De politie zet traangas en rubberkogels in tegen demonstranten in de Turkse hoofdstad Ankara
© Basin Foto Ajansi / Getty Images

Turkije

De mensenrechten staan in Turkije al lange tijd onder druk. Sinds de couppoging van 15 juli 2016 en de noodtoestand die kort daarna werd uitgeroepen, is de mensenrechtensituatie alleen maar verslechterd. In detentiecentra wordt opnieuw gemarteld, en met tal van wetten legt president Erdoğan de vrije meningsuiting steeds verder aan banden. En de toestand in Zuidoost-Turkije, waar het regeringsleger en de Koerden in een hevige strijd verwikkeld zijn, is ronduit slecht.

Het probleem

Inperking van het recht op vrije meningsuiting

In Turkije wordt de vrije meningsuiting al jarenlang aan banden gelegd. Onafhankelijke berichtgeving is bijna niet meer mogelijk. Sommige media zijn overgegaan tot zelfcensuur om sluiting te voorkomen. Journalisten Lees meer over de inperking van het recht op vrije meningsuiting in Turkije die kritiek hebben op president Erdoğan en zijn regering worden opgepakt. De couppoging op 15 juli 2016 heeft de vrije meningsuiting nog verder aan banden gelegd. Tijdens de noodtoestand die kort na de mislukte staatsgreep werd uitgeroepen, werden honderden journalisten opgepakt of ontslagen. Zeker 165 televisiestations, persdiensten, kranten, tijdschriften, radiozenders en uitgeverijen werden gesloten.

In 2015, nog voor de couppoging, verslechterde de situatie voor de media al in hoge mate. De autoriteiten hebben met het Wetboek van Strafrecht, lasterwetgeving en wetten tegen terrorisme een scala aan mogelijkheden om journalisten te straffen die zich kritisch over de regering uitlieten. Ook werden journalisten dat jaar vaker het slachtoffer van intimidatie en geweld.

De Turkse president Erdoğan spreekt in augustus 2016 zijn aanhangers toe op een protestbijeenkomst tegen de mislukte staatsgreep in juli dat jaar.
© Kayhan Ozer / Anadolu Agency / Getty Images
De Turkse president Erdoğan spreekt in augustus 2016 zijn aanhangers toe op een protestbijeenkomst tegen de mislukte staatsgreep in juli dat jaar.

Mislukte staatsgreep op 15 juli 2016

Op 15 juli 2016 vond een mislukte staatsgreep plaats. In de dagen na de couppoging is een klopjacht van ongekende omvang geopend op mensen die worden beschuldigd van banden met president Erdoğans aartsrivaal Fethullah Gülen, die in Amerika verblijft. Dit zijn de laatste cijfers:

  • Er werden tijdens de mislukte coup in Istanbul en Ankara ten minste 265 mensen gedood en meer dan 2.000 verwond.
    Na de couppoging zijn bijna 90.000 mensen vastgezet.
  • Meer dan 110.000 mensen zijn uit hun functie ontheven of ontslagen, onder wie politieagenten, rechters, openbaar aanklagers, advocaten, academici en anderen.
  • Bijna 150 mediakanalen zijn onder dwang gesloten.
  • De vergunningen van 25 mediabedrijven zijn per 22 juli ingetrokken, evenals de perskaarten van tientallen journalisten.
  • Er zijn meldingen van marteling: de politie in Ankara en Istanbul zou gevangenen 48 uur in pijnlijke houdingen hebben laten zitten of staan. Daarnaast kregen gevangenen geen water, voedsel of medische zorg, werden ze uitgescholden, beledigd of bedreigd. Sommigen zijn verkracht.
  • Op 20 juli werd de noodtoestand afgekondigd. Dat geeft de premier en zijn kabinet de macht om per decreet te regeren en het parlement te omzeilen.
  • Na het uitroepen van de noodtoestand is het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens voor onbepaalde tijd opgeschort. Het recht op een eerlijk proces (artikel 6), vrijheid en veiligheid (artikel 5) en respect voor privé-/familieleven (artikel 8) zijn buiten werking gesteld. Het recht op leven, het verbod op martelen (artikel 3), het verbod op slavernij (artikel 4) en het beginsel van geen straf zonder wet (artikel 7) behoren alsnog te worden nageleefd.
  • Op 23 juli werd bepaald dat het voorarrest van 4 naar 30 dagen is verlengd.

Wetten die de vrije meningsuiting onderdrukken

‘Iedereen heeft het recht op vrijheid van communicatie’ (artikel 22), ‘Iedereen heet het recht op vrijheid van geweten, godsdienst en overtuiging’ (artikel 24), ‘Iedereen heeft het recht op vrijheid van gedachte en van mening’ (artikel 25), ’Iedereen heeft het recht zijn gedachten te uiten en te verspreiden door ze uit te spreken, op te schrijven, in beelden vast te leggen of via andere media’ (artikel 26), ‘De pers is vrij en zal niet worden gecensureerd’ (artikel 28), ‘Publicatie van periodieken en niet-periodieken zal niet onderworpen worden aan goedkeuring vooraf of het storten van een borgsom’ (artikel 29). Uitgaande van de Turkse grondwet is het recht op vrije meningsuiting in Turkije goed geregeld. Bovendien heeft het land zich ook via internationale verdragen verplicht de vrije meningsuiting te waarborgen, bijvoorbeeld door het ratificeren van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens. Maar met nieuwe wetten Lees meer over repressieve wetgeving in Turkije en het toepassen van bestaande wetsartikelen hebben de autoriteiten vele mogelijkheden om critici het zwijgen op te leggen.

Marteling: wijdverbreid en hardnekkig

Turkije kent een lange geschiedenis van staatsgrepen. En steevast nam na een coup het aantal martelingen toe. Dat was ook het geval na de mislukte staatsgreep van 2016. Meteen nadat de noodtoestand was uitgeroepen, werd de periode van voorarrest van vier naar dertig dagen verlengd en mag een verdachte gedurende vijf dagen de toegang tot een advocaat worden geweigerd. Bovendien mag een verdachte slechts uit een beperkt aantal advocaten kiezen. Dit zijn negatieve ontwikkelingen, omdat de ervaring heeft geleerd dat juist gedurende de eerste dagen na een arrestatie het risico op mishandeling en marteling het grootst is. Zolang de verdachte zich niet kan beklagen hebben de folteraars vrij spel. Deze maatregelen zijn in strijd met het Verdrag tegen Marteling dat Turkije in 1988 ratificeerde.

Ook werden in september 2016 de instellingen die de gang van zaken in detentiecentra waarnemen, ontbonden en door nieuwe vervangen. Het is onduidelijk in hoeverre deze nieuwe waarnemers onafhankelijk zijn; bovendien zijn zij niet verplicht hun bevindingen te openbaren. Ook hierdoor wordt het risico dat gedetineerden worden gemarteld, vergroot.

Amnesty ontving betrouwbare meldingen dat de politie in Istanbul en Ankara na de couppoging gedetineerden dwong om stressvolle posities aan te nemen Lees meer over de marteling na de couppoging van juli 2016 gedurende soms wel 48 uur. Ook werd hun eten, drinken en medicatie geweigerd en werden verschillende mensen geslagen en verkracht.

Marteling in het zuidoosten van Turkije

In de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw was er sprake van wijdverspreide marteling, met name in het zuidoosten van Turkije. Na de staatsgreep van 1980 is een kwart miljoen mensen gearresteerd. Volgens Amnesty-rapporten werden nagenoeg allen gemarteld. De repressie van linkse en Koerdische activisten leidde tot systematische marteling in de beruchte gevangenis van Diyarbakır in het zuidoosten van het land. In een periode van vijftien jaar na de coup zijn naar schatting 419 gevangenen als gevolg van marteling gestorven en hebben duizenden mensen levenslang letsel opgelopen. Daarnaast zijn veel gevangenen verdwenen.

Met het aantreden van de AKP van president Erdoğan in 2002 en diens wens om te voldoen aan de criteria voor toetreding tot de Europese Unie, verklaarde de Turkse regering een nultolerantiebeleid te voeren ten aanzien van marteling. Met verschillende hervormingen kreeg het justitieel apparaat controlemechanismes om marteling te verbannen. Ook werden waarborgen voor betere medische zorg en toegang tot juridische ondersteuning ingesteld. Dat was een goede ontwikkeling en formeel was marteling volledig verbannen. Maar sinds de strijd tussen de Turkse autoriteiten en de PKK in 2015 weer oplaaide, zijn er steeds meer aanwijzingen dat marteling opnieuw wordt toegepast. Na de couppoging in juli 2016, werden gevangenen op grote schaal gemarteld.

Een reden waarom marteling zo moeilijk uit te bannen is, is de voortdurende straffeloosheid. Zolang daders niet worden berecht, kunnen zij ongehinderd doorgaan met hun martelpraktijken.

De mensenrechtensituatie in Zuidoost-Turkije

In het gebied waar Turkije, Irak, Syrië, Iran en Armenië aan elkaar grenzen wonen tussen de 25 en 35 miljoen Koerden. Begin twintigste eeuw ontstond het idee om een thuisland voor dit inheemse volk te creëren – Koerdistan. Na de Eerste Wereldoorlog en de val van het Ottomaanse Rijk tekenden Turkije, dat als verliezer uit de oorlog was gekomen, en de geallieerden het Verdrag van Sèvres. Daarin werd onder meer bepaald dat de Koerdische gebieden binnen het Ottomaanse Rijk autonomie zouden krijgen. Turkije ratificeerde het verdrag echter niet. Dat gebeurde wel met het Verdrag van Lausanne, dat in 1923 een einde aan de Grieks-Turkse oorlog maakte. Hierin wordt echter met geen woord gerept over Koerdische autonomie. Sindsdien is elke poging om een onafhankelijke staat voor de Koerden te stichten, neergeslagen Lees meer over de mensenrechtensituatie in Zuidoost-Turkije .

Politie en demonstranten raken slaags met elkaar in Istanbul.
© Ertugrul Atilla Balikcioglu / Getty Images
Politie en demonstranten raken slaags met elkaar in Istanbul.

Wat doet Amnesty?

  • Actie. We voeren actie voor mensenrechtenverdedigers en critici die worden geïntimideerd en vervolgd, en voor een verbetering van de mensenrechtensituatie in het zuidoosten van Turkije.
  • Bijwonen van rechtszaken. Nu critici steeds vaker worden aangeklaagd, wil Amnesty een veel grotere bijdrage leveren aan een eerlijk rechtssysteem in Turkije. In samenwerking met onze Turkse Amnesty-collega’s sturen we internationale waarnemers naar rechtszaken. De aanwezigheid van waarnemers in de rechtszaal zorgt ervoor dat de rechtszaken eerlijker verlopen; een rechter staat niet graag te boek als partijdig of oneerlijk.
  • Waarnemers worden getraind, zodat zij precies weten waar zij tijdens een rechtszaak op moeten letten en hoe zij op een effectieve manier kunnen rapporteren. Amnesty geeft ook Turkse mensenrechtenorganisaties ondersteuning, zodat zij zelf ook processen kunnen waarnemen. Op dit moment worden vijftien internationale waarnemers, onder wie rechters en advocaten, naast Turkse waarnemers ingezet. We willen dit aantal graag uitbreiden.
  • Lobby. Met een lobby gericht op zowel de Turkse als de Nederlandse autoriteiten, en op EU-lidstaten, probeert Amnesty Nederland beperkende wetgeving te beïnvloeden. We richten ons onder meer op de vrijheid van meningsuiting, de situatie in het zuidoosten van Turkije en marteling. Ook pleiten we voor een meer coherente Europese lobby op het gebied van de ondersteuning en bescherming van Turkse mensenrechtenverdedigers.
  • EU-Richtlijnen. Amnesty vindt het cruciaal dat Europese diplomaten in Turkije de richtlijnen van de Europese Unie voor de bescherming van mensenrechtenverdedigers en de vrijheid van meningsuiting naleven. Die richtlijnen wijzen diplomaten er bijvoorbeeld op dat zij de mogelijkheid hebben om verdedigers van mensenrechten in hun ambassade op te vangen als zij bescherming nodig hebben. Diplomaten kunnen ook rechtszaken bijwonen en rapporteren over de voortgang daarvan.

Ontwikkelingen

De mensenrechten in Turkije liggen zwaar onder vuur na de bloedige couppoging op 15 juli 2016. Daarbij kwamen meer dan 265 mensen om het leven, vielen ruim 2.000 gewonden en werden ruim 8.000 mensen gearresteerd.

Noodtoestand afgekondigd

De Turkse president Erdoğan kondigde op 20 juli voor ten minste drie maanden de noodtoestand af. Begin oktober 2016 werd deze met drie maanden werd verlengd. In januari 2017 gebeurde dit nog eens. Bovendien liet de vicepremier weten dat Turkije het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens gedurende die periode zal opschorten. Dit brengt het volgende met zich mee: het terugdringen van de mensenrechten en een excuus voor een verdere aanval op de vrijheid van meningsuiting, voor willekeurige gevangenschap en marteling. Zeer zorgelijk is het dat president Erdoğan de herinvoering van de doodstraf met het parlement gaat bespreken.

De noodtoestand geeft de premier en zijn kabinet de macht om per decreet te regeren en het parlement te omzeilen. Vanaf 19 januari 2017 is de noodtoestand opnieuw met drie maanden verlengd.

Mishandeling en marteling

Amnesty heeft betrouwbare meldingen ontvangen van mishandelingen door de politie in Istanbul en Ankara kort na de couppoging. Gedetineerden werden gedwongen gedurende 48 uur lang een pijnlijke houding aan te nemen, terwijl hen eten, drinken en medische verzorging wordt onthouden. Sommigen zijn ook gemarteld, onder meer door verkrachting.

Golf van zuiveringen

In de dagen na de couppoging is een klopjacht van ongekende omvang geopend op mensen die worden beschuldigd van banden met president Erdoğans aartsrivaal Fethullah Gülen, die in Amerika verblijft. Bij de golf van zuiveringen in het leger, het gerechtelijk apparaat en de overheid zijn vele duizenden mensen opgepakt, geschorst of ontslagen. Het grote aantal arrestaties en ontslagen is verontrustend gezien de groeiende intolerantie ten opzicht van critici van de regering, zoals journalisten en het maatschappelijk middenveld. Eind oktober 2016 waren meer dan 160 mediabedrijven gesloten en zaten 30 journalisten in voorarrest.

Inmiddels hebben de arrestaties zich uitgebreid naar de Koerdische, seculiere en linkse media, rechtspraak, advocatuur en het maatschappelijk middenveld. Verschillende parlementariërs van de pro-Koerdische HDP zijn momenteel in voorarrest.

Protestbijeenkomst in Istanbul in november 2011 voor de vrijlating van de recentelijk gearresteerde journalisten van de linkse oppositiekrant Cumhuriyet.
© Joris van Gennip / Hollandse Hoogte
Protestbijeenkomst in Istanbul in november 2011 voor de vrijlating van de recentelijk gearresteerde journalisten van de linkse oppositiekrant Cumhuriyet.

Verdere ontwikkelingen

Wegens verschillende nooddecreten zijn sinds 15 juli 2016 meer dan 110.000 mensen geschorst/ontslagen/gevangen gezet wegens lidmaatschap van of sympathie voor de Gülenbeweging, de PKK en andere linkse organisaties.

Sinds de couppoging zijn 1.267 academici ontslagen. Daarmee steeg het totale aantal ontslagen academici naar ongeveer 2.000 (exacte cijferszijn onbekend). Ook verschillende ‘Academici voor Vrede’, die een petitie ondertekenden voor het beëindigen van het conflict in het zuidoosten van Turkije, zijn ontslagen en/of vervolgd. Het nooddecreet van 29 oktober 2016 maakte een einde aan de verkiezingen van rectoren op universiteiten. Sindsdien kan president Erdoğan rectoren direct benoemen.

Het nooddecreet van 29 oktober verplicht het opnemen van gesprekken tussen advocaten en gevangenen. Openbare aanklagers hebben toegang tot deze opnames. Eerdere decreten verlengden de maximale duur van voorarrest zonder rechterlijke toetsing van vier naar dertig dagen. Toegang tot advocaten voor gevangenen kan tot vijf dagen geweigerd worden. De nooddecreten geven de Turkse autoriteiten ook de bevoegdheid om paspoorten van verdachten en hun echtgenoten/partners in beslag te nemen.

Burgemeesters en gemeenteraadsleden van 27 provincies (voornamelijk in het zuidoosten van Turkije) zijn vervangen door bestuurders die door de regering zijn benoemd.

Amnesty’s oproep

Amnesty streeft naar naleving van het recht op vrijheid van meningsuiting in Turkije. Dit recht is vastgelegd in artikel 19 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Turkije heeft beloofd de rechten in deze verklaring te respecteren. Ook in de Turkse grondwet is de vrije meningsuiting vastgelegd. Artikel 26 garandeert dit, de persvrijheid is vastgelegd in artikel 27 en 28, en artikel 33 en 34 waarborgen het recht op vergadering (zoals demonstraties) en op vereniging (zoals vakbonden).

In de Universele Verklaring is in artikel 5 ook vastgelegd dat marteling is verboden. Dit verbod is eveneens in de Turkse grondwet opgenomen. Artikel 17 stelt dat ‘niemand zal onderworpen worden aan marteling of mishandeling; niemand zal onderworpen worden aan straffen of behandeling die in strijd zijn met de menselijke waardigheid’.

Daarom roept Amnesty de Turkse autoriteiten op om de volgende maatregelen te nemen:

  • De vrijlating van gewetensgevangenen die omwille van hun politieke, religieuze of sociale overtuiging of seksuele geaardheid zijn gevangengezet en die geen geweld hebben gebruikt. Het is van belang dat er een eind komt aan de massale arrestaties en schorsingen van journalisten, vakbondsleden, oppositieleden, advocaten en rechters, en de toenemende intolerantie jegens vreedzame dissidenten. Verdachten hebben recht op een eerlijk proces binnen een redelijk termijn met inachtneming van internationale wetgeving.
  • De afschaffing van martelingen en andere mishandelingen van gevangen. Amnesty roept de Turkse autoriteiten op om martelingen af te keuren. Alle gevangen hebben recht op reguliere toegang tot advocaten, familieleden en medische zorg.
  • In het kader van de nasleep van de couppoging roept Amnesty de Turkse autoriteiten op om ook tijdens de noodtoestand de mensenrechten te respecteren en niet verder in te perken.
  • Het maatschappelijk middenveld mag in zijn werk niet worden belemmerd door angst voor vervolging of vergeldingen.
  • Vrije en onafhankelijke media vormen de hoeksteen van internationaal beschermde vrijheden. Elk jaar worden wetten gebruikt om honderden Turkse journalisten, advocaten, mensenrechtenverdedigers, politieke activisten en vele anderen voor de rechtbank te laten verschijnen, omdat ze kritiek leveren op de overheid, of omdat ze over gevoelige zaken zoals de Koerdische kwestie een mening uiten die de autoriteiten niet zint. De Turkse autoriteiten zou de vrijheid van meningsuiting van alle burgers moeten beschermen.
  • Internetwetgeving en de antiterreurwetten mogen niet worden ingezet om internationaal beschermde vrijheden van Turkse burgers in te perken.
  • Amnesty maakt zich zorgen over het excessieve gebruik van traangas en rubberen kogels tegen vreedzame betogers. De vrijheid van vergadering van alle burgers dient beschermd te worden. Het gebruik van geweld door de Turkse veiligheidsdiensten moet in lijn zijn met internationale mensenrechtelijke standaarden, in het bijzonder de beginselen van noodzakelijkheid en evenredigheid.