Spelende kinderen bij een half afgebouwd gebouw in Gawa’la, een woestijngebied buiten Aden. De kinderen zijn vluchtelingen uit de provincie Hodeidah.
© AI

Jemen: aantal vluchtelingen stijgt door aanhoudend oorlogsgeweld

Circa 100 duizend mensen zijn de laatste maanden de provincie Hodeidah in het westen van Jemen ontvlucht als gevolg van de oorlog tussen de door Saudi-Arabië geleide coalitie en de Huthi’s. Ze hebben hun toevlucht gezocht in provisorische onderkomens in de zuidelijke havenstad Aden.

Amnesty International interviewde in Aden 34 vluchtelingen. Die vertelden over levensbedreigende mortieraanvallen, luchtaanvallen en landmijnen sinds de coalitie in december een offensief begon om de westelijke kustprovincies te heroveren op de Huthi’s. ‘We zijn vertrokken vanwege het bombardement en de oorlog om ons heen,’ zei Hassan, een 26-jarige visser. ‘Ze schoten mortiergranaten over ons hoofd. Iedere dag stierven er mensen, iedere dag zagen we uiteengereten lichamen om ons heen, aan stukken geschoten.’

Wegversperringen en mijnen

De vlucht naar Aden was kostbaar. De meeste vluchtelingen die Amnesty sprak zeiden dat ze zich gedwongen zagen om kostbare bezittingen te verkopen, zoals trouwringen en vee. Nadat er betaald was, begon de ellende pas echt. De Huthi’s hadden overal wegversperringen opgeworpen en de wegen lagen vol met mijnen. Bussen met vluchtelingen werden opgeblazen door de mijnen en andere explosieven.

Omdat er geen reguliere kampen voor intern ontheemden zijn, hebben de meeste vluchtelingen die Amnesty in Aden interviewde onderdak gezocht in provisorische onderkomens, waaronder gebouwen die nog in aanbouw zijn of die ernstig beschadigd zijn door eerdere gevechten.

Situatie verslechtert

‘De meest kwetsbaren onder de burgerbevolking betalen de tol voor dit nieuwe offensief in de oorlog in Jemen,’ zegt Rawya Rageh, senior adviseur Crisisrespons bij Amnesty. ‘Alle partijen moeten zich houden aan het internationale oorlogsrecht. Daaronder valt ook het nemen van alle mogelijke maatregelen om het aantal burgerdoden en de verwoesting van huizen en de infrastructuur tot een minimum te beperken.’

Nu de gevechten steeds dichter in de buurt van de dichtbevolkte havenstad Hodeidah komen, groeit de angst dat de situatie voor burgers nog slechter zal worden.