Moetabar Tadzjibajeva
© AI

Moetabar Tadzjibajeva: ‘Als je vecht voor gerechtigheid moet je al je angst overwinnen’

Bijna drie jaar zat ze in een Oezbeekse gevangenis. Moetabar Tadzjibajeva werd gemarteld, zat meer dan honderd dagen in een isoleercel en werd vernederd door haar bewakers. In juni vorig jaar kwam ze vrij. Ze won de Martin Ennals Award en reisde door Europa om zich medisch te laten onderzoeken en aandacht te vragen voor de Oezbeekse mensenrechtensituatie. Tijdens haar verblijf in Nederland sprak ze met Wordt Vervolgd

Met een warme glimlach begroet de Oezbeekse Moetabar Tadzjibajeva me als ik haar ontmoet in de lobby van het Haagse hotel Corona. In het Russisch probeert ze me enthousiast iets duidelijk te maken over een laureaat. Ik ga ervan uit dat ze het heeft over de Martin Ennals Award, de prestigieuze mensenrechtenonderscheiding die haar in mei werd toegekend en die ze enkele dagen na het interview in Genève in ontvangst zal nemen. Als niet lang daarna de tolk arriveert, blijkt ze iets anders te bedoelen. Ze heeft zojuist een telefoontje uit Frankrijk gekregen. De Franse regering onderscheidt haar organisatie ‘Vurige Harten’ met de jaarlijkse mensenrechtenprijs ‘Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap’.

Onvrede

Moetabar Tadzjibajeva strijdt al jaren voor mensenrechten in Oezbekistan. Ze schrijft als journalist over de vele misstanden in haar land en helpt slachtoffers en hun families in hun zoektocht naar gerechtigheid. Ze woont rechtszaken bij en publiceert haar bevindingen. Ze is niet bang om scherpe meningen te verkondigen aan buitenlandse vertegenwoordigers en internationale en Oezbeekse media. Met name over het bloedbad van Andizjan. In 2005 braken in deze stad in het zuidoosten van Oezbekistan opstanden uit. Voor het eerst gingen Oezbeken massaal de straat op om hun onvrede uit te spreken over het beleid van hun president, dictator Islam Karimov. Deze zette het leger in en maakte op bloedige wijze een einde aan de protesten. Honderden mensen kwamen om. In de maanden die volgden kwam Tadzjibajeva op voor de slachtoffers en nabestaanden en liet ze zich kritisch uit over de regering.

In september 2005 zou ze in Ierland, gewapend met een rapport over de rol van de Oezbeekse autoriteiten bij het bloedbad in Andizjan, gaan spreken op een internationaal mensenrechtencongres. Maar een dag voor haar vertrek werd ze gearresteerd.

De Oezbeekse autoriteiten hebben me echt niet vrijgelaten omdat ze dat zelf wilden

‘Als Oezbeekse mensenrechtenactivist wist ik dat ik ieder moment vastgezet en veroordeeld kon worden. Ik was al vaker opgepakt maar de autoriteiten kregen nooit het bewijs rond. Deze keer hadden ze het beter aangepakt.’ De rechtszaak, die op haar arrestatie volgde, vond achter gesloten deuren plaats, ver weg van de buitenwereld. Ze mocht geen familie of advocaat zien. ‘Tijdens het proces schreef ik iedere dag een brief aan de rechter, waarin ik vroeg om journalisten en internationale waarnemers uit te nodigen om de rechtszaak bij te wonen. Uiteraard negeerden ze dat, uit angst dat ik mijn onschuld voor het oog van de wereld zou bewijzen.’

Tadzjibajeva werd aangeklaagd voor zeventien misdaden, waaronder het seksueel mishandelen van een man. ‘Dat was echt belachelijk. Ik heb gevraagd om dat in een apart proces te behandelen, zodat ik mijn onschuld kon bewijzen. Maar ook dat negeerden ze.’ Aan het einde van het proces was het woord aan Tadzjibajeva en moest ze vragen van de rechtbank beantwoorden. ‘Ik zei hen dat die hele schijnvertoning theater was en dat er geen onafhankelijke rechtspraak in Oezbekistan bestond. Ik noemde hen “marionetten van de regering”. “Het is tragisch dat Oezbeken afhankelijk zijn van zulke rechters”, zei ik.’ Ook schreef Tadzjibajeva met lippenstift op een vel papier dat ze boven haar hoofd aan de rechtszaal toonde: ‘De aanklager is schuldig aan Andizjan!’. ‘Nee, ik was toen niet bang. Als je vecht voor gerechtigheid moet je je angst onder alle omstandigheden overwinnen. De bewakers die om me heen stonden, keken elkaar wat zenuwachtig aan en wisten duidelijk niet wat te doen. Ze lieten het maar gebeuren en deden niks.’ De rechter veroordeelde Tadzjibajeva uiteindelijk tot acht jaar cel.

Award

Als ik haar spreek, maakt Tadzjibajeva een rondreis door Europa. Van Duitsland naar Genève, Zweden en Noorwegen. Ze heeft ontmoetingen met verschillende mensenrechtenorganisaties en ministers. Een dag voor het interview sprak ze met minister van Buitenlandse Zaken Maxime Verhagen. Hij feliciteerde haar met de Martin Ennals Award en liet in een persbericht weten dat hij haar steunt: ‘Het vergt uitzonderlijke moed om in Oezbekistan op te komen voor mensenrechten. U durft die strijd aan, ondanks de hoge prijs die u daarvoor persoonlijk hebt betaald. Weet in elk geval dit: Nederland staat naast u’, aldus de minister.

Ik vraag haar wat dit voor haar betekent. ‘Heel veel. Europese landen hebben veel invloed op de Oezbeekse autoriteiten. Oezbekistan vreest sancties. Ik vraag aan elke Europese politicus die ik spreek er bij hun Oezbeekse collega’s op aan te dringen alle politieke gevangenen vrij te laten en op te komen voor mensenrechten. Natuurlijk zal dat niet direct leiden tot grote veranderingen. We moeten geduld hebben. De strijd voor mensenrechten in Oezbekistan is een kwestie van lange adem. Maar internationale druk helpt zeker. Anders zat ik hier niet. De Oezbeekse autoriteiten hebben me echt niet vrijgelaten omdat ze dat zelf wilden. Dat deden ze door onder druk van de VN, de Europese Unie, individuele landen, mensenrechtenorganisaties als Amnesty en Human Rights Watch, en vooral van “gewone” mensen, die brieven schreven en vroegen om mijn vrijlating.’

Door in de gevangenis een formulier te ondertekenen, kon Tadzjibajeva amnestie krijgen. Maar ze weigerde. ‘Amnestie is voor mensen die schuldig zijn. Dat ben ik niet. Ik wil worden vrijgelaten omdat men erkent dat ik daar onschuldig vastzat.’

Het is tragisch dat Oezbeken afhankelijk zijn van zulke rechters

Een half jaar na de veroordeling werd Tadzjibajeva overgeplaatst naar de vrouwengevangenis in Tashkent. Daar zat ze in totaal 112 dagen in een isoleercel. ‘Ik zou het geen gevangenis willen noemen, maar “marteleiland”. Als je daar terechtkomt loop je heel veel gevaar, er is geen bescherming.’ Doordat Tadzjibajeva in juni de vrouwengevangenis in ging, had ze alleen zomerse kleding aan. ‘Ik had geen warme sokken, geen dikkere broek of trui. De hele winter moest ik doen met één jurk.’ Het gevangenispersoneel bleef haar vragen een brief te schrijven aan de president, waarin ze haar excuses zou aanbieden. ‘Als ik dat zou doen, zou ik warme kleding krijgen, zeiden ze. In plaats daarvan schreef ik steeds brieven waarin ik vroeg om een advocaat. Op een gegeven moment kreeg ik handboeien om waaraan de bewakers me ophingen. Zo lieten ze me twee uur bungelen. Toen kwam een groep rechtenstudenten binnen, kinderen van mensen met hoge posities. De bewakers zeiden: “Kijk, dat doen we met mensen die de regering tegenwerken en met de BBC babbelen”. De studenten lachten me uit en vernederden me. De bewakers zeiden dat ze geen advocaat konden toelaten, maar deze rechtenstudenten wel.’

Door de slechte omstandigheden en de martelingen werd Tadzjibajeva in 2007 ernstig ziek in de gevangenis. Medische zorg kreeg ze nauwelijks. In februari 2008 moest ze worden geopereerd. Volgens het gevangenispersoneel omdat ze kanker had, maar haar medisch dossier heeft ze nooit gezien. ‘Ik ging er vanuit dat ik die dag zou sterven. Ik nam afscheid van mijn medegevangenen en schreef een brief aan mijn familie. Uiteindelijk overleefde ik de operatie, maar mijn baarmoeder was wel verwijderd.’

Leerzame tijd

Na bijna drie jaar in de gevangenis te hebben gezeten werd Moetabar Tadzjibajeva in juni 2008 – enkele weken nadat bekend was geworden dat ze de Martin Ennals Award zou krijgen – vrijgelaten. Toen ze naar huis werd gebracht vroeg de gevangenisdirecteur haar of ze niet bang was dat ze op een gegeven moment terug naar de gevangenis zou moeten. ‘Geenszins’, zei ze provocerend, ‘het was een leerzame tijd en ik ben blij dat ik dit heb meegemaakt.’

Thuis wordt ze herenigd met haar familie. Dochter Mehliya trouwde veertig dagen voor Tadzjibajeva’s arrestatie. Tijdens haar gevangenschap werd haar kleindochter Zibar geboren. ‘Mijn familie had het erg moeilijk in de tijd dat ik gevangen zat. Ze werden bedreigd en liepen gevaar ook te worden opgepakt. Desondanks kwam vooral mijn broer voor me op, hij schreef brieven naar de regering waarin hij vroeg om mijn vrijlating. Ook had hij veel contact met andere mensenrechtenactivisten en organisaties. Door druk van hen mochten ze me een paar keer bezoeken, wat in het begin niet mocht. Mijn hele familie kreeg veel steun van vrienden. Ik ben hen allen zeer dankbaar.’

Na haar vrijlating werd Tadzjibajeva door de Duitse overheid uitgenodigd om zich medisch te laten onderzoeken. Tot haar grote opluchting bleek ze geen kanker te hebben. Of ze wel kanker heeft gehad en de operatie dus noodzakelijk was, blijft onduidelijk. In Zwitserland onderging ze eind november een paar kleine operaties. Ook bezocht ze daar een psychiater die gespecialiseerd is in de behandeling van getraumatiseerde gevangenen en gemartelden. Inmiddels is Tadzjibajeva terug in Oezbekistan waar ze haar strijd voor mensenrechten voortzet.

Aan het einde van het gesprek vraag ik of ze na al haar ervaringen nog hoop heeft op een democratisch Oezbekistan. ‘Natuurlijk heb ik dat. We moeten blijven strijden voor democratie en mensenrechten. De landen waar ik nu doorheen reis – Zweden, Duitsland Noorwegen en ook Nederland – waren ooit zoals Oezbekistan nu is. Ook hier is gestreden voor mensenrechten en democratische beginselen. Als dat hier bereikt kan worden, kan dat ook in mijn land. Dat inspireert me.’

Biografie

NAAM Moetabar Tadzjibajeva

GEBOREN in 1962

WERD IN  september 2005 gearresteerd en veroordeeld tot acht jaar cel

HAD ZICH ALS journalist en mensenrechtenactivist kritisch uitgelaten over de Oezbeekse regering na het bloedbad van Andizjan in mei 2005

TIJDENS haar gevangenschap werd ze gemarteld en zat ze ruim honderd dagen in een isoleercel

WERD in juni 2008 vrijgelaten

WON de Martin Ennals Award 2008, de internationale mensenrechtenprijs van o.a. Amnesty en Human Rights Watch. Haar organisatie ‘Vurige Harten’ won de Franse mensenrechtenprijs ‘Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap’

Tekst: Arend Hulshof
Wordt Vervolgd, feb. ’09

Elke maand verhalen lezen over mensenrechten?

Word Amnesty-lid voor 2,50 per maand en ontvang Wordt Vervolgd

Neem een abonnement of bestel een gratis proefnummer