Grozny, de hoofdstad van de Russische deelrepubliek Tsjetsjenië

In Tsjetsjenië verandert er weinig

Laat je niet in luren leggen door de glimmende wolkenkrabbers van Grozny, zegt Anna Neistat, senior onderzoeksdirecteur bij Amnesty International. De hoofdstad van de Russische deelrepubliek Tsjetsjenië mag dan een indrukwekkende makeover hebben ondergaan, de mensenrechtensituatie laat er nog altijd zeer veel te wensen over.

In het vliegtuig op weg naar Grozny, een stad waarvan de skyline gedomineerd wordt door gloednieuwe wolkenkrabbers en een enorme moskee met vier minaretten, moet ik onwillekeurig denken aan de andere keren dat ik hier aankwam. Vroeger kwam ik altijd over de weg. Soms kwam ik in een auto met een chauffeur, die bereid was het risico te nemen om een mensenrechtenonderzoeker langs diverse militaire controleposten te loodsen. Bij andere gelegenheden reisde ik met een lokale minibus, gehuld in een hoofddoek en een jurk die mensen hier dragen, in de hoop dat de soldaten mijn papieren niet zouden controleren.

Ik heb in Grozny ook nog nooit in een kamer met airconditioning geslapen. Ik verbleef altijd bij mensen die aardig en moedig genoeg waren om mij onderdak te bieden, in half verwoeste huizen zonder stromend water, in straten die verlicht werden door de vlammen die uit de gaten van gaspijpen kwamen.

Voelbare angst

Tijdens de zogenoemde tweede Tsjetsjeense oorlog, kwam ik hier jarenlang om ondenkbare schendingen te documenteren en aan het licht te brengen. De schendingen werden in eerste instantie gepleegd door Russische troepen die de Tsjetsjeense opstandelingen bevochten, en vervolgens door de nog meer gevreesde ‘Kadyrovtsy’, de veiligheidstroepen onder leiding van Ramzan Kadyrov. Die heeft nog steeds de touwtjes in handen in Tsjetsjenië, inmiddels als president.

Het begon met massale bombardementen, die complete dorpen van de kaart veegden en aan duizenden burgers het leven kostten. Tijdens meedogenloze arrestatiegolven werden honderden mannen en jongens opgepakt, die nooit meer werden teruggezien. Vrouwen die ik interviewde bezochten het ene massagraf na het andere, op zoek naar hun mannen, broers en zonen. Degenen die het hadden overleefd vertelden over de maanden en jaren in de geheime gevangenissen van Kadyrov, waar ze zo erg gemarteld werden dat hun wonden nooit zouden genezen, en waardoor ze voor altijd achtervolgd werden door de beelden van andere gevangenen die iedere dag weer voor hun ogen geëxecuteerd werden. Honderdduizenden mensen zijn gevlucht en werden continu geprest om terug te keren naar hun verwoeste thuisland, omdat de oorlog officieel “voorbij was”. In Tsjetsjenië was de angst destijds voelbaar.

Leven en werken in de hel

In Grozny ging ik in die tijd altijd als eerste langs bij het kantoor van Memorial, de lokale afdeling van een van Ruslands meest prominente mensenrechtenorganisaties. We bespraken de gevallen van mensenrechtenschendingen die ze hadden gedocumenteerd, bepaalden de strategie, gingen vaak bij getuigen op bezoek, en dronken uiteraard liters thee in hun kleine keuken, die voelde als de meest gastvrije en veilige plek te midden van de chaos. Het was moeilijk te bevatten dat mensen niet alleen in deze hel konden leven, maar er ook werkten, nauwgezet vastlegden welke schendingen er plaatsvonden, probeerden slachtoffers te helpen, de autoriteiten ter verantwoording riepen, en schijnbaar niet te winnen gevechten in rechtbanken aangingen. Ik kwam er vaak, maar ik ging ook altijd weer weg; zij bleven, ondanks de kwaadsprekerij en de aanvallen en de doodsbedreigingen.

Ontmoeting in de gevangenis

Een van de meeste gevreesde plekken in Tsjetsjenië in die tijd was Gudermes, Kadyrovs hoofdkwartier, waar zijn troepen konden doen wat ze wilden. Als Kadyrovs zilverkleurige auto’s met getinte ramen en zonder kentekenplaten door de straten zoefden, probeerden mensen zich onzichtbaar te maken.

In Gudermes ontmoette ik in 2003 Oyub Titiev voor de eerste keer. Of eigenlijk Oyub. Ik kende zijn achternaam niet en vroeg er niet naar – de gevaren die hij liep als medewerker van Memorial waren enorm. Hij was voorzichtig, en stil, maar onvermoeibaar. Hij documenteerde mensenrechtenschendingen en hielp slachtoffers, wat moedig en van onschatbare waarde was. Uiteraard waren hij en zijn activiteiten bekend bij de autoriteiten. In de loop der jaren werden de bedreigingen en waarschuwingen die hij en zijn collega’s ontvingen steeds explicieter. Soms kwamen ze rechtstreeks uit de top van de Tsjetsjeense regering.

Schaamteloze tactieken

In 2009 werd Natalya Estemirova, een belangrijke onderzoeker van Memorial in Grozny, ontvoerd en vermoord. Dat gebeurde niet alleen om haar het zwijgen op te leggen, maar was duidelijk ook bedoeld als boodschap aan Oyub en anderen. De boodschap luidde: stop.

Maar in plaats van zich het zwijgen te laten opleggen, nam Oyub haar werk over en werd hoofd van Memorial in Tsjetsjenië. Hij weigerde om het bijltje erbij neer te gooien in het licht van de steeds groter worden risico’s, en bleef de organisatie leiden, tegen de stroom in.

In januari 2018 werd Oyubs auto tegengehouden toen hij zijn woonplaats Kurchaloy verliet. Hij werd gearresteerd. De politie beweerde dat ze een zak marihuana in zijn auto hadden aangetroffen. Dat was ondenkbaar voor iedereen die Oyub (60) kent: een familiemens, sportief, een vrome moslim en een van de meest gerespecteerde mensen in Tsjetsjenië. Maar de autoriteiten hier hebben nooit geschroomd zich van dit soort schaamteloze tactieken te bedienen om hun criticasters tot zwijgen te brengen.

Kafkaësk proces

Deze week zat ik weer in een kamer met Oyub. Alleen was het deze keer niet in het kantoor van Memorial, maar in een rechtbank in Shali, de derde stad van Tsjetsjenië. En in plaats van dat ik met hem zat te kletsen met een glas zoete thee erbij, zag ik hem zitten in een metalen kooi, terwijl het absurde, kafkaëske proces zich voltrok.

Als hij me ziet, groet Oyub me als een oude vriend. Hij vraagt me om namens hem zijn aanhang te bedanken, die hem steunbetuigingen heeft gestuurd. ‘Die steun is hard nodig. Maar het komt allemaal goed,’ verzekert hij mij. Dezelfde oude Oyub: sterk als altijd, doelgericht, en dapper.

De getuigen à charge, inclusief de opsporingsambtenaar die de zaak tegen Oyub had aangespannen, kunnen de belangrijkste vragen niet beantwoorden. Als een naald die in de groef blijft hangen herhalen ze hun antwoorden: ‘het is lang geleden’, ik herinner het me niet’, ‘ik weet het niet zeker’. Als het aantal onbeantwoorde vragen blijft groeien, worden de zweetplekken op het overhemd van de opsporingsambtenaar steeds groter. Hij weet duidelijk niet wat hij moet zeggen. Hij wordt boos. De aanklagers worden nog bozer, vallen de verdediging in de rede, en fluisteren de getuige antwoorden in het oor.

Spookachtige plek

Terwijl ik getuige ben van dit proces, moet ik er weer aan denken dat de glanzende wolkenkrabbers en bloeiende parken in Tsjetsjenië de harde waarheid niet verbloemen: het is een spookachtige plek. En het zal spookachtig blijven tot er verantwoordelijkheid is genomen voor de misdaden uit het verleden en er een eind wordt gemaakt aan de schendingen in het heden. Oyub Titiev is een van de weinige mensen die onvermoeibaar heeft gewerkt aan echte veranderingen in Tsjetsjenië, die ervoor moet zorgen dat de mensen achter de glimmende façades zonder angst kunnen leven. Zo lang Oyub nog achter tralies zit, laat niemand zich in de luren leggen door de indrukwekkende makeover die Grozny heeft ondergaan.