Hoe Amnesty’s boodschap (voorkom burgerleed) verloren ging in de ophef

Amnesty heeft kritiek op de Oekraïense gevechtstactieken, terwijl dat land al maanden onder Russisch vuur ligt. Is dat wel terecht? Zes vragen over deze kwestie en over het oorlogsrecht, dat soms minder stellig is dan je misschien zou denken. 

Tsjernihiv
© ABDULLAH UNVER/ANADOLU/GETTY  

Wat is er gebeurd?  

‘Oekraïense gevechtstactieken brengen burgers in gevaar’, bericht Amnesty International begin augustus. Na enkele maanden onderzoek in Oekraïne rapporteerde de organisatie tientallen Russische oorlogsmisdrijven. Maar tegelijkertijd heeft Amnesty ontdekt dat er door het Oekraïense leger in woonwijken, schoolgebouwen en ziekenhuizen bases zijn
gebouwd. En dat is in strijd met het oorlogsrecht, volgens Amnesty. 

Het onderzoek dat ten grondslag ligt aan de persverklaring van Amnesty is niet gepubliceerd, om zo geen strategische informatie aan Rusland te verstrekken. Wel is het achterliggende onderzoek aangeboden aan de Oekraïense overheid. Die reageerde woedend. Volgens de Oekraïense president Zelensky legt Amnesty de verantwoordelijkheid bij het ‘slachtoffer’ in plaats van ‘bij de agressor’.  

Lees ook: Oekraïne, raket, Milkolaijev, oorlogsmisdaden Lees ook: Hoe onderzoek je oorlogsmisdaden in Oekraïne? Achtergrond 13 juni 2022

Van verschillende kanten krijgt de organisatie kritiek (maar ook bijval). Hoe kan Amnesty een land afvallen dat al maanden onder Russisch vuur ligt, vragen columnisten, opiniemakers en twitteraars zich af. Bovendien krijgt Amnesty het verwijt naïef te zijn. Als je je met hand en tand moet verdedigen tegen zoveel agressie, dan kun je toch niet anders dan soms de regels overtreden? Nood breekt soms wet. 

Hoe reageert Amnesty op de kritiek?  

Aanvankelijk bleef Amnesty’s hoofdkantoor in Londen de persverklaring verdedigen. Zo ook Amnesty’s secretaris-generaal Agnès Callamard, die zich op Twitter verweerde: ‘Tegen degenen die ons aanvallen met vermeende vooroordelen jegens Oekraïne, zeg ik: check ons werk. We staan achter alle slachtoffers. Onpartijdig.’ Maar niet iedereen binnen de beweging is het daarmee eens. De directeur van Amnesty Oekraïne, Oksana Pokaltsjoek, nam al snel ontslag. Er zou te weinig naar de bezwaren van de Oekraïense afdeling op het onderzoek geluisterd zijn. 

Amnesty Nederland plaatste een verklaring op haar website waarin het excuses maakte. Er hadden ‘grote onzorgvuldigheden plaatsgevonden’. Ook toonde Amnesty Nederland begrip en respect voor Oekraïense collega’s. ‘We wensen hun heel veel sterkte en alle goeds in de komende periode en zullen alles doen om hen verder te ondersteunen.’ Dit omdat Oekraïense collega’s zich niet alleen gepasseerd voelden, maar mogelijk ook gevaar lopen in eigen land. Sommige Oekraïense collega’s ontvingen bedreigingen. 

Amnesty had wel wat duidelijker mogen maken wie de agressor is in deze oorlog. Dat deden Human Rights Watch en de VN beter

Amnesty’s hoofdkantoor maakte nog geen excuses. Wel stelde het een onderzoek in naar de gang van zaken. Er wordt intern gekeken naar de communicatie over de persverklaring, en het achterliggende onderzoek dat werd uitgevoerd in Oekraïne wordt onder de loep genomen (kloppen de feiten, conclusies en juridische basis?). Dat laatste onderzoek is het belangrijkst en daar worden ook externen bij betrokken, bijvoorbeeld hoogleraren internationaal recht. Het standpunt van Amnesty Nederland is dat beide onderzoeken zo snel mogelijk uitgevoerd moeten worden, en direct openbaar gemaakt moeten worden. 

Is het naïef om van Oekraïne te verlangen dat het zich aan het oorlogsrecht houdt?  

Zeker niet, zegt antropoloog Tine Molendijk hoofdschuddend. Zij doet onderzoek naar moraliteit in oorlog en is docent op de Defensie Academie. ‘Ook deze oorlog heeft alles in zich waardoor militairen over de schreef gaan. Soldaten raken gefrustreerd, zien steden verwoest worden, en staan onder hoge druk. Dan kan er een hoop misgaan. Het oorlogsrecht is er juist om dat te voorkomen. Je hoeft geen slecht mens te zijn om in zo’n situatie ethische grenzen te overschrijden.’ 

Molendijk vertelt over Nederlandse militairen die in Afghanistan waren om burgers te beschermen. ‘Intussen werden ze soms door diezelfde burgers tegengewerkt. Kinderen versperden bijvoorbeeld de weg zodat ze er niet langs konden, of ze gooiden met steentjes. Op een gegeven moment waren sommige militairen het zat, en gooiden met stenen terug naar die kinderen. Is dat goed? Nee natuurlijk niet. Zij kregen dan ook een reprimande – al gaat het hier natuurlijk niet over een schending van het oorlogsrecht. En toch kan ik er ook wel begrip voor hebben.’   

Je kunt er niet van uitgaan dat mensen alle eerdere rapporten van Amnesty hebben gelezen

En juist daarom is er het oorlogsrecht, zegt ze. ‘Om de natuurlijke neiging om in oorlogstijd over ethische grenzen te gaan in te perken. En dat oorlogsrecht geldt uiteindelijk voor alle partijen. Of het nou Nederlanders in Afghanistan zijn of Oekraïners in Oekraïne.’ Vanzelfsprekend maakt Amnesty daarin geen onderscheid, zegt ze. ‘Al had Amnesty in deze verklaring wel wat duidelijker mogen maken wie de agressor is in deze oorlog. Je kunt er niet van uitgaan dat mensen al jouw eerdere rapporten kennen. Human Rights Watch en de VN deden dat beter. Zij hadden eerder al gesteld dat het Oekraïense leger onnodig burgers in gevaar zou hebben gebracht. Maar in hun verklaringen werd er veel duidelijker gewezen op de door Rusland gepleegde oorlogsmisdrijven. Amnesty focuste te veel op Oekraïense schendingen.’

Schond Oekraïne daadwerkelijk het oorlogsrecht?  

Dat is niet zeker, zegt universitair docent Marieke de Hoon van de UvA. Zij doet onder andere onderzoek naar de nationale vervolging van internationale misdrijven. Het oorlogsrecht is volgens haar veel minder stellig over dit soort situaties dan Amnesty beweert. In de persverklaring wordt het Oekraïense leger bijvoorbeeld verweten dat het in woonwijken bivakkeert. Maar soms ontkom je daar niet aan, legt ze uit. ‘Als een stad wordt aangevallen, dan kun je die niet altijd verdedigen op een veld of in een bos buiten de stad. En zo kan het soms ook noodzakelijk zijn om in verlaten schoolgebouwen te verblijven bij gebrek aan alternatieven. Een basis in een ziekenhuis is een stuk gevaarlijker, omdat je er dan een militair doelwit van maakt.’ 

Amnesty had ook alleen zorgen kunnen uiten over mogelijke schendingen’

Veel hangt af, zeg De Hoon, van waarom Oekraïne bepaalde keuzes heeft gemaakt. ‘Welke alternatieven waren er? Wat was de militaire noodzaak van een keuze en welke afwegingen zijn gemaakt? Dat zijn allemaal vragen waar een rechtbank naar kijkt voor het tot een oordeel komt. Ook Amnesty had eigenlijk een verklaring van het Oekraïense leger nodig gehad over dit soort operationele afwegingen voor het met beschuldigingen kwam. Het verhaal zou zomaar in een ander daglicht kunnen komen te staan.’ 

Zijn het alleen rechtbanken die oordelen of bepaalde militaire keuzes ethisch en juridisch gezien juist waren?  

‘Als het goed is, gebeurt dat al veel eerder’, zegt De Hoon. ‘Al moet steeds weer blijken of dat in de praktijk daadwerkelijk ook zo gaat. Oorlogsrecht vereist dat een leger een goed werkend intern tuchtrechtelijk systeem heeft dat toeziet op de naleving van oorlogsrecht. In oorlogssituaties zouden er voortdurend briefings moeten zijn waarbij militairen zich moeten verantwoorden aan hun leidinggevenden. Daarin zou hun gevraagd moeten worden wat ze hebben gedaan om onnodige extra burgerslachtoffers te voorkomen. Als hun verhaal rammelt, zouden ze door een eigen militaire tuchtraad moeten worden ondervraagd. Internationale tribunalen oordelen meestal alleen als zo’n nationaal systeem niet functioneert.’ 

Lees ook: Agnès Callamard presenteerde in 2019 haar bevindingen rondom de moord op de Saudische journalist Jamal Khashoggi voor de Mensenrechtenraad van de VN. Agnès Callamard is ‘als een vuurbal: fel, moedig en uitgesproken’ 7 juni 2021

Wat als achteraf blijkt dat Oekraïne toch het oorlogsrecht heeft geschonden?  

Dat zou zeker kunnen, zegt De Hoon. ‘Maar dan nog is er in het recht een belangrijk principe: wie stelt, moet bewijzen. Amnesty komt nu met keiharde beschuldigingen, zonder sterke onderbouwing. Ze had ook alleen zorgen kunnen uiten over “mogelijke schendingen”. Dan had Amnesty een sterker punt gemaakt. Als er signalen zijn dat er zaken misgaan, is de legerleiding volgens het oorlogsrecht verplicht die te onderzoeken. Of die signalen nu komen uit de briefings, of uit rapporten van Amnesty of andere organisaties, de commandanten mogen die niet negeren. Als er na de oorlog militairrechtelijk of strafrechtelijk onderzoek wordt ingesteld, dan moeten zij zich mogelijk verantwoorden. Dan kan ook de vraag gesteld worden wat ze hebben gedaan met de kritiek uit rapporten van Amnesty en andere organisaties. Hebben ze een onderzoek ingesteld naar eventuele schendingen, zijn de schuldig bevonden militairen bestraft, wat deden ze om fouten in de toekomst te voorkomen? Commandanten hebben een groot probleem als ze daarop geen goede antwoorden hebben.’  

De verklaring die Amnesty nu naar buiten bracht, is volgens De Hoon te makkelijk van tafel te vegen. ‘Commandanten hoeven maar te wijzen op alle kritiek van de vele deskundigen. Ook daarom was het verstandiger als Amnesty met een feitelijk relaas was gekomen, zonder daar direct harde oordelen aan te verbinden. De achterliggende boodschap dat beide partijen zich te allen tijde zo veel mogelijk moeten inspannen om onnodig extra burgerleed te voorkomen, is natuurlijk heel belangrijk, maar ging nu grotendeels verloren in de ophef.’