Onderzoek verwoesting hoogbouw Gaza als oorlogsmisdrijf, stelt Amnesty
Israël blijft systematisch flatgebouwen vernietigen in de bezette Gazastrook. Hierin woonden en werkten duizenden mensen. Deze onwettige en opzettelijke vernietiging heeft verwoestende gevolgen voor ontheemde Palestijnse gezinnen en moet worden onderzocht als oorlogsmisdrijf, stelt Amnesty International.
Ondanks het zogenaamde staakt-het-vuren van oktober 2025, gaat Israël door met de genocide op Palestijnen in Gaza en met luchtaanvallen. Wederopbouw raakt steeds verder uit zicht. Amnesty International publiceert vandaag een onderzoek dat duidelijk maakt hoe ernstig de verwoestingen in Gaza zijn.
Het onderzoek toont aan hoe het Israëlische leger tussen september en oktober 2025 in Gaza-Stad minstens 13 flats en bedrijfsgebouwen volledig verwoestte. Hier woonden duizenden mensen. Velen van hen waren ontheemd. Israëlische militairen wierpen meerdere bommen op elk gebouw, nadat bewoners vrijwel zonder waarschuwing waren gedwongen te vertrekken. Amnesty roept op om te onderzoeken of dit oorlogsmisdrijven zijn. Het gaat om de opzettelijke verwoesting van Gaza, de collectieve bestraffing en directe aanvallen op burgerdoelen.
Direct na deze aanvallen postte Israel Katz, de Israëlische minister van Defensie op social media. Hieruit blijkt dat er geen militaire noodzaak was om de gebouwen te verwoesten. De aanvallen waren eerder bedoeld om de burgerbevolking collectief te straffen en om politieke druk uit te oefenen op Hamas.
Opzettelijke vernietiging
In de maand voorafgaand aan het zogenaamde staakt-het-vuren in oktober 2025 breidde Israël zijn meedogenloze aanvallen op Gaza-stad uit, en voerde ze op. “Hierdoor raakten de meeste mensen ontheemd”, reageert Erika Guevara Rosas van Amnesty International. “Een belangrijk kenmerk van deze aanvallen was de opzettelijke vernietiging van gebouwen waar burgers wonen en werken, met meerdere verdiepingen. Hierbij werden de huizen van duizenden burgers met de grond gelijk werden gemaakt en geïmproviseerde kampen in de omgeving vernietigd. Al het beschikbare bewijs wijst erop dat de vernietiging van deze 13 flatgebouwen door Israël niet geldt als ‘absoluut noodzakelijk voor militaire operaties’. Daarom moet het worden onderzocht als oorlogsmisdrijf.”
Guevara Rosas voegt toe: “De verwoesting van deze hoogbouw in Gaza-stad maakt deel uit van een breder patroon van meedogenloze vernietiging van cruciale infrastructuur. Dit is één van de belangrijkste kenmerken van de genocide op Palestijnen door Israël.”
Israël legt opzettelijk levensomstandigheden aan Palestijnen in Gaza op die erop gericht zijn hun fysieke vernietiging te bewerkstelligen. Grote groepen mensen moeten overleven onder onmenselijke omstandigheden en krijgen geen toegang tot levensreddende humanitaire hulp.
Geen militaire noodzaak
Amnesty International interviewde 16 voormalige bewoners en anderen die door de verwoesting ontheemd waren geraakt, evenals getuigen. Het Crisis Evidence Lab analyseerde satellietbeelden en verifieerde meer dan 25 video’s. Hiermee toont Amnesty een patroon aan van opzettelijke vernietiging van burgergebouwen door Israëlische troepen, zonder dat daar een militaire noodzaak voor was. Amnesty International stuurde op 19 maart 2026 vragen over de aanvallen en de afgelegde verklaringen naar het Israëlische ministerie van Defensie. Op het moment van publicatie was er nog geen reactie.
Sinds het zogenaamde staakt-het-vuren in oktober 2025 gaan Israëlische troepen door met het slopen van huizen en andere gebouwen in gebieden ten oosten van de zogenaamde “gele lijn”. Hierover hadden zij al de volledige controle. Palestijnen mogen hier niet naartoe terugkeren. Dit gebied beslaat inmiddels meer dan 55% van de totale oppervlakte van Gaza. De grenzen van de “gele lijn” zijn vaag en worden voortdurend door het Israëlische leger hertekend.
“Doordat Israël in Gaza onbestraft blijft, heeft Israël carte blanche om in Libanon hetzelfde patroon te herhalen. De Israëlische minister van Defensie dreigde zelfs om dorpen aan de grens sneller te vernietigen, net als in Gaza. Het leger heeft in Libanon al duizenden burgerdoelen kapotgemaakt, zoals huizen, parken en voetbalvelden”, aldus Erika Guevara Rosas.
Het Vierde Verdrag van Genève verbiedt collectieve straffen en de vernietiging van eigendommen door de bezettingsmacht, “behalve wanneer een dergelijke vernietiging absoluut noodzakelijk is voor militaire operaties”. Het internationaal humanitair recht verbiedt ook aanvallen gericht op burgerdoelen. “Grootschalige vernietiging en toe-eigening van eigendommen, niet gerechtvaardigd door militaire noodzaak en uitgevoerd op onwettige en moedwillige wijze” is een ernstige schending van het Vierde Verdrag van Genève en een oorlogsmisdrijf Het opzettelijk richten van aanvallen op burgerdoelen en het uitvoeren van collectieve straffen zijn eveneens oorlogsmisdrijven .
Paniek
In de meeste gevallen waarin hoge gebouwen werden verwoest, belde het Israëlische leger een van de bewoners van het gebouw dat ze op het punt stonden te bombarderen. Het IDF gaf deze persoon de opdracht de bewoners of buren te waarschuwen dat ze de gebouwen onmiddellijk of binnen enkele minuten moesten verlaten. De waarschuwingen veroorzaakten massale paniek, waardoor duizenden mensen in angst op de vlucht sloegen en al hun bezittingen achterlieten.
Een bewoner van Mushtaha Tower 6 in Gaza-stad beschreef de angst die hij voelde toen hij probeerde de 76 gezinnen die in het gebouw woonden – waarvan sommigen ook ontheemde familieleden hadden opgenomen – te evacueren, nadat hij een waarschuwingsgesprek van het Israëlische leger had ontvangen.
Hij zei: “Je kunt je niet voorstellen hoe ik me voelde en welke paniek er ontstond… We hadden geen tijd om iets mee te nemen. Mijn ouders zijn oud, mijn vader is 85 en kan niet lopen. We woonden op de achtste verdieping en ik moest buren vragen om hem naar beneden te dragen. Mijn kinderen zijn jong, de jongste is pas twee jaar en moest ook gedragen worden.
“Toen we eenmaal buiten waren, stonden we daar te wachten en uiteindelijk duurde het lang, misschien wel twee uur, voordat het gebouw werd gebombardeerd. Als we het hadden geweten, hadden we wat spullen mee kunnen nemen. Maar toen we eenmaal buiten waren, durfden we niet meer naar binnen. Het was te gevaarlijk.”
Verantwoording
De massale vernietiging van huizen en essentiële infrastructuur in Gaza, gecombineerd met Israëlische beperkingen op bouwmateriaal en een verbod op terugkeer ten oosten van de gele lijn, heeft de bevolking van Gaza enorm veel leed toegebracht.
“Israël moet onmiddellijke, onbelemmerde toegang verlenen tot onmisbare hulp en goederen, waaronder bouwmaterialen”, stelt Erika Guevara Rosas van Amnesty International. “Israëlische functionarissen die opdracht hebben gegeven tot onwettige vernietiging, collectieve bestraffing of daden van genocide moeten ter verantwoording worden geroepen.”