De beruchte Evin-gevangenis in Teheran, de hoofdstad van Iran.
© Amnesty International

Iran: nog steeds geen gerechtigheid voor familie vermoorde dissidenten

Iran blijft zich schuldig maken aan misdaden tegen de menselijkheid, omdat het geen openheid van zaken geeft over het lot van duizenden dissidenten die in 1988 werden vermoord.

Dat stelt Amnesty in het vandaag verschenen rapport Blood-soaked secrets: Why Iran’s 1988 prison massacres are ongoing crimes against humanity Blood-soaked secrets: Why Iran’s 1988 prison massacres are ongoing crimes against humanity . In het rapport wordt beschreven hoe tussen juli en september 1988 ten minste 5000 politieke tegenstanders buitengerechtelijk zijn geëxecuteerd. De terechtstellingen vonden plaats in gevangenissen in het hele land.

Massagraven verwoest

In de 30 jaar die volgden is het de familie van de slachtoffers altijd verboden om hun geliefden te begraven. Wie op zoekt gaat naar waarheid en gerechtigheid wordt lastiggevallen, geïntimideerd, gearresteerd, gevangengezet en gemarteld. Massagraven waarin de slachtoffers begraven liggen worden geschonden en verwoest.

Straffeloosheid voor betrokkenen

Nadat er onlangs meer bekend is geworden over wat er destijds is gebeurd, zijn de massamoorden toegejuicht en werden degenen die erbij betrokken waren bestempeld als helden. Sommigen van hen bekleden in het huidige Iran hoge posities. Het Amnesty-rapport toont aan dat de volgende personen in 1988 zitting hadden in de “moordcommissies” die de politieke gevangenen in schijnprocessen ter dood veroordeelden:

  • Alireza Avaei, de huidige minister van Justitie, was procureur-generaal van Defzul in de provincie Khuzestan en lid van de “moordcommissie” aldaar.
  • Hossein Ali Nayyeri was sharia-rechter in de “moordcommissie” in Teheran en tegenwoordig hoofd van het Hoge Tuchtcollege voor Rechters.
  • Ebrahim Raisi was in 1988 vice-procureur-generaal in Teheran en ook lid van de plaatselijke “moordcommissie”. Hij bekleedde vervolgens diverse andere hoge functies en was in 2017 presidentskandidaat.
  • Mostafa Pour Mohammadi vertegenwoordigde het ministerie van Staatsveiligheid in de “moordcommissie” van Teheran. Van 2013 tot 2017 was hij minister van Justitie. In 2016 schepte hij op over zijn rol in de moorden: ‘We zijn er trots op dat we Gods wil hebben uitgevoerd.’ Hij verklaarde ‘nooit slecht geslapen te hebben’ vanwege de moorden.
  • Mohammad Hossein Ahmadi, lid van de “moordcommissie” in Khuzestan, is nu lid van de Raad van Experts, die de hoogste leider van het land kan benoemen en afzetten.

Amnesty’s oproep

Iedereen die zich op enigerlei wijze schuldig heeft gemaakt aan de moorden moet zich verantwoorden in een eerlijk proces, waarin de doodstraf niet opgelegd kan worden. De internationale gemeenschap moet daarbij een grote rol spelen, vindt Philip Luther, Amnesty’s onderzoeksdirecteur Midden-Oosten en Noord-Afrika.

‘De Verenigde Naties moeten een onafhankelijk, onpartijdig en effectief mechanisme voor waarheidsvinding en gerechtigheid optuigen. De VN hebben zich tot nu toe zeer afzijdig gehouden in deze kwestie, wat de Iraanse autoriteiten heeft aangemoedigd om de waarheid te blijven verbergen en de familie van de slachtoffers te blijven kwellen.’