Asiel op Aruba: de kloof tussen mensenrechten en praktijk
Aruba heeft internationale mensenrechtenverdragen geratificeerd waarin specifiek ten aanzien van mensen die asiel willen, rechten worden verleend en plichten gesteld.
Hoewel Aruba gebonden is aan het VN-Vluchtelingenverdrag, heeft het geen asielwetgeving. Asielzoekers vallen daarmee onder standaard regelgeving en beleid op het vlak van migratie, wat resulteert in een aanzienlijke tekortkoming in het juridische kader met betrekking tot hun rechten, inclusief waarborgen die hen beschermen tegen refoulement. Ook voor gevluchte kinderen die bescherming willen verkrijgen, bestaat er geen specifiek beleid waardoor deze kinderen onder dezelfde asielprocedures vallen als volwassenen. Op Aruba kan op diverse manieren om asiel worden gevraagd: bij reguliere binnenkomst aan de grens, tijdens verblijf op het eiland, en bij plaatsing in het GNC-immigratiedetentiecentrum.
Irreguliere binnenkomst en detentie
Iemand die irregulier binnenkomt, wordt automatisch vastgezet omdat irreguliere binnenkomst geldt als een overtreding van de Arubaanse wet. Het iemand enkel op basis van zijn migratiestatus ontnemen van zijn vrijheid, heeft een verwoestende uitwerking op het gevoel van eigenwaarde en de mentale en fysieke gezondheid van migranten, asielzoekers en vluchtelingen. Het vormt een schending van het recht op vrijheid van willekeurige detentie.
De wettelijke waarborgen tegen onrechtmatige detentie zijn op Aruba onvoldoende en aan vreemdelingendetentie is geen maximum duur gesteld. Irreguliere migranten en asielzoekers, waaronder kinderen, kunnen in detentie worden gehouden en uitgezet.