Nino Haratischwili: ‘Ik hou van de Russische taal, maar in sommige situaties wil ik die echt niet spreken’

De Nederlands-Oekraïense schrijver Lisa Weeda spreekt haar Georgische collega Nino Haratischwili over hoe het is om Oost-Europeaan te zijn in deze tijd van Russische bezetting. ‘Plotseling moet ik tijdens voorleesavonden de oorlog uitleggen. Maar mensen hier snappen het niet écht.’

Russische bezetting Nino Haratischwili en Lisa Weeda
© Lin Woldendorp

Het is een vroege maandagochtend. Nino Haratischwili, geheel in het zwart, haar in een knot, zit tegenover me aan tafel in het kantoor van Meridiaan Uitgevers in Amsterdam. Ze heeft net een stapel exemplaren van Het schaarse licht gesigneerd, haar recentste roman. Die gaat over vier Georgische vriendinnen, eind jaren tachtig, begin jaren negentig van de vorige eeuw. De langverwachte onafhankelijkheid dient zich eindelijk aan. Dit resulteert in chaos in de jonge Georgische staat. De vriendschap trotseert alles: de eerste grote liefde, die alleen in het geheim mag bloeien, het oplaaiende geweld in de straten, de stroomuitval, de heroïne die het land overspoelt, en de verscheurdheid van een jonge democratie in burgeroorlog. Tot een onvergeeflijk verraad en een tragische dood de groep ten slotte toch uiteendrijft. Jaren later, in 2019, ontmoeten drie van de vier vriendinnen elkaar weer, op een fototentoonstelling, omgeven door foto’s uit hun jonge jaren. Het schaarse licht is een rauw en tegelijkertijd hoopvol boek dat de donkere, in duister en kou gehulde jaren negentig in Georgië laat zien, de oorlog met Rusland toont, en de lezer naar het heden brengt: daar waar de vriendinnen elkaar, na jaren radiostilte, weer ontmoeten.

‘Ik was overweldigd’

De stapel boeken ligt een tijd tussen ons in, naarmate het gesprek vordert, schuiven we ze iets opzij. Terwijl Haratischwili praat pelt ze mandarijnen. Soms neemt ze een slok koffie. We praten over haar eerdere boeken, zoals Het achtste leven (voor Brilka) en De kat en de generaal, en over een theaterbewerking van Phaedra die ze kortgeleden in Tbilisi maakte.

‘Het theater ligt in een toeristisch deel van de oude binnenstad. Een paar weken eerder was er een nieuwe koffiezaak geopend. Ik ging er koffie halen. Het werd gerund door enkel Russen; van de barkeeper tot het bedienend personeel. Ze spraken Russisch en er zaten Russen. Ik begon mijn bestelling in het Russisch, tot ik dacht: nee, het is fout. Ze verwachten dat ik dat doe.’

We zwijgen even. Ik denk aan mensen die mij de afgelopen maanden herhaaldelijk vroegen of de Russische taal nu voor altijd verbannen wordt uit Oekraïne: nee. Of alle Oekraïners nu enkel Oekraïens spreken: nee. Er zijn talloze Oekraïners die (zoals mijn familieleden uit Odessa) Russisch spreken en zich Oekraïens voelen. Historisch gezien is Oekraïne, net als Georgië, nu eenmaal een land van vele talen, een land waar de eigen taal in Sovjettijd niet de eerst gesproken taal was. Dat was het Russisch. Maar, legt Haratischwili me uit: alles gebeurt altijd en overal in een context.

Nino Haratschwili en Lisa Weeda
© Lin Woldendorp
Nino Haratischwilli en Lisa Weeda.

‘Ik houd van de Russische taal; ik spreek Russisch. Maar het voelde zo verkeerd om het op dat moment in die context te spreken. Ik bedoel, deze mensen zijn in Georgië, openen een koffiezaak, ik weet niet waarom, ze spreken alleen Russisch, en verwachten zo’n beetje dat ik in het Russisch bestel. Ik was overweldigd. Russen, wellicht anderen dan deze, bezetten al jaren mijn land, vallen Oekraïne binnen. Ik wist niet wie deze mensen waren, waren het echt vluchtelingen? Toen werd ik boos. Ik kwam naar buiten met koffie die ik niet wilde drinken.’

‘Poetin is een klootzak’

Haratischwili woont inmiddels in Duitsland, maar is geboren in een land waar al jaren stukjes van de randen af worden geknabbeld door separatisten die ondersteund worden door Rusland. Daarnaast lijkt de overheid weinig te doen nu vele Russen zonder heldere asielprocedure het land binnenkomen.

‘Meer mensen zijn overweldigd’, gaat ze verder en begint over een Georgische kroegeigenaar in Tbilisi. ‘Elke Rus die zijn bar binnenkwam dwong hij een document te ondertekenen: “Rusland is een bezetter en Poetin is een klootzak.” De Russen die zijn zaak binnenkwamen waren geschokt en boos. Deze man was overal op het Georgische nieuws. Wat hij doet, doen meer mensen, omdat ze boos zijn over de komst van al deze Russen. Ze vinden hun eigen manier om hiermee om te gaan, want de regering doet niets. Als het echte vluchtelingen zijn: natuurlijk. Er zijn vast mensen tegen het regime, of dissident. Maar laat ze de gebruikelijke procedures doorlopen, die hetzelfde zijn als in Duitsland of Frankrijk wanneer iemand als vluchteling binnenkomt. Ik weet niet wie deze mensen zijn, waar het toe gaat leiden.’

Landjepik

Dit klinkt hard, maar terwijl wij in Nederland bang zijn voor wintertenen en in acht fleecedekens gerolde decemberavonden, terwijl we zoeken naar een elektrisch kookstel, is er in Georgië een andere spanning voelbaar die door Rusland wordt veroorzaakt. Een spanning die niet nieuw is. In Georgië leeft al jaren de angst voor creeping occupation. Al tijden speelt Rusland landjepik, bijvoorbeeld via de zogenaamd separatistische provincie Zuid-Ossetië, waar om de zoveel tijd steeds een stukje wordt bijgesnoept in zuidelijke richting.

Haratischwili: ‘Natuurlijk is er het sluipende bezettingsprobleem. Er was een Georgische boer. Op een dag werd hij wakker en bevond zijn huis zich aan de Georgische kant en zijn tuin aan de Russische. De Russen hebben de Zuid-Ossetische grens gewoon verschoven. Vaak denk ik: als ik dit opschrijf, zegt iedereen: dit kan niet kloppen. Het voelt ook niet echt. Maar het is realiteit.’

Soms zakt die realiteit even weg, lijkt alles even wat rustiger. Ook voor mijn familie in de Donbas was het in 2021 vrij rustig. De oorlog die sinds 2014 woedde en zorgde voor 14 duizend doden en meer dan een miljoen interne vluchtelingen, leek even ingedut. De spanning zakte weg, het leven leek weer normaler te worden. Tot er in februari, drie dagen voor de Russische invasie, een granaat in een kinderdagverblijf in Loehansk belandde. Alles voelde plotseling weer uit balans, gevaarlijk.

Nino en Lisa

Uitklappen

Nino Haratischwili (Tbilisi, Georgië, 1983) is schrijver en theaterregisseur. Ze werd bekend met Het achtste leven (voor Brilka), een groot familie-epos over de opkomst en ondergang van de Sovjet-Unie. Recent verscheen Het schaarse licht bij Meridiaan Uitgevers. Ze woont en werkt in Berlijn.

Lisa Weeda (Rotterdam, 1989) is schrijver en virtualreality-regisseur. In 2021 verscheen haar debuutroman Aleksandra (De Bezige Bij), ook een familie-epos, over haar Oekraïense grootmoeder en de gewelddadige geschiedenis van Oekraïne. In 2019 maakte ze de virtualreality-installatie Rozsypne, over het dorpje in de oostelijke Donbas waar de neus van de MH17 neerkwam.

 

‘Dit is niet goed’, appte mijn oom uit Odessa

Ik vraag Haratischwili of de nieuwe aanwezigheid van zoveel Russen in haar geboorteland voelt als een nieuw soort creeping occupation, of het voelt alsof het nu onrustiger wordt. ‘Natuurlijk, alles is explosief. Niets is meer neutraal.’

Hoe dat uitleggen voelt aan mensen hier, in Nederland, is best ingewikkeld, gaat ze verder. Ik herken het van mijn eigen familie: zij weten nooit precies wanneer iets kantelt, wanneer de (ik zeg het maar even zo) pleuris weer uitbreekt.’

‘Dat is een groot verschil tussen Georgiërs en Nederlanders – of Duitsers. Die hebben daar in hun dagelijkse leven niet mee te maken. Voor hen is wat ik nu vertel enkel nieuws: op televisie of uit de krant. Het verstoort het leven een beetje, heeft wat impact. Gas is duurder. Maar voor mij’, ze kijkt me aan, ‘of voor ons, is het iets heel anders. Een kopje koffie bestellen is nu een politieke daad. Je moet beslissen: aan de verkeerde of aan de goede kant staan? Daar heb je telkens mee te maken.’

‘Terwijl we in Nederland bang zijn voor wintertenen, leeft onder Georgiërs de angst voor creeping occupation door de Russen’

Ik vertel Haratischwili over een vraag die ik onlangs kreeg over het illegale referendum in de vier ingenomen Oekraïense provincies in het oosten van het land, het Donbas-gebied. Een man vroeg wat er zou zijn gebeurd als het referendum in het door Rusland ingenomen gebied op democratische wijze was verlopen.

Ik liep vast in mijn denken, was op zoek naar zijn logica. Ik probeerde hem meermaals uit te leggen dat, gezien de hele context, dit helaas niet zo werkt. ‘Dan zouden we in een parallel universum zonder annexaties, repressie en oorlog moeten leven’, wilde ik zeggen. Zijn blik op een referendum vond ik idealistisch en mooi, maar strookte niet met de werkelijkheid: dit ging over een gebied waar de lokale bevolking onder druk werd gezet en gedwongen een keuze te maken. Natuurlijk, sommige mensen in deze provincies willen bij Rusland horen, maar andere niet – de vraag is of die zich daarover durven uitspreken in een situatie waar vrouwen met doorzichtige stembussen langs de deuren gaan, vergezeld door gewapende Russische soldaten.

Haratischwili (links) op literair festival Crossing Border in Den Haag, 5 november 2022. ‘Voor Nederlanders is wat ik vertel enkel nieuws: op televisie of uit de krant. Maar voor ons is het iets heel anders.’
© Remco Koers/crossing border
Haratischwili (links) op literair festival Crossing Border in Den Haag, 5 november 2022. ‘Voor Nederlanders is wat ik vertel enkel nieuws: op televisie of uit de krant. Maar voor ons is het iets heel anders.’

We hebben het kort over Westsplaining: de West-Europese neiging om vanuit het perspectief en met West-Europese waarden en kennis, uitleg te geven over situaties in het oosten van Europa. Dit gebeurt steeds vaker sinds de oorlog in Oekraïne aan de gang is (en ook al eerder). Oost-Europese naties worden daardoor niet als volledig gezien. Alsof zij geen handelingsvermogen hebben. Ik herinner me een meme die mijn oom Andriy me stuurde, nadat de granaat in de kleuterschool was beland. Op de meme zijn vier hoofden te zien met verschillende soorten hoofdpijn: migraine, overgevoeligheid, stress en ‘naast Rusland wonen’. Per categorie wordt het hoofd roder. Bij de categorie ‘naast Rusland wonen’, is het hele hoofd knalrood. Voor mijn familie uit Oekraïne en familie van Haratischwili is dit een begrijpelijke meme. Decennia aan lichte stress over wonen naast ‘de grote broer’ is voor hen begrijpelijk. Voor een Duitser of een Nederlander niet.

‘In Georgië moeten we ervan uitgaan dat plan A en B niet werken. We zijn daardoor heel goed in improviseren geworden’

‘Democratisch stemmen in de Donbas is een complete illusie’, haakt Haratischwili in. ‘Sinds februari, sinds mijn boek Het schaarse licht uitkwam en de oorlog begon, was mijn werk, dat deels gaat over dit soort omstandigheden, plotseling aan van alles verbonden. Tijdens voorleesavonden had ik het gevoel dat mensen wilden dat ik dingen uitlegde. Ik praatte en praatte, maar hoe kan ik dit uitleggen aan iemand die zoiets nooit heeft meegemaakt? Mensen snappen hier (Duitsland, Nederland, red.) je punt niet echt.’

Improvisatievermogen

Haratischwili pakt nog een mandarijn, schenkt wat water in. Ik vraag door: komt het stellen van zulke vragen niet voort uit de luxe van kunnen leven op een plek waar je alles van een afstand kan bekijken en uitleggen? Wat gebeurt er als je niet op filosofisch of geopolitiek niveau praat over een oorlog, of over een dreigende omgeving, maar er middenin woont? Is het niet wonderlijk om op een plek te leven, zoals Nederland, waar plan A eigenlijk altijd werkt en bijna niets je huidige plan verstoort?

‘Vanwege de geopolitieke situatie en geografie zijn we in Georgië, laten we zeggen, altijd een beetje meer de sjaak. Door op deze locatie te leven en door de constante problemen die ermee gepaard gaan leer je één ding: improvisatie. Ik denk dat dit iets is waar Duitsers niet zo goed in zijn. Ik denk dat het voor Nederlanders hetzelfde is: plan A werkt. Bijna altijd. In Georgië verwachten we allemaal dat plan A, B, C niet werken. Dus we moeten voorbereid zijn op plan D en E, enzovoort. Ik weet zeker dat deze kwaliteit onze samenleving in de jaren negentig heeft geholpen om te overleven. Anders denk ik niet dat dit land nog zou bestaan.’

Heroïne

Langzaam schuiven we richting haar nieuwe roman, waarin de jaren negentig van Georgië een grote rol spelen. In 1992 wordt de eerste president (verkozen in 1991) Zviad Gamsachoerdia met een staatsgreep afgezet. Edoeard Sjevardnadze grijpt de macht. Er volgen jaren van repressie en burgeroorlog; in 2008 komt het tot een oorlog met Rusland in de deelstaten Abchazië en Oost-Ossetië. De vier vriendinnen uit Haratischwili’s boek bewegen door deze tijd, met geweld in de straten van Tbilisi, niet altijd even veel eten, constante stroomuitval, bendeoorlogen en handel in heroïne. Deze donkere tijd in de Georgische geschiedenis heeft invloed op de vier meisjes en hun familie, zoals ook op velen in Georgië.

‘In mijn schrijven denk ik de laatste tijd veel na over wat er gebeurde in de jaren negentig en wat ik me ook persoonlijk herinner: als je honderd mensen neemt, worden vijftig van hen complete klootzakken; moordenaars, dieven enzovoort. Maar de andere vijftig: die leren kinderen leven zonder verwarming, ze helpen elkaar een beetje, delen alles wat ze hebben.’ Ze is even stil, lacht: ‘Dit is voor mij nog steeds een gedachte zonder antwoord hoor, maar waarom kiezen mensen voor een richting? Soms zelfs mensen met dezelfde achtergrond: vrienden of broers en zussen. Onder extreme omstandigheden doen mensen extreme dingen. Ik weet niet waartoe ik in staat zou zijn als ik als volwassene in de situatie zat van de jaren negentig, toen ik zelf nog kind was. Ik zou niet weten wat ik zou doen als ik een kind had om te voeden of ouders om voor te zorgen. Misschien koop ik ook een pistool, ik weet het niet zeker. Dat besef maakt me op de een of andere manier bang. Want je kent jezelf niet eens, en je kan andere mensen ook niet helemaal kennen.’

Ik kijk naar Het schaarse licht, de dikke, met gruwelijkheid en liefde gevulde roman die naast ons op tafel ligt. Ik denk aan de meisjes in het boek, die in extreme omstandigheden zo goed en kwaad als ze kunnen, met hun angsten, dapperheid en ondanks hun verbondenheid onwetend in het duister rond moeten tasten. Welke weg is de juiste? Of wordt de weg soms voor je gekozen, door politieke machten waar je als individu weinig tot niets tegen kan doen?

‘De meesten van ons hebben het geluk om niet in deze omstandigheden of situaties terecht te komen’, zegt Haratischwili. Ze neemt nog een stukje mandarijn, ze geeft een partje aan mij. ‘Wij weten niet beter. De hele geschiedenis van Georgië is een occupational history.’ ⓿