Mensenrechtenencyclopedie
© Flickr.com / CC / valerieroybal

Decembermoorden en Moiwana (Suriname)

De Decembermoorden zijn de buitengerechtelijke executies van vijftien journalisten, wetenschappers en vakbondsleiders in Suriname op 8 december 1982.

Amnesty heeft steeds aangedrongen op een grondig onderzoek naar de ‘Decembermoorden’ van 8 december 1982 in Suriname, waarbij vijftien journalisten, wetenschappers en vakbondsleiders buitengerechtelijk werden geëxecuteerd in Fort Zeelandia, dat sinds de militaire staatsgreep onder leiding van legerleider Desi Bouterse in 1980 als kazerne werd gebruikt. Amnesty dringt ook aan op berechting van de schuldigen.

Bouterse “politiek verantwoordelijk”

Het onderzoek, dat in 2001 daadwerkelijk van start is gegaan, is vaak gehinderd. Begin 2003 werden documenten over de moorden gestolen uit het huis van de minister van Justitie en Politie en dat van de onderzoeksrechter. Eerder constateerde Amnesty mogelijk ernstige intimidatie van getuigen die verklaringen over Bouterse later ‘aanpasten’.

In 2007 bood Bouterse zijn excuses aan voor de moorden. Hij pleitte voor amnestie voor de daders en hun medeplichtigen. Bouterse stelde slechts “politiek verantwoordelijk” te zijn voor de moorden. In november 2007 is het proces begonnen voor een krijgsraad. Hoofdverdachte Desi Bouterse liet verstek gaan. Hij stelde dat hij niet door een krijgsraad maar door een rechtbank zou moeten worden berecht.

Het Surinaamse Hof van Justitie vonniste in 2015 dat de verdachten van de decembermoorden vervolgd moeten worden, ondanks de amnestiewet die in 2012 is aangenomen. In 2017 eiste de aanklager een gevangenisstraf van twintig jaar tegen Bouterse.

Massamoord in Moiwana

Verder zijn in de periode 1986-1992 vele mensenrechtenschendingen gepleegd tijdens het gewapende conflict tussen het Junglecommando onder leiding van de Boslandcreool Ronnie Brunswijk en de militairen onder leiding van Bouterse. De bekendste en grootste schending vond plaats in het dorpje Moiwana in het binnenland van Suriname, waar op 29 november 1986 vele tientallen burgers door soldaten van het regeringsleger werden vermoord.

In 1995 heeft het Surinaamse parlement bepaald dat mensenrechtenschendingen uit het verleden onderzocht dienen te worden. In 2005 heeft Inter-Amerikaanse Hof voor de Mensenrechten de regering van Suriname veroordeeld voor de massamoord. De regering moet nabestaanden van de slachtoffers een vergoeding uitkeren; moet smartengeld en schadevergoedingen uitkeren aan de overlevenden; moet de daders vervolgen; en moet fondsen ter beschikking stellen voor de ontwikkeling van het dorp.

Meer recente mensenrechtenschendingen in Suriname zijn volgens bevinding van Amnesty: dodelijk politiegeweld; het mishandelen van verdachten tijdens hun arrestatie en detentie; slechte gevangenisomstandigheden en tekortkomingen in het justitiële systeem. Er is een ernstig tekort aan rechters, met als gevolg dat te veel verdachten in voorarrest zitten.