorig jaar leidde tot wereldwijde Black Lives Matter-protesten. De slavernij mag dan in de 19e eeuw zijn afgeschaft, de sociale en economische gevolgen ervan dreunen nog tot op de dag van vandaag na, schrijft de Belgische oud-diplomaat in De zwarte handel. Het einde van de slavernij betekende in veel gevallen allesbehalve een materiële verbetering. Er kwamen nieuwe vormen van uitbuiting en onderdrukking voor in de plaats. ‘Wat gegeven werd, was vrijheid zonder inhoud of middelen.’ 

Portocarero onderbouwt zijn verhaal met verwijzingen naar tal van historische bronnen, maar put ook uit eigen ervaring. Hij werkte in Afrika, op de Caribische eilanden en in de Verenigde Staten. De gewezen diplomaat hekelt de strenge drugswetgeving in dat laatste land. Die heeft geleid tot de disproportionele opsluiting van jonge zwarte mannen, die vervolgens tewerkgesteld worden. ‘Was het leven in de slavenbarakken zo verschillend?’, vraagt hij zich af.  

Herman Portocarero, De zwarte handel, Manteau, 432 p., € 27,50 

Lees ook

Uitklappen

Als een soort Russische 007 werkte hij samen met Bellingcat aan de onthullingen over de MH17-ramp en de Skripal-zaak. Een interview met activist Roman Dobrokhotov, een luis in de pels van Poetin.

De vooravond van de Armeense genocide

Kort voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, in mei 1914, komt de Nederlandse diplomaat Louis Constant Westenenk (1872-1930) aan in Constantinopel. Hij is uitgezonden door een internationale coalitie van grootmachten om als inspecteur-generaal een semi-onafhankelijke provincie te leiden in het hart van het Ottomaanse Rijk. Daar moeten de Armeniërs, die dan al te lijden hebben onder moorden, plunderingen en toenemend racisme, hun toevlucht kunnen zoeken. 

‘Was Westenenks missie een poging om gewelddadige escalaties tegen de Armeniërs te voorkomen?’, vraagt Nadette de Visser zich af in haar meeslepende boek Missie Turkije. De Visser, die is getrouwd met een nazaat van Westenenk, reconstrueert de gebeurtenissen aan de hand van archiefmateriaal, gesprekken met deskundigen en het dagboek dat de diplomaat bijhield in Constantinopel. En wat zeggen de spanningen tussen de Europese mogendheden en het Ottomaanse Rijk van destijds over de huidige problemen tussen Turkije en Europa?  

Nadette de Visser, Missie Turkije, Querido, 472 p., € 24,99 

 

Falende hulpverleners in Syrië

Fernande van Tets ging in maart 2018 in Damascus aan de slag voor UNRWA, de hulporganisatie voor Palestijnse vluchtelingen, van wie er meer dan 400 duizend in Syrië wonen. Voor Van Tets, die vanaf 2011 tevergeefs had geprobeerd om als journalist een visum te krijgen voor Syrië, is de baan als communicatiemedewerker bij de Verenigde Naties dé manier om de bewoners van het door oorlog verscheurde land eindelijk persoonlijk te spreken. Het verslag van al die gesprekken en haar jaar voor UNRWA heeft ze opgeschreven in Vier seizoenen in Damascus. 

Dit boek is niet alleen interessant omdat Van Tets op indringende wijze laat zien hoe slecht Syrië ervoor staat, maar ook door de kritiek op de internationale hulpverleners waartoe ze zelf behoort. ‘Het is algemeen bekend dat de VN in Syrië over zich heen laat lopen’, schrijft ze. Dat leidt niet alleen tot zelfcensuur – ook Van Tets spreekt al snel over ‘de crisis’ als ze de oorlog bedoelt – maar ook tot pijnlijke dilemma’s. Omdat hulporganisaties moeten samenwerken met Assad, gaan er geen medicijnen en voedsel naar de oppositiegebieden, waar de mensen de hulp het hardste nodig hebben. 

Fernande van Tets, Vier seizoenen in Damascus, Thomas Rap, 352 p., € 24,99 

 

Gesprekken over een nieuwe wereld

Voormalig Wordt Vervolgd-columnist Mounir Samuel greep de eerste lockdown van 2020 aan voor een serie interviews over hoe de nieuwe wereld eruitziet, nu gebundeld in Noodzakelijke gesprekken. Samuel sprak met uiteenlopende mensen als psychiater Glenn Helberg, D66-senator Petra Stienen en journalist Hasna El Maroudi over de klimaatcrisis, de Black Lives Matter-beweging, gender, zorg, onderwijs, feminisme en religie. 

De interviews zitten vol persoonlijke ervaringen van Samuel, zoals die van zijn transitie. Die leidde ertoe dat Samuel van een veelgevraagde talkshowgast veranderde in een halve paria: ‘Van de ene op de andere dag zat ik nog uitsluitend bij de “t” van transgender in de Hilversumse kaartenbak.’ 

Mounir Samuel, Noodzakelijke gesprekken, Uitgeverij Jurgen Maas, 271 p., € 19,95 

 

Kiezen tussen twee culturen

Journalist Froukje Santing, die zeventien jaar in Turkije woonde en werkte, schrijft in haar prachtige debuutroman Meral over het laveren tussen twee culturen. Voor hoofdpersoon Meral, die in Centraal-Anatolië werd geboren maar al op jonge leeftijd met haar broer naar Amsterdam kwam, dreigen ‘de werelden waartussen ze decennialang behendig heeft geschakeld, hard op elkaar te knallen’.  

Aan de ene kant staat haar echtgenoot Bilal, die als volwassen man overkwam uit Turkije. Aan de andere kant haar zoon Ismail, die in de ogen van zijn familie een echte kaaskop is. Ismail botst met Bilal, die nooit helemaal in Nederland heeft kunnen aarden en is blijven vasthouden aan zijn Turkse normen en waarden. De spanning tussen vader en zoon woedt ook in Meral zelf. Op haar werk – Meral is huisarts – laat ze zich van haar vrijzinnige kant zien. Thuis is ze minder uitgesproken, schikt ze zich naar de nukken van Bilal en probeert ze de boel bij elkaar te houden. Tot ze wordt gedwongen ook daar kleur te bekennen.  

Froukje Santing, Meral, Uitgeverij Orlando, 224 p., € 21,50 

 

Ooggetuigenverslag uit Chinees strafkamp

In de Chinese provincie Xinjiang staan meer dan twaalfhonderd strafkampen, waar zo’n 3 miljoen Oeigoeren en Kazachen zonder enige vorm van proces gevangenzitten. ‘De grootste systematische internering van een compleet volk sinds het einde van het nationaalsocialisme’, stelt Sayragul Sauytbay in het schokkende boek Kroongetuige, dat Alexandra Cavelius schreef op basis van gesprekken met haar. 

De Kazachse Sauytbay, die directeur was van vijf kleuterscholen, werd in een van de strafkampen tewerkgesteld als leerkracht. Daar moest ze andere gevangenen de Chinese taal en cultuur bijbrengen. De Chinese overheid spreekt van ‘beroepsopleidingscentra’, maar Sauytbay windt er geen doekjes om: de strafkampen zijn een hel. Ze spreekt van ‘systematische foltering, vernedering en hersenspoeling’.  

Uiteindelijk slaagde Sauytbay erin te vluchten. Ze kreeg asiel in Zweden. Nog altijd heeft ze te maken met de lange arm van Beijing: Sauytbay ontvangt regelmatig doodsbedreigingen van Chinese bellers. 

Sayragul Sauytbay en Alexandra Cavelius (vertaling: Inge Pieters), Kroongetuige, Balans, 352 p., € 24,95 

 

Overleven in stilte 

In 1975, tijdens de Eritrese onafhankelijkheidsoorlog, vallen Ethiopische troepen het dorp binnen waar Sulaiman Addonia drie jaar eerder is geboren. Tussen de 250 en 400 inwoners worden doodgeschoten. Zijn 4-jarige broer wordt levend teruggevonden onder een stapel lijken. Enkele maanden later slaat een groep mannen hun Ethiopische vader dood. Met hun Eritrese moeder belanden de kinderen in een vluchtelingenkamp in Sudan.  

Addonia’s prachtige roman Stilte is mijn moedertaal beschrijft het leven in zo’n kamp, waar de jonge Saba en haar broer Hagos, die niet praat, zich proberen staande te houden. Hun moeder is door haar man in de steek gelaten en verwijt Saba dat ze zich te mannelijk gedraagt. Hagos daarentegen ‘was het meisje dat haar moeder altijd had willen hebben’. Addonia kijkt kritisch naar de rollen die de samenleving aan mannen en vrouwen oplegt, en schetst een rauw beeld van de vrouwvijandigheid in het kamp.  

Sulaiman Addonia (vertaling: Irwan Droog), Stilte is mijn moedertaal, Uitgeverij Jurgen Maas, 272 p., € 22,50 

 

Midden-Oosten in chaos 

De Verenigde Staten zijn onder Obama en Trump langzaam van het toneel verdwenen in het Midden-Oosten, constateert Midden-Oosten-deskundige en NRC-columnist Carolien Roelants in haar nieuwe boek Wereld in wanorde. Obama begon met de troepenterugtrekking uit Irak en Afghanistan, en durfde in Syrië niet hard in te grijpen toen Assad chemische wapens gebruikte. Trump keerde zich nog meer van de regio af. Hij zegde het nucleaire akkoord met Iran op en legde Saudi-Arabië geen strobreed in de weg in de oorlog in Jemen. Sterker nog: Trump wakkerde die strijd verder aan met wapenleveranties. Rusland, dat zich nadrukkelijk met de burgeroorlog in Syrië bemoeit, en regionale mogendheden proberen het politiek-militaire vacuüm te vullen dat Amerika heeft laten ontstaan. Ook China rukt op in de regio, zij het vooralsnog vooral economisch. Stabieler wordt het er niet op. Er komen ‘steeds meer ingewikkelde crises en conflicten’ bij in het Midden-Oosten, stelt Roelants vast. ‘En het zal u ook wel zijn opgevallen dat ze er nooit áf gaan.’ Gelukkig schept haar boek duidelijkheid in de wanorde.                 

Carolien Roelants, Wereld in wanorde, Prometheus, 224 p., € 21,99