Waarom worden misdadige Assad-handlangers in Nederland niet opgepakt?

Tientallen handlangers van het Syrische regime die verdacht worden van geweld zouden vrij rondlopen in Nederland. Berechten is moeilijk, ook omdat veel vluchtelingen bij de Nederlandse politie geen verklaring durven af te leggen. ‘Er is zoveel angst.’

Portretten van mannen die stierven terwijl ze vochten voor het regime van Bashar al-Assad. Latakia, Syrië, juni 2019.
© Meridith Kohut/NYT/ANP

‘Ik was zo nerveus en bevreesd om hem te ontmoeten dat ik stond te trillen’, vertelt de Syrische mensenrechtenonderzoeker Hala over haar afspraak met een landgenoot in een grote stad in Nederland. Op internet werd de man beschuldigd een shabiha te zijn, zoals de knokploegen van het Syrische regime worden aangeduid. Eerst had de Syriër het contact afgehouden. Tot Hala hem zo ver kreeg dat hij haar wilde ontmoeten. Met vrienden sprak ze af dat als het gevaarlijk zou worden, ze meteen een noodsignaal zou sturen, zodat zij de politie konden inschakelen.

Hala doet in het diepste geheim onderzoek naar Syrische oorlogsmisdadigers. Voor haar veiligheid kan ze niet met haar echte naam worden aangeduid, maar deze is bij de redactie bekend.

Uren zat ze tegenover de Syriër, een dertiger die in Rotterdam woont. ‘Hij heeft een kille blik en is erg zeker van zichzelf’, zegt Hala. Hij vertelde dat er een misverstand was. Niet hij, maar zijn broer is een shabiha. Vier jaar geleden kwam de Syriër via Griekenland naar Nederland. Waarom hij is gevlucht, wilde hij niet zeggen. ‘Hij werkt nu zwart, wil in Nederland inburgeren en is niet van plan naar Syrië terug te keren’, zegt Hala. Ze liet hem niet merken hoezeer ze op haar hoede was. ‘Ik lachte tijdens het gesprek’, vertelt ze. ‘Maar toen ik thuiskwam, stortte ik helemaal in.’

Syrische Lente

Wat Hala vooral verdacht vond, was dat hij onder geen beding wilde praten over de eerste jaren van de Syrische opstand. In maart 2011 barstten in Syrië grote demonstraties los tegen het misdadige regime van Bashar al-Assad, die keihard werden neergeslagen. De Syrische Lente ontaardde in een zeer gewelddadige oorlog met vele fronten, die aan honderdduizenden mensen het leven heeft gekost. Hoewel het Westen vooral oog had voor misdrijven door jihadistische terreurorganisaties als Islamitische Staat, is het Syrische regime verantwoordelijk voor het overgrote deel van de gruweldaden. Uğur Ümit Üngör, senior onderzoeker aan het NIOD en bijzonder hoogleraar Holocaust- en Genocidestudies aan de Universiteit van Amsterdam (UvA), heeft zich geërgerd aan die scheve focus. ‘Het idee is: IS geldt als een bedreiging voor Nederland, maar Assad niet. Natuurlijk, deze jihadistische organisaties maken zich schuldig aan zeer ernstig geweld. Maar het Syrische staatsgeweld is omvangrijker’, stelt de NIOD-onderzoeker.

Niet alleen het Syrische leger, politie en geheime diensten begaan als staatsinstellingen systematisch onnoemelijke wreedheden, maar ook milities. ‘De shabiha zijn knokploegen die niet formeel in dienst zijn van het regime, maar er wel gelieerd aan zijn. Het gruwelijkste geweld, zoals massaslachtingen, wordt aan hen uitbesteed’, zegt Üngör, die al jaren onderzoek naar deze milities doet.

Vervolging

Vanwege de oorlog vluchtten tienduizenden Syriërs naar Nederland. Het overgrote deel is slachtoffer, maar er glippen soms ook oorlogsmisdadigers tussendoor. Sinds een kleine twee decennia vervolgt Nederland actief verdachten van misdrijven die in het buitenland zijn begaan. Dat gebeurt op basis van het principe van ‘universal jurisdiction’ – universele rechtsmacht. Als een wreedheid zeer schokkend en bedreigend voor de mensheid is, kunnen nationale autoriteiten de verdachte vervolgen, ook als het geweld ergens anders heeft plaatsgevonden.

De Nederlandse autoriteiten hebben tot nu toe geen verdachten opgepakt die handlangers van het Syrische regime zijn. Maar ze zijn er wel.

De Wet internationale misdrijven (WIM), die sinds 2003 van kracht is, bepaalt dat in het buitenland gepleegde genocides, misdrijven tegen de menselijkheid, oorlogsmisdrijven, foltering en verdwijningen berecht kunnen worden, als de verdachte een Nederlander is of in Nederland verblijft, of als het slachtoffer een Nederlander is. Er is een speciale justitiezuil met het Team Internationale Misdrijven (TIM) bij de politie, een aparte unit bij het Openbaar Ministerie (OM), gespecialiseerde rechters en rechter-commissarissen. De rechtbank Den Haag heeft een aparte Internationale Misdaden-kamer. De reeks daders die tot nu toe is veroordeeld: een Congolees, Afghanen, Rwandezen, een Ethiopiër, een Nederlandse IS’er en twee Nederlandse zakenlieden.

Tegenvallers

Frans van Anraat kreeg 16,5 jaar gevangenisstraf voor het leveren van grondstof voor mosterdgas dat het Iraakse regime gebruikte bij gifgasaanvallen op Iran en de Koerdische bevolking. Na jaren van procederen werd Guus Kouwenhoven bij verstek veroordeeld voor illegale wapenhandel en betrokkenheid bij oorlogsmisdrijven in Liberia en Guinee, ook al verblijft hij nog altijd in Zuid-Afrika.

Nederland heeft een goede naam wat betreft de vervolging van deze specifieke internationale misdrijven, maar had een tijdlang minder rechtszaken. Er waren tegenvallers. Zo stond de politie op het punt een Afghaan op te pakken, toen de man plotseling overleed. Een andere verdachte nam de benen. Ook het onderzoek naar de ramp met de MH-17 vergde menskracht waardoor werkzaamheden vertraging opliepen.

Bovendien zijn het moeilijke, tijdrovende en kostbare zaken, al was het maar omdat de crime scene in het buitenland ligt. De Nederlandse politie en officieren van justitie kunnen niet altijd naar de gebieden waar de wreedheden zijn gepleegd. Vaak gaat het om zaken van jaren geleden. Hoe vind je betrouwbare getuigen, zeker als herinneringen vervagen? Hoe waarborg je hun veiligheid? Bovendien zijn er cultuurverschillen en spreken mensen vaak een andere taal. Wat als de autoriteiten zelf betrokken zijn bij misdrijven? En het is nog complexer als het conflict nog in volle hevigheid woedt.

Syrische strijders proberen te schuilen voor een zwaar bombardement van Assads regime. Oost-Aleppo, Syrië, 2012.
© Emin Ozmen/Magnum Photos
Syrische strijders proberen te schuilen voor een zwaar bombardement van Assads regime. Oost-Aleppo, Syrië, 2012.

Syrië

Justitie heeft ook Syrië in het vizier. Sinds 2012 verzamelt het politieteam informatie over personen die beschuldigd worden van internationale misdrijven in Syrië. Een woordvoerder legt uit dat het team bij het onderzoek ‘pionierde’ in het combineren van online-open-bronnen-onderzoek, getuigen horen, en samenwerking met ngo’s en andere private partners in binnen- en buitenland.

Tot nu toe is één Nederlandse terugkeerder veroordeeld voor een oorlogsmisdaad die hij als IS-lid in Syrië pleegde. Verder worden er drie Syriërs voor internationale misdrijven vervolgd. Abdelaziz A. werd door Syrische activisten herkend in het Amsterdamse debatcentrum De Balie. Uiteindelijk werd hij opgepakt en aangeklaagd voor lidmaatschap van de terroristische beweging Jabhat al-Nusra en het medeplegen van moorden. Een andere commandant van Jabhat al-Nusra werd in het Zeeuwse Kapelle gearresteerd. Deze ‘Abu Khuder’ wordt verdacht van een standrechtelijke executie. Een derde Syriër, Ahmad al Y., was commandant bij strijdgroep Ahrar al-Sham. Hij zou zijn voet op een dode regeringssoldaat hebben gezet en naar een ander lijk hebben geschopt, hen hebben uitgemaakt voor ‘honden’ en hun dood hebben bezongen. Het vernederen van mensen die buiten gevecht zijn gesteld, geldt als een ernstig oorlogsmisdrijf.

Deze Syriërs behoren tot gewapende rebellengroepen die tegen het Assad-bewind strijden en als terroristisch zijn aangemerkt. De Nederlandse autoriteiten hebben tot nu toe geen verdachten opgepakt die handlangers van het Syrische regime zijn. Maar ze zijn er wel. Vorig jaar publiceerde NRC Handelsblad een onderzoeksverhaal over drie verdachten die in Nederland wonen. Zij zijn niet de enigen.

de Syrische verdachte Anwar R., een voormalig hoge functionaris van de Syrische geheime dienst, komt aan bij de rechtbank voor het proces tegen hem in het Duitse Koblenz op 23 april 2020. Hij staat terecht voor de marteling van vierduizend gedetineerden, die bij 58 gevangenen tot de dood leidde, en seksueel geweld. Hij zou de misdadenn gepleegd hebben toen hij in 2011 en 2012 aan het hoofd stond van het Al-Khatib-detentiecentrum in Damascus. Dit is de eerste zaak wereldwijd tegen de folterpraktijken van het Syrische regime.
© Thomas Lohnes/ANP
de Syrische verdachte Anwar R., een voormalig hoge functionaris van de Syrische geheime dienst, komt aan bij de rechtbank voor het proces tegen hem in het Duitse Koblenz op 23 april 2020. Hij staat terecht voor de marteling van vierduizend gedetineerden, die bij 58 gevangenen tot de dood leidde, en seksueel geweld. Hij zou de misdadenn gepleegd hebben toen hij in 2011 en 2012 aan het hoofd stond van het Al-Khatib-detentiecentrum in Damascus. Dit is de eerste zaak wereldwijd tegen de folterpraktijken van het Syrische regime.

Tientallen

NIOD-onderzoeker Üngör klapt zijn laptop open. Op zijn scherm verschijnen foto’s van gespierde mannen met tatoeages in camouflagekleding en automatische wapens in hun hand. Op de website van nieuwssite Zaman al-Wasl staat het belastende verhaal van een Syriër die in Enschede verblijft. De man zou lid zijn geweest van de ‘Adelaars van de Wervelwind’ en wordt beschuldigd van aanvallen op burgers, moorden en plunderingen in de Syrische stad Homs.

Kortom, met deze verdachten, plus nog een Syrische asielzoeker, zijn er opgeteld al zes personen aan regimezijde met een potentieel daderprofiel bekend. Maar het zijn er veel meer, stelt Üngör. ‘De Syrische oppositie heeft per Europees land een lijst met shabiha. In Nederland wonen er tientallen.’

Het Syria Legal Network (SLN), dat in Nederland is gevestigd, zet zich in voor gerechtigheid voor slachtoffers van misdrijven in Syrië. ‘Wij zijn een juridische organisatie. Het recht is onze taal. Vanuit dat oogpunt is het van groot belang dat ook de regimekant wordt belicht. Het is een staat die de eigen burgers massaal afslacht. Deze misdrijven mogen niet onbestraft blijven’, zegt Hope Rikkelman, juridisch adviseur van het SLN.

Minder vaak in Europa

Er zijn diverse verklaringen voor het feit dat er tot nu toe geen verdachten aan regimezijde zijn aangeklaagd. Ze bevinden zich minder vaak in Europa, zegt Üngör. Als medewerkers van Syrische geheime diensten, militairen en milities hun land wilden verlaten, gingen ze eerder naar Rusland, Belarus of Iran. ‘Het regime heeft de oorlog deels gewonnen en dus kunnen handlangers ook gemakkelijker in Syrië blijven. Bovendien worden zij strikt in de gaten gehouden, want de Syrische autoriteiten zijn bang dat personen met bewijzen naar het buitenland vertrekken’, stelt de NIOD-onderzoeker.

Dat is geen denkbeeldige vrees. In 2013 vluchtte een lid van de militaire politie, bekend onder zijn codenaam ‘Caesar’, het land uit. In zijn bagage zaten schokkende foto’s van uitgemergelde en gemartelde lichamen van duizenden slachtoffers die in detentie stierven. De Caesar-foto’s gelden als belangrijk bewijsmateriaal. Ook andere Syriërs hebben documenten, foto’s en video’s het land uit gesmokkeld. Het materiaal wordt verzameld door ngo’s en organisaties als de Commission for International Justice and Accountability (CIJA) en het International, Impartial and Independent Mechanism (IIIM) dat in 2016 is opgezet door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties om landen bij te staan bij strafrechtelijk onderzoek.

Een Syrische man toont de sporen van marteling op zijn rug nadat hij is vrijgelaten door Assads troepen. Aleppo, 23 augustus 2012.
© James Lawler Duggan
Een Syrische man toont de sporen van marteling op zijn rug nadat hij is vrijgelaten door Assads troepen. Aleppo, 23 augustus 2012.

Angst

Wat zaken bemoeilijkt, is dat Syrische vluchtelingen vaak niet naar de politie durven te stappen met informatie over mogelijke oorlogsmisdadigers die zich in Nederland bevinden. ‘Er is zoveel angst’, zegt Rikkelman. Ze zijn bang om een verklaring af te leggen tegen daders die ze tegen kunnen komen, Nederland is maar klein. ‘Maar vooral zijn mensen als de dood dat informatie naar Syrië wordt gestuurd waarna hun familie daar wordt bedreigd, of erger’, zegt Rikkelman. Hala legt uit: ‘Het Syrische regime heeft informele en indirecte surveillancenetwerken in Nederland, via daders die contact hebben met vrienden, collega’s en familie in Syrië.’

Mensen zien ook op tegen lange procedures. Üngör: ‘Syrische getuigen hebben lage verwachtingen van rechtszaken.’ Verder is er onzekerheid over wat justitie wil en kan doen. In een reactie wijst een OM-woordvoerder erop dat ‘alle’ aangiftes en meldingen die bij het TIM zijn binnengekomen, zijn opgevolgd en onderzocht. Er is volgens justitie één geval, dat werd beschreven in NRC, waarbij naar een tipgever over een Syriër die behoorde tot een invaleenheid van de militaire veiligheidsdienst, ‘ten onrechte geen ontvangstbevestiging is gestuurd’.

Het is ‘essentieel’, stelt Rikkelman, dat de Nederlandse politie ‘proactief’ samenwerkt met organisaties van Syrische mensenrechtendeskundigen en het SLN. Ze vervolgt: ‘Zij hebben een vertrouwensband met de gemeenschap, en kunnen een brug vormen tussen justitie en Syrische getuigen.’ Justitie zegt dat om ‘veiligheidsredenen’ niet verteld kan worden met welke organisaties wordt samengewerkt, maar ‘we hebben op alle thema’s en landen waar we op werken goede contacten met ngo’s’.

Samenstelling politieteam

Üngör heeft echter ook kritiek op de samenstelling van het TIM. ‘Er zitten allemaal witte Nederlanders in het team. Slechts één teamlid spreekt Arabisch. Maar ze moeten natuurlijk een Syriër in dienst nemen’, zegt de NIOD-onderzoeker. Hij vindt het ‘belachelijk’ dat het aannemen van mensen bemoeilijkt wordt omdat de veiligheidscheck tien jaar teruggaat. ‘Het betekent dat als je in 2015 als vluchteling naar Nederland kwam, je pas in 2025 bij het TIM zou kunnen werken. Ik vind: stel nu mensen aan.’

Het OM en TIM benadrukken dat het politieteam verschillende expertises in huis heeft: van juristen en antropologen tot ervaren rechercheurs, digitaal specialisten en tolken. ‘Deze verscheidenheid aan achtergronden’ heeft geleid tot ‘succesvol onderzoek’ naar internationale misdrijven in Rwanda, Afghanistan, Liberia en Ethiopië. Ook heeft het team extra gelden gekregen om ‘de slagkracht te vergroten en het groeiende aantal zaken te kunnen bolwerken’. Het inhuren van personen met expertise in de conflicten die onderzocht worden, is daarbij ‘een van de prioriteiten’, aldus justitie.

‘Het Syrische regime heeft informele en indirecte surveillancenetwerken in Nederland’

In de afgelopen jaren is ‘uitgebreid’ onderzoek gedaan naar misdrijven in Syrië, stelt justitie. Een land waar het conflict en de wrede onderdrukking zeer heftig zijn. ‘Het gebrek aan zaken tegen pro-regimedaders voor een Nederlandse rechtbank is niet illustratief voor onze inzet naar dergelijke misdrijven.’ Het is de complexiteit die het moeilijk maakt. ‘Voor een zaak die in de rechtszaal standhoudt is immers meer nodig dan een publieke verdenking’, aldus het OM en TIM. Maar justitie begrijpt ook ‘dat het teleurstellend wordt gevonden dat er tot op heden geen pro-regimedaders uit Syrië zijn vervolgd’.

Duitsland

Voor velen is Duitsland het grote voorbeeld. Vorig jaar startte in de Duitse stad Koblenz het eerste proces wereldwijd tegen folterpraktijken door de Syrische staat. De hoofdverdachte Anwar R., die leidinggaf aan de ondervragingen bij afdeling 251 van de geheime dienst, staat terecht voor de marteling van vierduizend gedetineerden, die bij 58 gevangenen tot de dood leidde, en seksueel geweld.

Eyad A. werd aangeklaagd voor het arresteren van minstens dertig mensen die afgetuigd werden toen ze naar de gevangenis werden afgevoerd, waarbij hij wist dat ze in detentie gefolterd zouden worden. Op 24 februari is hij door de Duitse rechters schuldig bevonden aan medeplichtigheid aan misdrijven tegen de menselijkheid Eyad A. kreeg een gevangenisstraf van vierenhalf jaar. Het proces tegen Anwar R. loopt zeker tot oktober.

Eyad A., die wordt beschuldigd van misdaden tegen de menselijkheid, verbergt zijn gezicht als hij aankomt in de rechtszaal om de uitspraak te horen. De man, een voormalig lid van de Syrische geheime dienst, heeft 4,5 jaar cel gekregen. Koblenz, Duitsland, 24 februari 2021.
© Thomas Lohnes/ANP
Eyad A., die wordt beschuldigd van misdaden tegen de menselijkheid, verbergt zijn gezicht als hij aankomt in de rechtszaal om de uitspraak te horen. De man, een voormalig lid van de Syrische geheime dienst, heeft 4,5 jaar cel gekregen. Koblenz, Duitsland, 24 februari 2021.

Hoop

‘Het is van belang’, beaamt Hala, ‘dat juist ook daders met een lagere rang bij de geheime dienst worden vervolgd, want zij zijn direct betrokken bij martelingen en moorden op burgers. Net als de shabiha denken ze dat zij het recht hebben geweld tegen mensen te mogen gebruiken.’ Rikkelman: ‘Deze zaak geeft hoop. Het biedt perspectief voor Syriërs dat deze zaken tot een veroordeling leiden.’ ‘In Nederland hebben we ook zo’n zaak nodig.’

Het OM en TIM wijzen erop dat het ‘vaak een zaak van lange adem’ is. ‘Tegelijkertijd kunnen we slachtoffers van mensenrechtenschendingen niet vragen om geduld – zij wachten al jaren op gerechtigheid. Wel hopen we op hun vertrouwen’, aldus justitie, ‘want samen willen we ervoor zorgen dat Nederland geen veilige haven is voor plegers van deze misdrijven.’

Vervolgonderzoek

Nadat Hala met de Rotterdamse Syriër had gesproken, deed ze vervolgonderzoek. De researcher spoorde drie van zijn slachtoffers op. Zij bevestigen dat hij een shabiha is. Hij zou bij een checkpoint burgers hebben gedreigd hen op te pakken en hun spullen in te nemen. Hoogstwaarschijnlijk heeft hij deelgenomen aan een bloedbad. Het is haar nog niet gelukt een vierde slachtoffer te spreken die door hem gemarteld zou zijn.

Het is problematisch dat handlangers van het regime, die verdacht worden van extreem geweld, vrij rondlopen. Hun aanwezigheid legt een grote druk op de Syrische gemeenschap. Hala: ‘Het gebrek aan gerechtigheid zorgt voor angst, onderling wantrouwen en veiligheidsproblemen. Veel Syriërs hebben daarom weinig contact met elkaar. Dat zou niet moeten in een land als Nederland, waar je voor je veiligheid naartoe bent gevlucht.’