Iraanse autoriteiten verantwoordelijk voor misdaden tegen menselijkheid
Uit een nieuw rapport blijkt dat de Iraanse autoriteiten misdaden tegen de menselijkheid hebben begaan tijdens hun bloedige onderdrukking van de ‘Woman Life Freedom’-opstand in 2022.
In een baanbrekend nieuw rapport ter gelegenheid van het vierde jaar sinds het begin van de ‘Women Life Freedom’-opstand in Iran, waarschuwt Amnesty International dat degenen die verantwoordelijk zijn voor misdaden tegen de menselijkheid, begaan om de landelijke protesten in 2022 op brute wijze neer te slaan, nog steeds de controle hebben over het dodelijke staatsapparaat van onderdrukking in Iran.
Het meer dan 1.100 pagina’s tellende rapport, getiteld Architects of Atrocities: State Machinery Orchestrating Crimes Against Humanity in Iran’s 2022 Woman Life Freedom Uprising, beschrijft in detail hoe de Iraanse autoriteiten misdaden tegen de menselijkheid hebben gepleegd om de opstand de kop in te drukken. Hieronder vallen moord, marteling, gedwongen verdwijningen, gevangenneming, verkrachting en vervolging op politieke, gendergerelateerde, etnische en religieuze gronden. Het rapport documenteert ook het dodelijke optreden tegen de protesten en de commandostructuren daarachter, en identificeert 87 functionarissen tegen wie een strafrechtelijk onderzoek moet worden ingesteld wegens misdaden tegen de menselijkheid.
Kom in actie tegen straffeloosheid in Iran
Jina Mahsa Amini

Het rapport van Amnesty International verschijnt vier jaar na de dood van Jina Mahsa Amini in hechtenis, door toedoen van de ‘zedenpolitie’. Dit leidde tot landelijke protesten in Iran. Het onderzoek beschrijft hoe de Iraanse autoriteiten veiligheidstroepen inzetten die waren uitgerust met militaire vuurwapens en jachtgeweren geladen met metalen kogels. De autoriteiten gaven opdrachten die het onwettige doden van honderden demonstranten en omstanders, onder wie tientallen kinderen, mogelijk maakten. Tot de misdaden tegen de menselijkheid behoren ook de willekeurige arrestatie, gedwongen verdwijning, marteling of andere vormen van mishandeling van duizenden mannen, vrouwen en kinderen, en de vervolging van nabestaanden van slachtoffers.
Naast het rapport publiceert Amnesty International ook Lives Cut Brutally Short: Victims of Crimes Against Humanity During Iran’s 2022 Woman Life Freedom Uprising. In dit document is de dood van 377 demonstranten en omstanders gedocumenteerd, onder wie 56 kinderen, op basis van informatie en bewijsmateriaal dat is verzameld in het kader van het onderzoek. Het document bevat foto’s van de slachtoffers en beelden van hun graven, voor zover beschikbaar.
De Iraanse autoriteiten hebben misdaden tegen de menselijkheid begaan om de ‘Woman Life Freedom’-opstand in 2022 de kop in te drukken
Systematische straffeloosheid
“Het uitgebreide bewijsmateriaal in ons rapport laat er geen twijfel over bestaan: de Iraanse autoriteiten hebben misdaden tegen de menselijkheid begaan om de ‘Woman Life Freedom’-opstand in 2022 de kop in te drukken”, zegt Agnès Callamard, secretaris-generaal van Amnesty International.
“Ze vielen op een grootschalige en systematische manier een burgerbevolking aan die waardigheid, mensenrechten en fundamentele politieke verandering eiste, in het kader van een staatsbeleid waarbij dodelijk geweld wordt ingezet om afwijkende meningen de kop in te drukken”, aldus Callamard.
“Ons rapport onthult ook hoe misdaden tegen de menselijkheid in Iran in stand worden gehouden door een structuur van straffeloosheid die is ingebed in de constitutionele, wetgevende, politieke en gerechtelijke structuren van het land. Het gruwelijke gevolg is een escalerende cyclus van dodelijke slachtoffers tijdens massale protesten, met als dieptepunten de bloedbaden op 8 en 9 januari 2026 waarbij binnen 48 uur duizenden demonstranten werden gedood. De Algemene Vergadering van de VN moet een einde maken aan de onacceptabele normalisering van het doden van mensen tijdens massale protesten in Iran, en een internationaal strafrechtelijk mechanisme instellen om degenen die het meest betrokken zijn bij misdaden tegen de menselijkheid te vervolgen.”
Methode van onderzoek
Het jarenlange onderzoek van Amnesty International voor dit rapport omvatte interviews met 270 mensen, onder wie demonstranten, ex-gedetineerden, familieleden van slachtoffers of gedetineerden, ooggetuigen, advocaten, mensenrechtenverdedigers, journalisten en medisch personeel. Amnesty analyseerde daarnaast meer dan 2.000 video’s en uitgebreid bewijsmateriaal, zoals officiële verklaringen, uitgelekte officiële documenten, vervolgingsbevelen, rechterlijke uitspraken en forensische rapporten.
Amnesty International heeft de Opperste Leider van Iran en hoge veiligheidsfunctionarissen aangeschreven om haar bevindingen te delen en de 87 in het rapport genoemde functionarissen hiervan op de hoogte te stellen. Op het moment van publicatie was er nog geen reactie ontvangen.
Oproep Amnesty International
Amnesty International roept de Algemene Vergadering van de VN op om met spoed een internationaal strafrechtelijk mechanisme in te stellen om ervoor te zorgen dat de Iraanse autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor misdaden tegen de menselijkheid ter verantwoording worden geroepen. Ook moeten verdere wreedheden, zoals de grootschalige bloedbaden tijdens de protesten op 8 en 9 januari 2026, worden voorkomen.
Gezien de aanhoudende vijandelijkheden na de onwettige aanvallen van de VS en Israël op Iran, herhaalt Amnesty International ook haar oproep tot een duurzaam staakt-het-vuren en onafhankelijk onderzoek naar de aanvallen die tijdens het conflict zijn gepleegd. De organisatie roept de VN op om het afleggen van verantwoording voor schendingen van het VN-Handvest en het internationaal humanitair recht aan te kaarten, met inbegrip van mogelijke oorlogsmisdaden.
Amnesty dringt er bij staten ook op aan om de VN-Veiligheidsraad te verzoeken de situatie in Iran door te verwijzen naar de openbaar aanklager van het Internationaal Strafhof.
De organisatie dringt er bij vervolgende autoriteiten over de hele wereld op aan om, op grond van universele of andere vormen van extraterritoriale jurisdictie, onderzoeken in te stellen tegen Iraanse functionarissen die verdacht worden van misdaden tegen de menselijkheid, onder wie de in dit rapport genoemde functionarissen, en, indien er voldoende bewijs is, arrestatiebevelen uit te vaardigen.
Aanvallen door de VS en Israël
“Dit rapport wordt gepubliceerd op een moment waarop de bevolking in Iran ook te maken heeft met de verwoestende gevolgen van onwettige aanvallen door de VS en Israël. Amnesty International verzet zich ondubbelzinnig tegen schendingen van het internationaal recht door alle partijen en verwerpt elke poging om het lijden van slachtoffers van mensenrechtenschendingen in Iran te gebruiken als rechtvaardiging voor onwettige aanvallen die nog meer schade toebrengen aan de burgerbevolking”, zegt Callamard.
“Al jarenlang wordt het Iraanse volk geconfronteerd met wrede onderdrukking, vervolging en straffeloosheid door toedoen van hun eigen autoriteiten. Vandaag de dag betalen velen ook de tol van onwettige militaire acties door de VS en Israël. Een principiële reactie vereist dat zowel straffeloosheid voor misdaden tegen de menselijkheid als onwettig gebruik van geweld wordt afgewezen. De internationale gemeenschap moet diplomatieke strategieën nastreven waarin de mens centraal staat en waarin de bescherming van burgers, het voorkomen van schendingen, gerechtigheid en verantwoordingsplicht het allerbelangrijkst zijn.”
Een landelijke aanval uitgevoerd in het kader van overheidsbeleid
Uit het onderzoek van Amnesty International naar misdaden tegen de menselijkheid die zijn gepleegd om de ‘Woman Life Freedom’-opstand van 2022 neer te slaan, is gebleken dat twee belangrijke veiligheidsdiensten, de Islamitische Revolutionaire Garde (IRG) en het politiecommando van de Islamitische Republiek Iran (bekend onder de Perzische afkorting FARAJA), leiding gaven aan dodelijke acties om demonstraties te bestrijden. Hierbij voerden zij staatsbeleid uit dat was uitgewerkt door de Hoge Nationale Veiligheidsraad, de Staatsveiligheidsraad en de provinciale en regionale veiligheidsraden.
FARAJA en IRG
Agenten van FARAJA en de IRG schoten herhaaldelijk op mensenmassa’s met militaire aanvalsgeweren, handvuurwapens en jachtgeweren geladen met hagel. Naast het schieten op menigten, achtervolgden zij vluchtende demonstranten en omstanders, en schoten ze ongewapende slachtoffers die geen bedreiging vormden voor de veiligheidstroepen of anderen, van dichtbij dood.
Tot de betrokken FARAJA-afdelingen behoorden de Preventiepolitie, inclusief haar Hulpkorpsen, en de Speciale Korpsen. Tot de betrokken IRG-afdelingen behoorden de operationele divisies, de provinciale Veiligheidskorpsen en diverse Basij-bataljons, zoals de Imam Ali-bataljons en de Beit Al-Moghaddas-bataljons. Deze IRG-afdelingen opereerden onder provinciale IRG-korpsen, dat op hun beurt werd aangestuurd door een regionaal IRG-hoofdkwartier.
Officiële verklaringen en gelekte documenten die in het rapport zijn geanalyseerd,geven een beeld van het overheidsbeleid zoals dat tot uiting kwam in strategische vergaderingen, bindende bevelen, inzetplannen, toewijzingen van geld en wapens, en instructies voor een “krachtige en strenge” reactie. In één gelekt bevel werd de troepen opgedragen “genadeloos te reageren en zelfs zo ver te gaan dat er doden vallen”.
De situatie was heel beangstigend en voelde aan als een oorlogsgebied. De veiligheidstroepen bleven maar schieten.
Straten veranderd in slagvelden
Getuigen beschreven herhaaldelijk straten die op slagvelden leken als gevolg van het onophoudelijke geweervuur van de veiligheidstroepen. Mahshid demonstreerde in Mahabad, in de provincie West-Azerbeidzjan. Hij vertelde Amnesty International: “Ik had nog nooit eerder zulke taferelen gezien… De situatie was heel beangstigend en voelde aan als een oorlogsgebied. De veiligheidstroepen bleven maar schieten.”

Het merendeel van de 377 gedode demonstranten en omstanders, die Amnesty International documenteerde, werd tussen september en december 2022 door veiligheidstroepen gedood tijdens het uiteendrijven van demonstraties. Anderen stierven in hechtenis, na hun vrijlating uit de gevangenis of onder verdachte omstandigheden die wijzen op verantwoordelijkheid van de staat.
In lijn met het al lang bestaande patroon van ontkenning en doofpotaffaires hebben de autoriteiten slechts 202 sterfgevallen erkend en de meeste ten onrechte toegeschreven aan niet-statelijke actoren, “relschoppers” of “gewapende terroristen”, ondanks overweldigend bewijs van het tegendeel. In plaats van maatregelen te nemen om de misdaden te stoppen naarmate het bewijs zich opstapelde, prezen hoge functionarissen de veiligheidstroepen herhaaldelijk en gaven zij opdracht tot voortzetting van de operaties.
87 functionarissen aangewezen voor strafrechtelijk onderzoek
Op basis van gedetailleerde documentatie over de betrokken veiligheidstroepen en een diepgaande analyse van hun commandostructuren, heeft Amnesty International 87 Iraanse functionarissen geïdentificeerd tegen wie een strafrechtelijk onderzoek moet worden ingesteld wegens misdaden tegen de menselijkheid.

87 Daders moeten ter verantwoording worden geroepen
De lijst van 87 personen bestaat uit 62 commandanten van veiligheidstroepen – onder wie 33 commandanten van de IRG en 27 commandanten van FARAJA – en 25 ambtenaren van het ministerie van Binnenlandse Zaken, onder wie provincie- en districtsgouverneurs. Onder hen bevinden zich 10 functionarissen op nationaal niveau en 77 functionarissen op regionaal, provinciaal en districtsniveau die verantwoordelijk zijn voor 17 districten in de provincies Koerdistan, Kermanshah en West-Azerbeidzjan.
Onder de door Amnesty geïdentificeerde functionarissen bevinden zich de overleden Opperste Leider en opperbevelhebber van alle strijdkrachten, Ali Khamenei, en het overleden hoofd van de generale staf van de strijdkrachten, Mohammad Bagheri. Beiden kwamen in februari 2026 om het leven bij luchtaanvallen door de Amerikaans-Israëlisch coalitie. Amnesty International noemt ook de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken, Ahmad Vahidi, inmiddels algemeen commandant van de IRG, en de toenmalige viceminister van Binnenlandse Zaken voor politie en veiligheid, Majid Mir Ahmadi.
“Dit onderzoek legt de commandostructuren en coördinatie bloot die ten grondslag lagen aan de dodelijke onderdrukking van protesten door de Iraanse autoriteiten”, zegt Agnès Callamard.
“De agenten op straat opereerden binnen een hiërarchische en gecoördineerde commandostructuur die hen verbond met functionarissen die misdaden op grote schaal hebben aangestuurd, mogelijk gemaakt, gefaciliteerd en ondersteund.”
“De genoemde functionarissen worden in Iran niet vervolgd. De meesten bekleden nog steeds functies van waaruit ze verder dodelijk geweld kunnen initiëren, terwijl sommigen na de misdaden tegen de menselijkheid in 2022 zelfs hogere posities hebben gekregen. De gevolgen van de aanhoudende straffeloosheid zijn verwoestend.”
Koerdische en Baluchi-gemeenschappen extra hard getroffen
Demonstranten uit de vervolgde Baluchi- en Koerdische gemeenschappen in Iran zijn extra hard getroffen bij de dodelijke onderdrukking: zij maken 62 procent uit van het totale aantal geregistreerde slachtoffers, terwijl zij respectievelijk 5 procent en 10 tot 15 procent van de bevolking van het land uitmaken.
Volgens Amnesty zijn 106 Baluchi-demonstranten en omstanders, onder wie 20 kinderen, op onwettige wijze gedood door veiligheidstroepen in de provincie Sistan en Baluchistan (33 procent van de geregistreerde slachtoffers). Alleen al op 30 september 2022 werden 87 mensen op onwettige wijze gedood toen veiligheidstroepen het vuur openden na het vrijdaggebed in Zahedan – een hardhandig optreden dat algemeen bekendstaat als ‘Bloody Friday’.
Amnesty documenteerde ook de omstandigheden rond de onrechtmatige dood van 95 Koerdische demonstranten en omstanders, onder wie 13 kinderen, in het kader van het uiteendrijven van protesten, of in gemilitariseerde gebieden in de buurt van protesten. De meesten werden doodgeschoten; anderen stierven nadat ze waren geslagen, geraakt door traangasgranaten of opzettelijk overreden door voertuigen van de veiligheidstroepen.
De agenten schoten op iedereen die ze zagen, of het vrouwen, kinderen, voorbijgangers of demonstranten waren
“Ze schoten op iedereen die ze zagen”
Iman, een ooggetuige uit Sanandaj, in de provincie Koerdistan, zei: “De agenten schoten op iedereen die ze zagen, zonder er zich iets van aan te trekken of het vrouwen, kinderen, voorbijgangers of demonstranten waren.”
Amnesty International stelde vast dat de veiligheidstroepen in de provincies Kermanshah, Koerdistan en West-Azerbeidzjan gebruik maakten van scherpschuttersgeweren, aanvalsgeweren, machinepistolen en zware machinegeweren die bovenop pick-uptrucks waren gemonteerd.
Amnesty International is tot de conclusie gekomen dat Koerdische en Baluchi-demonstranten zijn vermoord en gemarteld op politieke en etnische gronden, en dat voor deze doelgroepen is voldaan aan de criteria voor het misdrijf tegen de menselijkheid van ‘vervolging’.
Opzettelijke straffeloosheid
In Iran is straffeloosheid voor misdrijven onder het internationaal recht en andere ernstige schendingen van de mensenrechten systematisch en opzettelijk.
De Iraanse grondwet plaatst het rechtssysteem onder de directe controle van de Opperste Leider, die niet alleen de opperbevelhebber van de veiligheidstroepen is, maar ook het hoofd van de rechterlijke macht benoemt, die op zijn beurt hoge rechters en openbare aanklagers benoemt. Zaken over ernstige schendingen van de mensenrechten door leden van de veiligheidstroepen worden behandeld door militaire openbare aanklagers en rechtbanken, waar rechters en openbare aanklagers zelf afkomstig kunnen zijn uit de veiligheidstroepen en zich routinematig baseren op verklaringen van juist die veiligheidsinstanties die bij de misdrijven betrokken zijn.
De Iraanse wet over het gebruik van vuurwapens door de strijdkrachten in voorkomende gevallen staat het gebruik van vuurwapens toe om protesten uiteen te drijven. Dit is een flagrante schending van het internationaal recht, dat het gebruik van vuurwapens alleen toestaat als laatste middel om een onmiddellijke dreiging met de dood of ernstig letsel af te wenden. De wet stelt staatsfunctionarissen bovendien in het algemeen vrij van civiele en strafrechtelijke aansprakelijkheid.
“Overlevenden en nabestaanden van slachtoffers in Iran zitten gevangen in een systeem waarin juist de instellingen die gerechtigheid zouden moeten brengen, worden gecontroleerd door autoriteiten met bloed aan hun handen. Families die op zoek zijn naar waarheid en gerechtigheid worden vervolgd,” aldus Agnès Callamard.
“Het is onrealistisch om Iraanse gerechtelijke autoriteiten, die medeplichtig zijn aan misdaden tegen de menselijkheid, op te roepen om verantwoording af te leggen. De internationale gemeenschap moet nu internationale wegen naar gerechtigheid inslaan.”
Achtergrond
Amnesty International publiceert dit rapport op een moment dat mensen in Iran op twee fronten het risico lopen slachtoffer te worden van misdrijven volgens het internationaal recht. Enerzijds worden zij blootgesteld aan schendingen van het internationaal humanitair recht sinds de VS en Israël op 28 februari 2026 Iran op onwettige wijze hebben aangevallen, in strijd met het VN-Handvest.
Anderzijds dreigen er nog meer misdaden tegen de menselijkheid in het kader van het harde optreden tegen protesten. De Iraanse autoriteiten gebruiken de dekmantel van ‘oorlogsomstandigheden’ om de binnenlandse onderdrukking op te voeren, de openbare ruimte verder te militariseren, openlijk te dreigen met het massale doden van demonstranten en dissidenten, en het aantal politiek gemotiveerde willekeurige executies te laten escaleren.
Iran wordt sinds december 2017 geteisterd door opeenvolgende golven van protesten tegen het establishment, waarbij demonstranten herhaaldelijk de straat op gingen om mensenrechten, waardigheid, vrijheid, het einde van het systeem van de Islamitische Republiek en de overgang naar een nieuw, op mensenrechten gebaseerd bestuurssysteem te eisen. Uit uitgebreid onderzoek van Amnesty International naar de reactie van de autoriteiten op opeenvolgende protestgolven in december 2017-januari 2018, november 2019, september-december 2022 en januari 2026 blijkt een terugkerend patroon van het massaal onwettig doden van mensen, marteling, gedwongen verdwijningen en andere misdrijven onder het internationaal recht.