De voormalige president van Sudan Omar al-Bashir wordt beschuldigd van genocide

Sudan: uitlevering Al-Bashir aan Strafhof noodzakelijke stap voor gerechtigheid

Sudan: uitlevering Al-Bashir aan Strafhof noodzakelijke stap voor gerechtigheid

De overgangsraad van Sudan wil volgens berichten de voormalige president Omar Al-Bashir aan het Internationaal Strafhof overdragen om daar terecht te staan voor oorlogsmisdrijven, misdaden tegen de menselijkheid en genocide in de regio Darfur. ‘Dat zou een welkome stap naar gerechtigheid voor de slachtoffers en hun families zijn’, aldus Amnesty’s waarnemend secretaris-generaal Julie Verhaar.

Julie Verhaar: ‘Omar al-Bashir wordt gezocht door het Internationaal Strafhof voor de moord, uitroeiing, gedwongen overplaatsing, marteling en verkrachting van hondderdduizenden mensen gedurende het conflict in Darfur. Een besluit om hem over te dragen aan het Strafhof zou een welkome stap naar gerechtigheid zijn voor de slachtoffers en hun families. Het is een ongekend schandaal dat Al-Bashir, ondanks arrestatiebevellen die al meer dan tien jaar oud zijn, nog steeds gerechtigheid heeft weten te ontwijken.’

‘De Sudanese autoriteiten moeten hun woorden omzetten in daden. Zij moeten Al-Bashir en anderen die door het strafhof gezocht worden meteen overbrengen naar Den Haag. Ook moeten ze laten zien dat de periode van straffeloosheid voor de regering van Al-Bashir voorbij is door alle andere verdachten van vreselijke misdrijven onder zijn bewind te berechten.’

Het conflict in Darfur

Darfur is sinds februari 2003 het toneel van een bloedig conflict dat nog steeds voortduurt. Het leger van Al-Bashir streed samen met de politie en de Janjaweed, een gewapende Arabische groepering, tegen niet-Arabische gewapende groeperingen in die regio. Volgens schattingen kwamen er meer dan 500.000 mensen om het leven, vooral burgers. De aanklachten van het ICC tegen Al-Bashir hebben betrekking op gebeurtenissen die plaatsvonden tussen 2003 en 2008.

De aanklachten tegen Al-Bashir

Het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag vaardigde twee keer een aanhoudingsbevel uit voor de voormalige Sudanese leider Omar al-Bashir – de eerste op 4 maart 2009 en de tweede op 12 juli 2010. Al-Bashir wordt ervan beschuldigd verantwoordelijk te zijn voor oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid en genocide.

Het ICC vaardigde de aanhoudingsbevelen tegen Al-Bashir uit omdat er redelijke gronden zijn om aan te nemen dat hij, samen met oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid, genocide heeft gepleegd tegen de etnische groepen Fur, Massalit en Zaghawa in Darfur. Tegen Al-Bashir lopen vijf aanklachten vanwege oorlogsmisdaden, twee vanwege misdaden tegen de menselijkheid en drie vanwege de genocide in Darfur.

Mensenrechtenschendingen

De beschuldigingen tegen Al-Bashir hebben betrekking op mensenrechtenschendingen die zijn begaan door zijn veiligheidstroepen, waaronder het Sudanese leger en de geallieerde Janjaweed-milities, de politie en de Nationale Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (NISS). Het ICC zegt dat er redelijke gronden zijn om te geloven dat Al-Bahir een ‘essentiële rol’ heeft gespeeld bij het organiseren van deze groepen.

Tijdens de campagne in Darfur zouden deze troepen verantwoordelijk zijn geweest voor tal van onwettige aanvallen op burgers. Daarbij gaat het om de moord op vele tienduizenden burgers, verkrachting, marteling, het plunderen van steden en dorpen en de gedwongen verplaatsing van honderdduizenden burgers.

Beschuldiging van genocide

Het ICC is van mening dat het onrechtmatig aanvallen van de burgerbevolking van Darfur een zeer belangrijk onderdeel vormde van de campagne tegen twee gewapende groeperingen in Darfur – de Sudan Liberation Movement en de Justice and Equality Movement. Al-Bashir wordt ervan beschuldigd verantwoordelijk te zijn voor pogingen om de etnische Fur, Masalit en Zaghawa uit te roeien.

Chemische wapens

Een onderzoek van Amnesty International uit 2016 leverde het gruwelijke bewijs dat Sudanese regeringstroepen ook in 2016 nog in de regio Jebel Marra in Darfur chemische wapens inzetten tegen burgers, onder wie zeer jonge kinderen. Ook deze aanvallen zouden, gezien hun omvang en wreedheid, oorlogsmisdaden kunnen zijn.