flag of Iran

10 jaar sterfgevallen in gevangenissen in Iran

10 jaar sterfgevallen in gevangenissen in Iran

Sinds januari 2010 zijn er ten minste 72 onopgehelderde sterfgevallen geweest in Iraanse gevangenissen. Het is zeer aannemelijk dat deze te maken hadden met marteling of mishandeling, of het gebruik van wapens en traangas door de autoriteiten.

Dat blijkt uit een nieuw rapport van Amnesty International, een dag nadat er weer een nieuw verdacht sterfgeval in de gevangenis naar buiten kwam.

Op 8 september 2021 hoorde de familie van Yaser Mangouri (31 jaar) van de inlichtingendienst in Urumieh in de Iraanse provincie West Azerbeidzjan, dat hij was overleden. Amnesty International doet al lang onderzoek naar sterfgevallen in Iraanse gevangenissen. Sinds januari 2010 overleden ten minste 72 mensen in 42 gevangenissen en detentiecentra in zestien provincies. Niemand is voor deze sterfgevallen verantwoordelijk gehouden. Dat komt in Iran veel voor, aangezien er veel straffeloosheid is voor martelzaken en het onwettig doden van mensen en zaken vaak  niet onderzocht worden. Een paar weken geleden kwamen gelekte videobeelden uit de beruchte Evin-gevangenis naar buiten. Hierop was schokkend bewijs te zien van afranselingen, seksuele intimidatie en andere mishandelingen door gevangenisbewaarders.

Straffeloosheid

Yaser Mangouri werd op 17 juli 2021 gearresteerd door de inlichtingendienst in Urumieh, en verdween daarna. Op 8 september hoorde de familie van de inlichtingendienst dat hij was overleden na een vuurgevecht bij zijn arrestatie. De familie ontkent deze lezing, en blijft volhouden dat hij ongewapend zijn huis had verlaten en toen werd gearresteerd. De autoriteiten weigeren vooralsnog zijn lichaam aan de familie terug te geven.

‘De berichten van gisteren over de dood van Yaser Mangouri onder verdachte omstandigheden laten weer zien hoe het klimaat van straffeloosheid de veiligheidstroepen in staat stelt het recht op leven van gevangenen te schenden zonder enige angst voor consequenties’, zegt Heba Morayef van Amnesty International. ‘Het systematisch weigeren van de autoriteiten om onderzoek te doen naar deze sterfgevallen in de gevangenis, toont hoe normaal het is geworden dat een mensenleven niet telt voor hen.’

‘Het is belangrijk dat degenen die verdacht worden van het doodmartelen van gevangenen strafrechtelijk onderzocht worden, en als er voldoende bewijs tegen hen wordt gevonden, worden vervolgd. Een gebrek aan deze onderzoeken is op zichzelf al een schending van het recht op leven.’

Dood na marteling

Bij 46 van de sterfgevallen in hechtenis gaven bronnen als familieleden of medegevangenen van de overledene aan dat de dood het resultaat was van lichamelijke marteling of mishandeling door leden van de inlichtingendienst, veiligheidsdienst of bewakers. Vijftien sterfgevallen waren toe te schrijven aan het gebruik van vuurwapens en/of traangas door gevangenisbewakers om gevangenisprotesten uit angst voor het coronavirus te onderdrukken. De andere elf sterfgevallen waren onder verdachte omstandigheden, maar verdere details over mogelijke oorzaken zijn onbekend. De meerderheid van de sterfgevallen vond plaats sinds 2015.

Amnesty International heeft een lijst opgesteld met namen van mensen die in de gevangenis zijn overleden. Daarbij staan ook hun leeftijden en de datum en locatie van overlijden. Op deze lijst ontbreken nog tientallen zaken van sterfgevallen in de gevangenis die mogelijk gelinkt zijn aan het onthouden van medische hulp. Hiernaar doet Amnesty nog onderzoek.

Amnesty documenteerde 31 gevallen onder meer door met familieleden, medegevangenen en bekenden te praten. Bij 41 andere gevallen is de informatie gebaseerd op berichten in betrouwbare media of van betrouwbare mensenrechtengroepen die met goedingelichte bronnen ter plekke samenwerken. Amnesty denkt dat het werkelijke aantal sterfgevallen in de gevangenis nog veel hoger ligt, omdat het Iraanse rechtssysteem niet transparant is. Bovendien worden veel mensenrechtenschendingen niet gemeld uit angst voor wraakacties en omdat maatschappelijke organisaties worden onderdrukt.

Vroege sterfgevallen

Ten minste 36 van de 46 sterfgevallen in de gevangenis die waren gelinkt aan marteling of mishandeling, vonden plaats tijdens de eerste onderzoeksfase. De meerderheid (28 mensen) stierf tijdens de eerste dagen na hun arrestatie en hechtenis. Eén iemand overleed meteen na de arrestatie en nog voor overplaatsing naar een detentiecentrum.

Ten minste negen mensen overleden in faciliteiten die worden gerund door de onderzoeksafdeling van de Iraanse politie (Agahi), elf in gebouwen van de inlichtingendienst, twee in gebouwen van de politie, twee in faciliteiten van de grens- of immigratiedienst, en een bij de Iraanse cyberpolitie (FATA) en de Revolutionaire Garde.

Van 36 van de 46 slachtoffers was informatie over hun (geschatte) leeftijd bekend. Zestien van hen waren twintigers, twaalf dertigers, en drie mensen waren tussen de 18 en 20 jaar oud. Dat betekent dat jongere mensen 86 procent uitmaakten van de slachtoffers.

Ontkenning en doofpot

De Iraanse autoriteiten verklaren sterfgevallen in de gevangenis doorgaans als zelfmoord, een drugsoverdosis of ziekte. Ze doen geen onafhankelijk en transparant onderzoek naar deze zaken.

Uit Amnesty’s onderzoek blijkt dat in ten minste 24 van de 46 sterfgevallen waarbij sprake was van marteling of mishandeling, de autoriteiten kort erna aangaven dat de dood te maken had met zelfmoord (zeven gevallen), hartaanvallen of andere ziekte (twaalf), drugsoverdosis (drie), of een vuurgevecht tijdens de arrestatie (twee). Bij drie van de elf verdachte sterfgevallen, gaven de autoriteiten ook aan dat het aan zelfmoord (een), drugs (een), of ziekte (een) lag.

Familieleden lastiggevallen

Uit Amnesty’s jarenlange onderzoek blijkt dat familieleden van mensen die in de gevangenis onder verdachte omstandigheden overlijden door de inlichtingen- en veiligheidsdienst worden lastiggevallen en geïntimideerd. Dit gebeurt vooral wanneer de familie in het openbaar vragen stelt bij de omstandigheden waaronder hun dierbare overleed of juridische actie onderneemt. Advocaten die familieleden bijstaan worden ook bedreigd. Daarnaast zetten de Iraanse autoriteiten familieleden vaak onder druk om hun dierbaren meteen en zonder onafhankelijke autopsie te begraven.

Samen met negen andere mensenrechtenorganisaties heeft Amnesty International leden van de VN-Mensenrechtenraad opgeroepen om een mechanisme op te zetten voor onderzoek en verantwoording om bewijs te verzamelen en analyseren van de meest ernstige misdrijven onder internationale wetgeving in Iran.