Linda Polman
© Patricia Hofmeester

Niets te melden – column van Linda Polman

Hij was het spook van de operette die het leger jarenlang opvoerde in bananenrepubliek Haïti. Kolonel Michel François was niet de hoogste in rang‚ maar van de drie commandanten die in 1991 een coup pleegden en Haïti in diepe duisternis dompelden‚ was hij veruit de meest sinistere. Zijn naam lag op ieders lippen‚ maar het was alsof hij niet echt bestond. Een fotograaf van Associated Press verdiende jarenlang een basisinkomen aan de foto die hij van François had weten te maken‚ de enige die in persarchieven te vinden was. Hij stond er en profil op‚ met zijn helm op schoot. Een mollige‚ zwarte man‚ 36 jaar jong en met het lot van 6‚5 miljoen Haïtianen in zijn handen.

Mensen zeiden dat hij heerste vanuit het mosterdgele hoofdbureau van politie in hoofdstad Port-au-Prince‚ maar niemand zag hem er ooit in- of uitlopen. Ik ging er op goed geluk eens langs in de hoop op een interview. Achter de balie in de hal van het bureau zaten acht mannen op de grond‚ met kettingen aan elkaar vastgeketend‚ hun gezichten naar de muur. Hun hoofden hingen‚ een van hen huilde. ‘Ils sont des amis’ (‘het zijn vrienden’)‚ zei de dienstdoende sergeant lachend. En de baas was uiteraard niet te spreken.

Aanhangers van François kregen een pistool‚ de titel ‘attaché’ en een vrijbrief om te roven en te moorden. Na donkere nachten vol geweerschoten reden we met een handjevol internationale journalisten ’s ochtends rondjes door de stad om de verse lijken te tellen.

Nu is Michel François zelf ook dood. Het slechte nieuws‚ voor mij dan toch‚ is dat hij dat al is sinds maart dit jaar. Was me totaal ontgaan – en dat is buitengewoon gênant voor iemand als ik‚ die als voormalig correspondent aldaar pretendeert de ontwikkelingen rondom Haïti in de peiling te houden.

Dat de Haïtiaanse kolonel in maart is overleden‚ was me ontgaan. Gênant voor een ex-correspondent

Googelend naar de oorzaak van François’ overlijden (hartaanval) ontdekte ik dat de nummer twee van de bende van drie‚ generaal Philippe Biamby‚ ook al dood is… sinds 2008! Was me ook ontgaan.

Ter verdediging voer ik aan dat hun dood de internationale pers nooit gehaald heeft en dat zelfs Haïtiaanse kranten er slechts twee zinnen de man aan hebben besteed. Ze waren dan ook allang afgezet. Het demasqué van de triarchie in 1994 was lachwekkend. Het bericht had Haïti bereikt dat de Amerikaanse 82nd Airborne Division met tanks en helikopters onderweg was om de democratie te herstellen. Michel François gaf bevel een verdedigingswal op te werpen. Een lullig rijtje zandzakken verscheen rondom het politiebureau. Vroeg in de ochtend van de invasie reed de eerste de beste Amerikaanse tank het dertig centimeter hoge stapeltje meteen plat. In het kielzog van de tank kwam een troepje Haïtianen aanwandelen. Ze gooiden de zandzakken leeg om er mango’s in te vervoeren of kinderhemdjes van te maken. Nog voor de lunch werden de drie coupplegers het land uit gevlogen.

De nummer drie‚ generaal Raoul Cédras‚ leeft nog. Dat heb ik meteen gecheckt natuurlijk. Hij woont nog steeds in Panama-Stad‚ waar hij en Biamby asiel kregen. Ze waren elkaars buurmannen.

Michel François kreeg asiel in Honduras. In het kleine San Pedro Sula hield hij het hoofd boven water met een winkel in stofzuigers‚ sapcentrifuges‚ frituurpannen en andere huishoudelijke apparaten.

De drie bloeddorstige bullebakken hadden ten minste vierduizend doden en 50 tot 60 duizend bootvluchtelingen naar Miami op hun geweten‚ maar voor Haïtianen deed het er al jaren niet meer toe of ze dood waren of leefden. Achter die constatering verschuil ik mijn nalatigheid dan maar. Ik vertel u nu alvast dat Raoul Cédras ook zal doodgaan zonder dat het me opvalt. Hij schijnt al tien jaar aan zijn memoires te werken. Zelfs de man zelve heeft niets over zichzelf te melden.

Wordt Vervolgd, december 2017

Elke maand verhalen lezen over mensenrechten?

Word Amnesty-lid voor 2,50 per maand en ontvang Wordt Vervolgd

Neem een abonnement of bestel een gratis proefnummer