Israël moet omstreden doodstrafwet intrekken
De Israëlische autoriteiten moeten de wetswijzigingen die de toepassing van de doodstraf in Israël uitbreiden, zo snel mogelijk intrekken. Israël geeft zichzelf hiermee vrij spel om Palestijnen te executeren, zonder dat zij de meest basale vorm van rechtsbescherming krijgen. De wetswijzigingen zijn op 30 maart aangenomen door een meerderheid van 62 Knesset-leden.
“Het Israëlische parlement, de Knesset, heeft de eerste van een reeks wetten aangenomen die de toepassing van de doodstraf vergemakkelijken”, zegt Erika Guevara-Rosas van Amnesty International. “Dit is een openlijke daad van wreedheid, discriminatie en totale minachting voor de mensenrechten. De wijziging van het Israëlische strafrecht, bekend als de ‘doodstraf voor terroristen’, verbreedt de reikwijdte ervan en maakt het toepassen van de doodstraf makkelijker, terwijl er wereldwijd een trend is om deze af te schaffen.”
“Deze wijziging schaft daarnaast essentiële bescherming af die willekeurige executies moet voorkomen en het recht op een eerlijk proces moet beschermen, en versterkt het Israëlische apartheidsstelsel nog verder – een stelsel dat in stand wordt gehouden door talloze discriminerende wetten tegen Palestijnen”, aldus Guevara-Rosas.
Ontmenselijking van Palestijnen
Amnesty International stelt vast dat het veel zegt over de ontmenselijking van Palestijnen, dat deze wet werd aangenomen in dezelfde maand dat de Israëlische militaire procureur-generaal alle aanklachten liet vallen tegen Israëlische soldaten die beschuldigd werden van seksueel misbruik van een Palestijnse gevangene. Deze beslissing werd toegejuicht door de premier en verschillende ministers. Premier Benjamin Netanyahu, die door het Internationaal Strafhof wordt gezocht voor oorlogsmisdrijven en misdaden tegen de menselijkheid, stemde voor de wet.
“We zien al jaren een alarmerend patroon van duidelijk buitengerechtelijke executies en het onwettig doden van Palestijnen, waarbij de daders ook nog eens bijna volledige straffeloosheid genieten”, zegt Guevara-Rosas. “Deze nieuwe wet laat door de staat goedgekeurde executies toe. Dat is de volgende fase van dit soort beleid.”
Geen recht op gratie
De nieuwe wet creëert expliciet twee juridische kaders voor de toepassing van de doodstraf in de bezette Westelijke Jordaanoever, met uitzondering van het illegaal geannexeerde Oost-Jeruzalem, en in Israël. Militaire rechtbanken in de bezette Westelijke Jordaanoever mogen de doodstraf opleggen aan Palestijnen die zijn veroordeeld voor het opzettelijk doden van mensen, als deze daad volgens de discriminerende antiterrorismewet terroristisch van aard is.
Alleen onder speciale omstandigheden, die het wetsvoorstel niet specificeert, mogen rechtbanken in plaats daarvan een levenslange gevangenisstraf opleggen – en geen enkele andere straf. De minister van Defensie mag bepalen of verdachten uit de Westelijke Jordaanoever voor militaire of civiele rechtbanken worden berecht. Wie ter dood is veroordeeld, heeft geen recht op gratie, waardoor dit een van de meest extreme wetten op het gebied van de doodstraf ter wereld is.
Carte blanche voor Israël om Palestijnen te executeren
“Militaire rechtbanken in Israël veroordelen meer dan 99 procent van de Palestijnse verdachten,” zegt Guevara-Rosas. Ze zijn berucht vanwege het negeren van waarborgen voor een eerlijk proces. Met deze nieuwe wet kunnen ze verplichte doodstraffen opleggen en executies al binnen 90 dagen na de uitspraak uitvoeren. Israël geeft zichzelf hiermee vrij spel om Palestijnen te executeren, zonder de meest basale rechtsbescherming.”
Volgens het tweede juridische kader in Israël en het illegaal geannexeerde Oost-Jeruzalem, kan de bevoegdheid van civiele rechtbanken om de doodstraf op te leggen worden uitgebreid tot iedereen die veroordeeld is voor het opzettelijk doden van een ander met als “doel het bestaan van de staat Israël teniet te doen”. Zo’n ideologische eis voor opzet betekent in de praktijk dat de wet bedoeld is om Palestijnen aan te pakken.
Ondanks enkele wijzigingen in de eerdere ontwerpen, kan elke doodstraf die onder deze wet wordt opgelegd een schending van het recht op leven vormen. Als deze wordt opgelegd aan Palestijnen uit Bezet Palestijns Gebied, kan dit mogelijk ook neerkomen op oorlogsmisdaden. “De internationale gemeenschap moet maximale druk uitoefenen op de Israëlische autoriteiten om deze wet onmiddellijk in te trekken, de doodstraf volledig af te schaffen en alle wetten en praktijken af te schaffen die bijdragen aan het apartheidsregime tegen Palestijnen”, zegt Guevara-Rosas.
Achtergrond
Naast het amendement over de doodstraf heeft de Commissie voor Grondwet, Wetgeving en Justitie van de Knesset op 24 maart het wetsvoorstel voor de Tribunalenwet (“vervolging van deelnemers aan de gebeurtenissen rond het bloedbad van 7 oktober”) doorgestuurd voor een tweede en derde lezing. Dit wetsvoorstel schrijft de oprichting voor van een ad-hoc -tribunaal. Dat werkt in feite als een militaire rechtbank om personen te berechten die worden beschuldigd van deelname aan de aanslagen van 7 oktober. Het wetsvoorstel geeft het tribunaal de bevoegdheid om de doodstraf op te leggen aan veroordeelden en staat toe dat het aanzienlijk afwijkt van de standaardprocedureregels en regels voor bewijsvoering als dit “nodig wordt geacht voor het achterhalen van de waarheid en het recht te doen geschieden”.
Amnesty is altijd tegen de doodstraf
Amnesty International is onder alle omstandigheden onvoorwaardelijk tegen de doodstraf. Artikel 6, lid 1, van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR), waar Israël partij bij is, biedt bescherming tegen willekeurige beroving van het leven. Dit is samen met marteling en andere vormen van mishandeling en bestraffing absoluut verboden volgens het internationaal gewoonterecht, het internationaal recht inzake de mensenrechten en het internationaal humanitair recht.
In de Israëlische context, waar het rechtssysteem, en met name het militaire rechtssysteem, berucht is vanwege zijn inherent discriminerende karakter tegen Palestijnen, en waar veroordelingen routinematig gebaseerd zijn op bewijs dat is verkregen door middel van foltering en andere vormen van slechte behandeling, zou het toepassen van de doodstraf onder dergelijke wetten neerkomen op een schending van het recht op leven en van het verbod op foltering en andere wrede, onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing.