Arnon Grunberg
© Jitske Schols

Woke

Woke

Van tijd tot tijd duikt de discussie weer op over vrijheid van meningsuiting; altijd in een andere gedaante, maar steevast leidt die tot grote verwarring.

De socioloog J.A.A. van Doorn (1925-2008) werd in 1990 als columnist door NRC Handelsblad ontslagen nadat hij in een column over het Israëlisch-Palestijnse conflict had gerept van ‘de joodse journalisten’. De toenmalige hoofdredacteur, Ben Knapen, die op het moment dat ik dit schrijf demissionair minister van Buitenlandse Zaken is, vond dat onbetamelijk. Een andere hoofdredacteur van NRC vond een decennium of anderhalf later weer dat Knapen onjuist had gehandeld. Waaruit mag blijken dat de publieke opinie en haar normen voortdurend aan verandering onderhevig zijn. En hoofdredacteuren en politici handelen nogal eens onder druk van hun lezers en kiezers.

Tegenwoordig zou men zeggen dat Van Doorn werd gecancelled. Niks nieuws onder de zon – het is vooral een semantische aangelegenheid.

Nadat vrijheid van meningsuiting een tijdje in verband werd gebracht met islamitisch geïnspireerd terrorisme (Theo van Gogh) wordt er nu lustig op los geschreven over ‘alles kunnen zeggen’ en ‘woke’.

Net als glasnost en perestrojka zal ook het begrip woke over een jaar of tien in de vitrine van de geschiedenis belanden. Of dat terecht is of niet doet er niet toe. De geschiedenis bekommert zich nauwelijks om gerechtigheid, dat doet de mensheid zelf, maar die is uitermate verdeeld over de vraag hoe dat begrip precies moet worden gedefinieerd.

De verslaving aan het idee dat sommige mensen schuldig geboren zijn blijkt immens

Her en der leest men stukken over dat de academische vrijheid bedreigd wordt, en vervolgens kun je weer stukken lezen dat het tijd wordt dat de oude elite aan het wankelen wordt gebracht, waarbij vermeende of werkelijke identiteit een belangrijke rol speelt. De oude elite is wit, mannelijk en heteroseksueel, maar natuurlijk is niet elke witte, heteroseksuele man lid van de oude elite. Kortom, er waait een voorzichtig revolutionair windje, voornamelijk op universiteiten en de satellieten die rondom de academie cirkelen.

In vroegere tijden kon de pragmaticus, die ook best opportunist mag worden genoemd, tijdig de kant van de tegenpartij kiezen als hij zag dat zijn oude strijdmakkers aan het verliezen waren. Eerst nazicollaborateur, later toch maar verzetsstrijder.

Maar als de keuze bij welke beweging je je aansluit vooral of misschien uitsluitend een kwestie van het lichaam is waarin je toevallig geboren bent, wordt opportunisme lastig.

De verslaving aan het idee dat sommige mensen schuldig geboren zijn blijkt immens.

Dat stemt niet vrolijk.

Maar om ietwat optimistisch te eindigen: zij die menen dat ze niets meer kunnen zeggen wil ik wijzen op de Albanese schrijver Ismail Kadare, die leefde onder het schrikbewind van Hoxha. Stilzwijgende minachting was volgens hem de beste manier om oppositie te voeren.

De pragmaticus – en de scepticus in mij heeft veel begrip voor pragmatisme – kan altijd vluchten in stilzwijgende minachting.