© Tewodros Ayalew

Autoriteiten Ethiopië moeten bloedbad etnische Amhara onderzoeken

Autoriteiten Ethiopië moeten bloedbad etnische Amhara onderzoeken

De Ethiopische autoriteiten moeten dringend een onpartijdig onderzoek starten naar de standrechtelijke moord op meer dan 400 etnische Amhara op 18 juni 2022.

Honderden mensen werden die dag in Tole Kebele in de regio Oromia gedood en tientallen raakten gewond. De aanval werd volgens overlevenden en familieleden van de slachtoffers gepleegd door het Oromo Bevrijdingsleger (OLA). Een lokale ambtenaar die Amnesty International sprak, zei dat bij de aanval ten minste 450 mensen zijn omgekomen.

Ooggetuigen

Amnesty International interviewde tien mensen, onder wie vijf ooggetuigen, overlevenden, familieleden van slachtoffers en een lokale ambtenaar. Allen vertelden hetzelfde verhaal over moordpartijen, het in brand steken van huizen en plunderingen. Analyse van satellietbeelden door Amnesty’s Crisis Evidence Lab bevestigt ook de beweringen dat er op 18 juni branden zou zijn uitgebroken in Tole Kebele.

‘Deze gruwelijke moorden in Tole, naar verluidt gepleegd door het Oromo Bevrijdingsleger, tonen de totale minachting van de daders voor het menselijk leven’, zegt Deprose Muchena van Amnesty International. ‘Dit harteloze bloedbad, waarbij ook vrouwen en kinderen om het leven kwamen, moet onafhankelijk en grondig worden onderzocht. De Ethiopische autoriteiten moeten ervoor zorgen dat de daders van deze moorden in eerlijke processen worden berecht.’

‘Vooral vrouwen en kinderen vermoord’

Volgens negen getuigen begon de aanval op 18 juni rond 9 uur ’s ochtends. Veel volwassenen hadden toen hun huis verlaten om te gaan werken of andere dingen te doen. Getuigen vertelden dat OLA-troepen dorpen in de omgeving eerst omsingelden. Het waren vooral moeders en kinderen die in de dorpen waren achtergebleven. Zij konden niet vluchten voor de aanvallers. Alle getuigen die Amnesty sprak, zeiden dat ze meerdere familieleden hebben verloren, van wie de meesten vrouwen en kinderen waren.

Jamila* die schotwonden opliep, vertelde: ‘Ik was rond 9 uur aan het ploegen toen ze ons plotseling aanvielen. Ze raakten me met kogels en slachtten mijn moeder af. Ik lag tussen zes dode lichamen tot ik werd gered. Ze slachtten mijn man af met banga. De anderen werden gedood met banga en kogels.’

Hussein*, een 64-jarige man, vertelde dat hij 22 kinderen en kleinkinderen heeft verloren. Hij zei dat hij voor zijn leven rende toen de schietpartij begon en dat de vrouwen en kinderen thuis bleven in de veronderstelling dat ze zouden worden gespaard. Hussein: ‘Op één plek hebben ze 42 mensen vermoord. Er was slechts één volwassen man onder hen, de anderen waren vrouwen en kinderen. We vonden hun lichamen opgestapeld op één plek. Onder de doden waren pasgeboren baby’s.’

Jemal*, een ambtenaar van de lokale overheid, verloor zijn drie kinderen en zijn vrouw, die zeven maanden zwanger was. ‘Terwijl ik hen zocht op straat en in de struiken… vond ik 28 dode lichamen naast mijn vrouw en kinderen. Ik vond ze op het terrein van de Silsaw-moskee. In de buurt Chekorsa werden 104 mensen gedood. Slechts vijf van hen zijn mannelijke volwassenen. De anderen zijn vrouwen en kinderen. In de wijk Silsaw werden 112 mensen gedood… veel van de slachtoffers waren kinderen, zelfs pasgeboren baby’s en peuters.’ Hij zei dat hun lichamen waren doorzeefd met kogels.

Volgens getuigen waren sommige bewoners in de dorpen gewapend, maar ze waren in de minderheid en konden zichzelf niet verdedigen. Getuigen zeiden dat ze wisten dat de aanvallers van het OLA waren vanwege hun kenmerkende lange gevlochten haar, hun militaire camouflagepakken en omdat ze de Oromiffa-taal spraken.

‘Ze staken het huis van mijn buurman in brand’

Naast de massamoord staken OLA-soldaten ook huizen in brand en plunderden ze vee, geld en graan. Dawud* vertelde dat hij zag dat OLA-troepen zijn buurman aanvielen: ‘Ze staken ook het huis van mijn buurman in brand terwijl het gezin met zijn kinderen en kleinkinderen en anderen binnen waren (twaalf mensen in totaal). Een van hen was zeven maanden zwanger en was bij haar twee kinderen. Ze werden samen begraven omdat ze volledig verkoold waren.’

Getuigen vertelden dat het OLA al zeker 4 jaar actief is in het gebied. ‘Dit is niet de eerste keer dat etnische Amhara worden aangevallen in de regio Oromia. De Ethiopische regering moet de etnische Amhara in Oromia beschermen tegen onwettige moorden en andere schendingen van de mensenrechten’, zegt Deprose Muchena.

Autoriteiten reageren niet

Volgens een lokale ambtenaar werd de aanval onmiddellijk gemeld aan de autoriteiten, die zeiden dat ze niet konden reageren omdat de weg was afgesloten. Volgens negen getuigen grepen de regeringstroepen niet in tijdens de 5 uur durende aanval. Het is slechts 49 kilometer rijden vanaf de stad Gimbi, waar het lokale districtsbestuur is gevestigd, naar Tole. Toch vertelden bewoners dat regeringstroepen pas arriveerden uren nadat de OLA-soldaten waren vertrokken.

‘De wijdverbreide straffeloosheid in Ethiopië is de oorzaak van de cycli van geweld. De autoriteiten moeten dringend opdracht geven tot een geloofwaardig en onafhankelijk onderzoek naar alle wreedheden die in het land zijn begaan. En ze moeten de toegang vergemakkelijken voor de door de VN-Mensenrechtenraad opgerichte Internationale Commissie van Mensenrechtenexperts’, zegt Deprose Muchena.

Achtergrond

Het Oromo Bevrijdingsleger (OLA) splitste zich af van het Oromo Bevrijdingsfront (OLF) nadat het OLF in 2018 de politiek inging. Overheidsinstanties duiden OLA aan als OLF Shane. Sinds 2018 zijn er regelmatig gewapende confrontaties tussen OLA-troepen en het regeringsleger in het westen en zuiden van Oromia.

Amnesty International heeft eerder aanvallen op etnische Amhara gedocumenteerd die naar verluidt werden uitgevoerd door OLA-troepen. OLA-functionarissen verwierpen echter de beschuldigingen en gaven in plaats daarvan de regeringstroepen de schuld.

*Namen zijn gefingeerd om hun identiteit te beschermen.