Karim Amghar: ‘Het liefst zou ik onderwijsminister worden’

Wie kansenongelijkheid wil aanpakken begint bij het onderwijs, zegt Karim Amghar. Ooit bracht een verkeerd schooladvies hem op het foute pad, nu strijdt deze docent tegen onderwaardering en voor gelijke kansen. ‘Eigenlijk heb ik van mijn pijn mijn werk gemaakt.’

Karim Amghar
© Jitske Schols

Een strak gesneden ruitjespak, coltrui, pochet en spierwitte sneakers. Karim Amghar is klaar voor zijn workshop in Amsterdam over de eerste generatie mbo-doorstromers. Jongeren die als eersten binnen hun familie van het mbo doorstromen naar een hbo-opleiding, maar waarvan de statistieken laten zien dat een flink aantal dat hbo-diploma uiteindelijk toch niet weet te halen. Vandaag vertelt Amghar, zelf mbo-docent, de aanwezige leraren en beleidsmakers in The Student Hotel waarom het zo belangrijk is om deze jongeren extra te ondersteunen. ‘Aan ons de taak om ze het vertrouwen te geven dat ze het kunnen, ook al is niemand in hun omgeving hen voorgegaan.’

Urgente thema’s

Inclusie en kansen(on)gelijkheid in het onderwijs, herwaardering van het mbo en polarisatie – het zijn urgente thema’s die Karim Amghar als onderwijsexpert, schrijver en workshopleider aankaart. Wegens het onverwacht hoge aantal aanmeldingen is de workshop van vandaag zelfs verplaatst naar de grote zaal. ‘Mooi toch’, lacht Amghar. ‘Kansengelijkheid in het onderwijs staat inmiddels hoog op de agenda.’

Een blik op recente rapportages van de Onderwijsraad bevestigt die urgentie. Volgens hun onderzoek is de kansenongelijkheid in Nederland tussen 2009 en 2017 verdubbeld. Het opleidingsniveau van de ouders blijkt daar de belangrijkste oorzaak van: hoe lager de ouders zijn opgeleid, hoe lager het schooladvies voor de kinderen uitvalt.

‘Mijn Cito-score wees havo/vwo uit, maar ik moest toch naar vmbo-kader’

Dat de even zachtaardige als gedreven Amghar zichzelf vandaag expert kan noemen op het gebied van deze ongelijkheidskwesties, dat hij naast het lesgeven op mbo’s documentaires maakt voor de NTR, dat dit jaar zijn tweede boek uitkomt, en dat hij podcasts, radioshows en inclusiedagen presenteert, dat zag hij vijftien jaar geleden niet aankomen.

Verkeerd studieadvies

Opgegroeid als jongen met Marokkaanse roots in het overwegend witte tuindersdorp Bleiswijk werd Amghar opgezadeld met een verkeerd studieadvies. ‘Mijn Cito-score wees havo/vwo uit, maar ik moest toch naar vmbo-kader.’

De frustratie over die onderwaardering uitte zich in een laag zelfbeeld en een steeds sterkere afkeer van de Nederlandse maatschappij, waarin hij zich niet mee voelde tellen. ‘Ik werd een boos Marokkaantje’, zegt hij daarover in zijn NTR-documentaireserie Karim pakt zijn kans, over kansenongelijkheid in het onderwijs. In het programma vertelt hij hoe de jonge Karim vastloopt in een steeds fanatiekere geloofsbelijdenis en daarbij naar eigen zeggen radicaliseerde.

Strijd voor maatschappelijke erkenning

Dat is verleden tijd. In het café van The Student Hotel nipt de inmiddels 32-jarige duizendpoot ontspannen van een kop muntthee: ‘Nu ga ik waar de energie gaat en dat voelt ontzettend goed.’ Het is Amghar gelukt om, mede dankzij steun van zijn broers, een wijkagent en een fanatiek hardloopschema, zijn boosheid en twijfel om te zetten in een strijd voor maatschappelijke erkenning. Erkenning van de problemen in het Nederlands onderwijssysteem. ‘Eigenlijk heb ik van mijn pijn mijn werk gemaakt’, zegt hij daar zelf half grappend over. In de tv-serie gebeurt dat vrij letterlijk en zien we hoe Amghars frustratie over zijn studieadvies het startschot vormt voor een zoektocht naar de juiste basisschool voor zijn dochter. En passant spreekt hij met experts met wie hij de oorzaken en oplossingen voor kansenongelijkheid verder uitdiept.

Kansenongelijkheid in Nederland betekent dat kinderen met hoogopgeleide ouders op basis van de uitslag van hun Cito-toets een hoger advies krijgen en kinderen met laagopgeleide ouders juist een lager advies dan je op basis van hun testresultaten zou mogen verwachten. Wat zit daarachter?

‘Helaas maakt het in ons onderwijssysteem nogal wat uit wie je ouders zijn. Het maakt uit waar jouw ouders verliefd op elkaar zijn geworden, waar ze wonen en wat hun opleidingsniveau is. Hun diploma heeft een enorme impact op de manier waarop jij in de klas door de leraar wordt benaderd en op het niveau dat jij uiteindelijk zult bereiken. Het zijn vaak onbewuste vooroordelen waardoor leerkrachten het kind benaderen met in het achterhoofd het opleidingsniveau van de ouders.’

Karim Amghar in Marokko in de serie van de NTR Karim pakt zijn kans waarin hij onderzoek doet naar kansenongelijkheid.
© NTR
Karim Amghar in Marokko in de serie van de NTR Karim pakt zijn kans waarin hij onderzoek doet naar kansenongelijkheid.

 

Een kind van professoren wordt onbewust anders benaderd dan een kind van schoonmakers?

‘Ja, terwijl: dat diploma van jouw ouders maakt natuurlijk niets uit voor jouw intelligentie. Wat helaas wel uitmaakt voor de manier waarop je je kunt ontwikkelen, is of je thuis kunt sparren met je ouders, of je kritische denkvaardigheden hebt meegekregen en of je ouders je ondersteunen en meekijken met je schooladvies. Hebben ze een dikke portemonnee en kunnen ze bijlessen betalen? Hebben ze een uitgebreid netwerk? Niet alle ouders beschikken over de juiste knowhow om het kind zo te sturen dat het wél naar havo of vwo zou kunnen. In ons onderwijssysteem zijn al die externe factoren ontzettend bepalend. En volgens mij zou dat niet zo mogen zijn.’

‘Kansenongelijkheid een probleem is van ons allemaal. En het heeft vooral te maken met je sociaaleconomische status’

Jij hebt zelf ervaren wat het betekent als je wordt ondergeadviseerd. Hebben de gesprekken die je voert met experts over onderwijsongelijkheid je daarbij nog nieuwe inzichten opgeleverd?

‘Jazeker! Een van de belangrijkste dingen die ik tijdens het maken van de tv-serie heb geleerd is dat kansenongelijkheid een probleem is van ons allemaal. En dat het vooral te maken heeft met je sociaaleconomische status.’

Dat was een verrassing? 

‘Ik dacht dat die ongelijkheid vooral te maken heeft met etniciteit. Met je roots en religie en de onbewuste vooroordelen van de leerkracht daarover. Maar in de serie leer ik dat die sociaaleconomische status zwaar weegt. In een gesprek met socioloog Illias El Hadioui leidt dat inzicht zelfs tot een emotioneel moment. Illias zegt tegen mij: “Jij bent nu tweede generatie (ouders geboren in Marokko, red.), jij bent de middenklasse, je bent mondig; jouw dochter gaat niet hetzelfde meemaken als jij.”’

Sociale pijn

Dat zijn dochter met haar hoger opgeleide ouders betere kansen tegemoet gaat, doet Amghar deugd. Maar dat betekent nog niet dat die sociale pijn die hij als jongere voelde, ‘een pijn die voortkomt uit onderwaardering’, zomaar oplost. Die pijn steekt ook nu, nu hij het oor van de media en beleidsmakers heeft, nog af en toe de kop op. Niet voor niets gaat Amghar zo onberispelijk gekleed. ‘Ik heb mezelf afgeleerd trainingspakken te dragen’, zegt hij. ‘Zo wil ik serieus genomen worden.’ Toen hij onlangs na het hardlopen toch een keer in zijn trainingspak naar de drogist ging, zat er meteen een vrouw in zijn nek. ‘Woedend vroeg ik haar of ze soms dacht dat ik een shampoo wilde stelen. Bleek ze me te herkennen van televisie!’

Wat hij met dit voorbeeld wil zeggen? ‘Dat we moeten erkennen dat veel jongeren in Nederland deze sociale pijn ervaren. Dat deze jongeren het gevoel hebben niet op waarde te worden geschat. Het idee er niet bij horen. Ze raken boos, en vervolgens gaan ze zich ook gedragen naar de stereotypes waarvan zij denken of ervaren dat anderen ze daarin plaatsen.’

In jouw nieuwste tv-serie Onmisbaar mbo voor OPEN Rotterdam, ga je in op dat fenomeen van onderwaardering in het mbo. ‘Loop over de streep als je vindt dat het mbo een slecht imago heeft’, zeg je in aflevering één. Alle scholieren houtbewerking lopen over de streep.

‘Erg hè? We leven in een enorme diplomamaatschappij. De waarde van jou als mens in relatie tot de samenleving hangt af van je diploma. En omdat we een hbo of universitair diploma een hogere waarde toekennen, zie je dat mbo’ers zich vaak minder waard voelen. Terwijl dit land niets is zonder het mbo. Bijna 50 procent van de Nederlandse beroepsbevolking heeft een mbo-achtergrond. Alleen weten veel Nederlanders dat niet, ze hebben geen idee wat er op een mbo gebeurt. Nou, zeg ik dan, denk aan de programmeur, juridische dienstverlener of pedagogisch medewerker: zonder hen zou Nederland geen dag draaien. Met deze serie wil ik laten zien dat mbo-jongeren trots zijn op hun vaardigheden, maar dat erkenning van de maatschappij wel belangrijk is.’

‘Ik denk dat het onderwijs, waar jongeren voor het eerst in aanraking komen met het gezicht van onze instituties, de plek is waar we moeten werken aan vertrouwensherstel’

Onderwaardering op basis van sociaaleconomische status of opleidingsniveau is niet zonder gevaren, zeg jij. Polarisatie ligt op de loer. Wat hebben kansenongelijkheid en polarisatie met elkaar te maken?

‘Die relatie is een-op-een. Hoe groter de ongelijkheid in een land, hoe groter de polarisatie. In zijn boek Toxic schools laat socioloog Bowen Paulle dat mooi zien. Hoe groter de ongelijkheid, hoe meer criminaliteit, tienerzwangerschappen, radicalisering en wantrouwen in instituties. Vanuit dat wantrouwen polariseert de maatschappij verder. Ook in Nederland zien we dat de ongelijkheid toeneemt en daarmee groeit de kans dat mensen hun vertrouwen verliezen. Ik denk dat het onderwijs, waar jongeren voor het eerst in aanraking komen met het gezicht van onze instituties, de plek is waar we moeten werken aan vertrouwensherstel.’

Om die reden heb jij ook het boek Van radicaal naar amicaal geschreven. Het boek geeft docenten handvatten om het gesprek over polarisatie en radicalisering met jongeren aan te gaan. Zo introduceer je een praatstok-methode. Iedereen zit in een cirkel, degene met de stok spreekt, de rest luistert. Wat bereik je daarmee?

‘Te veel om op te noemen. Echt waar. We hebben jongeren geholpen te deradicaliseren. We hebben antisemitisme, islamofobie en homohaat weten aan te pakken. In een klas, waarin een hele sterke vluchtelingenhaat naar boven kwam, hebben we de vluchtelingenproblematiek samen uitgediept. Wat is dat eigenlijk een vluchteling? Wat heeft iemand meegemaakt? Zo creëer je begrip.’

Door te praten?

‘Ja, maar vooral ook te luisteren. Zelfs als je vindt dat iemand iets belachelijks zegt, onderbreek je niet. Zo ontstaat een veilige sfeer.’

Vinden leraren het lastig om over onderwerpen als radicalisering, extreemrechts of spotprenten te praten in de klas?

‘Ja, en dat is het ook. Daarom gaan scholen het gesprek soms liever uit de weg. Geen slapende honden wakker maken, is de gedachte. Maar die honden worden ergens in het leven een keer wakker, en dan misschien niet in jouw klas maar wel in onze maatschappij.’

‘Weet je’, gaat Amghar verder. ‘Ik heb als student zelf een moeilijke periode gehad. Ik ben ook boos geweest, heb me minderwaardig gevoeld. Nu zie ik onze jongeren en dan borrelt er gewoon een sterke drang om de situatie te veranderen. Dat is de reden waarom ik het onderwijs in ben gegaan en daarom maak ik nu podcasts, televisieprogramma’s en schrijf ik boeken. Ik wil impact hebben.’

Karim Amghar

Uitklappen

Woont
in Bleiswijk met zijn vrouw en twee dochters.

Geboren
in 1988 in Bleiswijk in een gezin met elf kinderen. Vader Amghar kwam eind jaren zeventig vanuit Noord-Marokko naar Nederland. Karim is de eerste van het gezin die in Nederland werd geboren.

Werk
schrijver, programmamaker, televisiepresentator, onderwijsprofessional, trainer en docent mbo. In 2018 won hij de Compassieprijs.

Tv-programma’s (o.a.)
Karim pakt zijn kans (NTR), Het Ramadangevoel (NTR), Onmisbaar mbo (OPEN Rotterdam).

Studeerde
Communicatie & Media en Pedagogiek & Didactiek.

Hobby
Marathonlopen.

In december
verschijnt zijn tweede boek, Hoor mij zie mij! over ongelijke kansen in het onderwijs.

Welke impact zou je dan het liefste hebben?

‘Eerlijk? Het liefst zou ik op de positie van onderwijsminister terechtkomen. Dan zou iedereen mij natuurlijk gaan vertellen hoe ontzettend lastig het is om het Nederlandse onderwijssysteem eerlijker te maken, maar ik zou gewoon beginnen. Ik zou het schooladviesmoment verschuiven naar minimaal 14-jarige leeftijd; ik zou de verschillende onderwijsniveaus terugbrengen en ervoor zorgen dat alle scholen in het eerste jaar in ieder geval mavo, havo en vwo aanbieden.

Voor de Fatima’s, Ingrids, Henk-en en Karims die opgroeien met een lagere sociaaleconomische status wil ik gelijke kansen. Ik wil dat ze een gelukkig leven tegemoet gaan, als leraar, wetenschapper of heftruckchauffeur.’